Sitemap Contact Kalender Nieuw Home

Projectendatabank FEDRA

Presentatie

Onderzoeksacties

Personen

Zoeken

Connecties/Collecties: machtsobjecten en instituties in noordoost-Congo (1800-1960) (CONGOCONNECT)

Onderzoeksproject BR/143/A3/CONGOCONNECT (Onderzoeksactie BR)


Personen :

  • Dr.  STROEKEN Koen - Universiteit Gent (UGent)
    Coördinator van het project
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 15/12/2014-15/3/2019
  • Dr.  COUTTENIER Maarten - Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (KMMA)
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 15/12/2014-15/3/2019
  • Dr.  CHIKHA Chokha Ben - Hogeschool Gent (HOGENT)
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 15/12/2014-15/3/2019

Beschrijving :

PROJECT BESCHRIJVING


Het noordoosten van Congo, als culturele brug tussen Equatoriaal Afrika en het Grote Merengebied, is zowel op geografisch, cultureel als politiek vlak een erg belangrijk gebied in de geschiedenis van Afrika. De collecties van deze regio in het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika, bestaande uit etnografische voorwerpen, foto's, films en archieven, zijn rijke en unieke materiële bronnen van een regio die grote veranderingen onderging ten gevolge van intense contactgeschiedenissen (de ivoor- en slavenhandel, de koloniale verovering, postkoloniale conflicten). Dit netwerkproject beoogt de studie van deze collecties als bronnen in een interdisciplinair kader en in een internationaal perspectief, in samenhang met andere collecties en archieven.

Ondanks een levendige interesse voor de hedendaagse geschiedenis, voornamelijk gericht op conflictstudies, blijft de geschiedenis van het pre-koloniale en koloniale tijdperk tot op vandaag onderbelicht. Tijdens een van de belangrijkste wetenschappelijke expedities in de geschiedenis van het Belgisch Congo door A. Hutereau (1911-1913) werd voor het KMMA een grote collectie verzameld in dit gebied. Deze expeditie wedijverde met andere grote expedities van het American Museum of Natural History (1909-1915) en van het Volkenkunde Museum in Berlijn (1907-8). De Hutereau-collectie evenals kleinere verzamelingen uit de koloniale periode (door C. Delhaise, J. Henry de la Lindi en andere historische persoonlijkheden) vertegenwoordigen een uniek deel van zowel het koloniale, wetenschappelijke erfgoed als van het culturele erfgoed van het noordoosten van Congo.

De kern van onze interdisciplinaire aanpak bestaat in een integratieve studie van, ten eerste, de geschiedenis van het wetenschappelijk onderzoek en de verzamelpraktijken in het museum in samenhang met de koloniale politiek en, ten tweede, de culturele geschiedenis van het noordoosten van Congo in relatie tot verschillende contactgeschiedenissen. De dialectische aard van eerdergenoemde ontmoetingen is wat deze twee luiken van het onderzoek bindt. Door de rol van objecten in de creatie van koloniale kennis te begrijpen, kunnen we ze tevens kritisch evalueren als bronnen en ze beter gebruiken voor de reconstructie van de lokale geschiedenis. Ten derde, is het een cruciaal wetenschappelijk en moreel principe van dit project dat de gemeenschappen waaruit het erfgoed voortvloeit, erkend en betrokken moeten worden bij de reconstructie en de representatie van de eigen geschiedenis.

HET INTERDISCIPLINAIRE NETWERK EN DE OBJECTIEVEN

De rol van elke partner is:

1) De studie van de CULTUURGESCHIEDENIS van noord-oost-Congo en de aanpalende gebieden als een contactzone (1800-1960): de ontwikkeling van socio-politieke instituten en verzet.
[Coördinator Prof. Koen Stroeken, UGent, Centre for Studies of African Humanities (CESAH); Postdoctoraal onderzoeker: Dr. Vicky Van Bockhaven]

In het pre-koloniale tijdperk trok de regio bevolkingsgroepen van verschillende oorsprong aan, die zich aanpasten aan een veelvoud van ecologische niches, resulterend in een grote variatie aan gerelateerde socio-politieke instituten. Koloniale cultuurhistorische studies hadden een voorkeur voor grootschalige, gecentraliseerde politieke entiteiten zoals die van de Mangbetu, de Nande en de koninkrijken van het Grote Merengebied. In deze regio ontwikkelden zich echter eveneens diverse kleinschalige vormen van socio-politieke organisaties, bv. netwerken van jongensinitiatie- en genezingsgenootschappen (Vansina, 1990). Sinds de jaren 1870 kwam het gebied achtereenvolgens onder controle van slaven- en ivoorhandelaars uit Soedan en Zanzibar, en de Belgische kolonisator. Deze contactgeschiedenissen gaven verder aanleiding tot culturele ontlening en innovatie in socio-politieke organisatie, en tot eerder vluchtige bewegingen die inspeelden op fundamentele veranderingen in de maatschappij. Het gebied was een opmerkelijke broedplaats voor nieuwe cultussen die verzet kanaliseerden, gevoed door slechte levensomstandigheden zoals slavernij, dwangarbeid en hongersnood (Evans-Pritchard, 1937). Bovendien had de simba-rebellie, de eerste grote rebellie tegen de centrale regering na de onafhankelijkheid in de jaren 1960, zijn wortels in deze streek.

Een meer integratieve benadering van socio-politieke instituten als een netwerk, rekening houdend met verzet tegen de vreemde bezetting in de pre-koloniale en koloniale geschiedenis, is vooral belangrijk voor een beter begrip van politieke ontwikkelingen in de postkoloniale geschiedenis. Koloniale collecties en archieven bevatten voldoende aanwijzingen voor de reconstructie van geschiedenis van instituten in de koloniale periode, en voor het formuleren van hypotheses met betrekking tot hun precedenten in de pre-koloniale geschiedenis.


2) Het verkrijgen van inzicht in VERZAMEL- EN ONDERZOEKSPRAKTIJKEN in het museum in verhouding tot de Belgische koloniale politiek en binnen een ruimer geo-politiek kader
[Coördinator Dr. Maarten Couttenier, KMMA, dept. koloniale geschiedenis; doctoraatsonderzoek: Hannelore Vandenbergen]

Het grote aantal ontdekkingsreizen en militaire en wetenschappelijke expedities die Noordoost-Congo bereisden tussen 1880 en 1910 weerspiegelden de diplomatieke en economische interesse van Westerse landen (bv. H.M. Stanley). Zowel België, Duitsland, Frankrijk als Groot-Brittannië prospecteerden in dit gebied in de koloniale wedijver voor een deel van het Afrikaanse continent. Dit leidde tot de militaire onderwerping van de slavenhandelaars en de feitelijke kolonisatie. Het onderzoeksdoel is de contextualisering van de creatie van wetenschappelijke kennis over de kolonie die ontstond in samenhang met een koloniale ideologie en een politieke agenda. Gepolitiseerde abstracties werden gemaakt van complexe realiteiten in de kolonie. Etnografische objecten belichaamden in dit dialectische proces het “feitenmateriaal”, dat de kennis van de gekoloniseerde bevolking materialiseerde. De rol van objecten in het koloniaal discours- in tegenstelling tot teksten - werd nog maar nauwelijks bestudeerd. Daarom wil dit project de instrumentaliteit van etnografische objecten in de creatie van koloniale kennis belichten.

3) Het ontwikkelen van kennis van CONGOLESE SOCIALE HERINNERING met betrekking tot de geschiedenis van instituten en contacten
[Coördinator: Dr. Chokri Ben Chikha, KASK-School of Arts, Dept. Film, Fotografie en Drama; doctoraatsonderzoek in de kunsten: Jean-Michel Kibushi Ndjate Wooto]

De Congolese sociale herinnering van de contactgeschiedenissen wordt geëxploreerd aan de hand van de artistieke praktijk van de documentaire – als gedeelde methodologie met het domein van de visuele antropologie. Met behulp van dit medium, waarin delen animatiefilm en ritueel drama geïncorporeerd worden, worden andere,lichamelijke, performatieve modaliteiten van de sociale herinnering (muziek, theater, dans, zang, ritueel, …) gevat, weergegeven en kritisch beschouwd. Het doel is eveneens om een visuele restitutie van koloniale collecties te bewerkstelligen en deze te gebruiken als “mnemonic devices” in interacties met de lokale bevolking. Door te experimenteren met mixed media, trachten we de Congolese "agency" in deze geschiedenis, die vaak ondervertegenwoordigd is in koloniale bronnen, op de voorgrond te brengen, en deze kritisch te toetsen aan Westerse koloniale en wetenschappelijke perspectieven.

ONDERZOEKSRESULTATEN EN COMMUNITY OUTREACH
De belangrijkste resultaten van het project zijn: publicaties in de vorm van artikels en een gemeenschappelijk boek, twee doctoraten, een documentairefilm en een educatief spel dat kan gebruikt worden in de museumcontext. De bedoeling van dit laatste is om een kritisch bewustzijn over de koloniale verzamelpraktijken en de gerelateerde beeldvorming van Afrikaanse culturen aan te wakkeren, en inter-cultureel begrip te stimuleren. De collectiedatabank van het KMMA zal worden aangevuld met gegevens van de bestudeerde sub-collectie. Onderzoeksresultaten worden gecommuniceerd via de collectiepagina op de website van het KMMA.


Over deze website

Uw privacy

© 2017 POD Wetenschapsbeleid