Sitemap Contact Kalender Nieuw Home

Projectendatabank FEDRA

Presentatie

Onderzoeksacties

Personen

Zoeken

Werkende armen en veranderingen in werk, inkomen, en de gezinssamenstelling (IPSWICH)

Onderzoeksproject BR/154/A4/IPSWICH (Onderzoeksactie BR)


Personen :

  • M.  GOOS Maarten - Katholieke Universiteit Leuven (K.U.Leuven)
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 15/12/2015-15/3/2018
  • Prof. dr.  VAN GYES Guy - Katholieke Universiteit Leuven (K.U.Leuven)
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 15/12/2015-15/3/2018
  • Mevr.  CANTILLON Bea - Universiteit Antwerpen (UA)
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 15/12/2015-15/3/2018
  • Dhr.  MARX Ive - Universiteit Antwerpen (UA)
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 15/12/2015-15/3/2018
  • Prof. dr.  RYCX François - Université Libre de Bruxelles (ULB)
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 15/12/2015-15/3/2018

Beschrijving :

PROJECT BESCHRIJVING


Het aantal werknemers dat in armoede leeft neemt in België, net als in de rest van Europa, toe. Toch blijft het aandeel werkende armen bij ons nog steeds relatief laag. We moeten we deze complexe dreiging beter begrijpen om de veerkracht van de Belgische arbeidsmarkt en het sociale zekerheidsysteem in te schatten. Daarbij kijken we zowel naar de structuur van armoede vandaag als naar de dynamieken die vorm zullen geven aan armoede morgen. Het IPSWICH project tracht inzichten te verzamelen in de manier waarop institutionele en politieke factoren, en de onderliggende economische en huishoudelijke dynamieken, leiden tot het fenomeen van werkende armen in België. Daarbij houden we rekening met de relatie tussen werkende armen en arme werklozen. Dit project belicht aspecten zoals loon, werktijden en contracten, de werkintensiteit van huishoudens, sociale bescherming, productiviteit, discriminatie en onderhandelingsmacht. De analyses richten zich op drie aspecten die tot nog toe relatief onderbelicht bleven in de nationale en internationale literatuur: a) de impact van atypisch werk op armoede, b) jobpolarisatie en institutionele loonvorming, en c) de loondiscriminatie van bepaalde kansengroepen - met name buitenlanders – op de werkvloer.

Werkende armen zijn een zorgwekkend onderdeel van trends die mogelijk niet te vermijden zijn, zoals jobpolarisatie, technologische veranderingen en vraagverschuivingen. Er is nood aan een omvattend kader om te anticiperen op een meer ongelijke arbeidsmark. Men dient daarbij rekening te houden met het feit dat armoede in België vooral geconcentreerd is in huishoudens met een lage werkintensiteit. In het project buigen we ons over een alternatieve, inclusieve groeistrategie met daarin een rol voor de overheid en voor de sociale partners, waardoor economische vooruitgang en betere leef- en werkomstandigheden voor iedereen kunnen worden gecombineerd. Wij ontwikkelen en testen een aantal hypotheses met betrekking tot de schijnbare afruil tussen werkloosheid en werkende armoede. Op microniveau is er de beschermende rol van andere gezinsinkomens, naast (lage) lonen. Op macro-niveau zijn er twee denkrichtingen. Een is de bijna mechanische relatie tussen sociale uitkeringen en de verdeling van de lonen (via de werkloosheidsval). De tweede is dat een aantal veranderingen op de arbeidsmarkt gunstig zouden kunnen zijn, maar niet als er geen omkaderende regulerende structuur bestaat: verhoogde flexibiliteit, migratie, en technologische veranderingen zijn alomtegenwoordige trends in de meeste westerse economieën en dragen bij tot de economische vooruitgang. Toch stellen we vast dat de werknemers die niet zijn verenigd, of een zwakke binding hebben met de arbeidsmarkt, de eerste slachtoffers worden van deze trends. Dit doet meerdere vragen rijzen. Op welke wijze cumuleren arbeidsmarkttransities tot armoederisico's? Houdt het sociaal overleg rekening met de economische veranderingen en verschuivingen op de arbeidsmarkt? Hebben we een goed begrip van discriminatie op het werk? Het antwoord op deze vraagstukken moet een meer genuanceerde kijk op werkende armen geven, dat voorbij individuele verklaringen (vb. inzetbaarheid) gaat, en duidelijk maakt wat de beperkingen en voorwaarden zijn voor een activeringsbeleid.

De bijdrage van dit project tot het onderzoeksveld ligt in de toepassing en de ontwikkeling van verbeterde modellen om ongelijkheid en haar oorzaken en gevolgen op te meten. We gebruiken de methodiek van type-gezinnen als leidraad voor de comparatieve beleidsanalyse; om de verschillen tussen standaardwerk en atypisch werk te onderzoeken, maken we gebruik van decompositie methoden zoals Oaxaca-Blinder; voor de analyse van het minimumloon effecten binnen het institutionele systeem hanteren we de methode van Autor, Manning, en Smith (2015). Tot slot wordt voor de analyse van discriminatie op ondernemingsniveau, en de impact van diversiteit op de bedrijfsprestaties, een nieuwe methode ontwikkeld die rekening houdt met de individuele verschillen in productiviteit tussen werknemers.

Het project zal leiden tot zeven working papers die voor publicatie in peer-reviewed tijdschriften worden voorgelegd. Elk van deze bijdrages wordt begeleid door een korte beleidsnota waarmee de bevindingen onder beleidsmakers kunnen worden verspreid. Het geheel wordt samengevat in het eindrapport, en de bevindingen worden gepresenteerd op de slot conferentie in het voorjaar van 2018 rond 'het verleden, het heden en de toekomst van werkende armen in België'.


Over deze website

Uw privacy

© 2017 POD Wetenschapsbeleid