Sitemap Contact Kalender Nieuw Home

Projectendatabank FEDRA

Presentatie

Onderzoeksacties

Personen

Zoeken

Mensen, Autoriteiten en Radicalisme: tussen polarisatie en sociale constructie (FAR)

Onderzoeksproject BR/175/A4/FAR (Onderzoeksactie BR)


Personen :

  • M.  PILET Jean-Benoit - Université Libre de Bruxelles (ULB)
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 1/4/2017-31/3/2021
  • Dr.  MINE Benjamin - Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC)
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 1/4/2017-31/3/2021
  • Mme  DETRY Isabelle - Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC)
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 1/4/2017-31/3/2021
  • M.  JEUNIAUX Patrick - Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC)
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 1/4/2017-31/3/2021
  • Prof. dr.  FADIL Nadia - Katholieke Universiteit Leuven (K.U.Leuven)
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 1/4/2017-31/3/2021
  • Mme  TORREKENS Corinne - Université Libre de Bruxelles (ULB)
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 1/4/2017-31/3/2021

Beschrijving :

PROJECT BESCHRIJVING

De centrale doelstelling van het project FAR is om een analyse te bieden van de processen die leiden tot terrorisme en gewelddadig radicalisme in België. Het project berust op drie centrale assen die te maken hebben met de manier waarop gewelddadig radicalisme tot stand komt en wordt bestuurd en wordt aangestuurd door een interdisciplinaire onderzoeksgroep (politieke wetenschappen, sociologie, antropologie, criminologie).

De eerste onderzoeksas tracht de verschillende beleidsinitiatieven (federaal, regionaal en lokaal) in het kader van de preventie van gewelddadig radicalisme in kaart te brengen. Dit overzicht moet ons toelaten om de verschillende beleidsinitiatieven te evalueren, evenals hun articulatie, en zal ons ook toelaten na te gaan hoe beleidsactoren het probleem van radicalisering definiëren en omschrijven. Een tweede luik in deze as tracht de effecten van dit beleid na te gaan, door te onderzoeken hoe eerstelijnswerkers (sociale werkers, leerkrachten) omgaan met dit beleid evenals de richtlijnen rond gewelddadig radicalisme. De methode die hiervoor gehanteerd wordt is kwalitatief en etnografisch onderzoek, op basis van interviews en observaties. Dit moet ons toelaten na te gaan hoe de beleidsinitiatieven nieuwe vormen van samenwerking mogelijk maken tussen de verschillende sociale actoren, maar ook hoe ze bijdragen in de sociale perceptie van gewelddadig radicalisme, en hoe deze perceptie de omgang hiermee bepaalt.

De tweede onderzoeksas richt zich op de Belgische bevolking en de manier waarop processen die kunnen leiden tot terrorisme of gewelddadig radicalisme worden benaderd. Aan de hand van een enquête met behulp van een gestandaardiseerde vragenlijst bij een representatieve steekproef van de Belgische bevolking (N=1500) zullen we een cartografie trachten te ontwikkelen van de attitudes van Belgische burgers jegens het gebruik van geweld door radicale groepen, maar ook van de manier waarop het beleid met deze groepen omgaat. De hypothese die gevolgd wordt is dat er een stijgende polarisering is in de heersende visies rond legitiem geweld, en dit zowel bij de overheid als bij radicale groepen. Deze steun voor geweld zal dan onderzocht worden in het licht van vijf verklarende factoren: (a) de sociaaleconomische situatie, (b) attitudes en politiek gedrag, © identiteit, (d) de relatie tot religie en € de afstand en sociale polarisatie tussen de groepen.

Ten slotte zal een laatste onderzoeksas op micro-sociologisch niveau individuele kenmerken, de levensloop en/of (strafrechtelijke) trajecten onderzoeken van individuen die geïdentificeerd werden als “geradicaliseerd” (in brede zin van het woord) door de Belgische overheden (door de politie, de verschillende diensten van de strafrechtsbedeling, de veiligheidsdiensten). Naast een literatuuroverzicht, gericht op dit specifieke onderwerp, en een studie van de registratiepraktijken van het fenomeen “radicalisering” doorheen de strafrechtsbedeling, baseert dit derde luik zich voornamelijk op twee complementaire methodes.

Ten eerste zullen voor een steekproef van personen die als “geradicaliseerd” worden bestempeld, de trajecten en de (eventuele) strafrechtelijke incidenten waarin zij betrokken waren, geanalyseerd worden, door de beschikbare gegevens uit de verschillende databanken van de strafrechtsbedeling samen te brengen. De steekproef zal getrokken worden op basis van een federale database (b.v. van de federale politie of van de OCAM).

Ten tweede zullen er een aantal kwalitatieve interviews afgenomen worden met een beperkt aantal individuen die als “radicaal” geïdentificeerd werden. Het doel is om een diepgaande analyse op te stellen van de zin die deze personen geven aan hun traject alsook aan hun verhouding tot de publieke overheden, teneinde de plaats en de gevolgen van deze ervaring in hun toekomstbeeld te begrijpen; in een bredere zin zal er ook een reflectie aangevat worden over de pertinentie en het nut van de concepten en de antwoorden die de openbare overheden aanleveren ten aanzien van deze problematieken (terrorisme, gewelddadige radicalisering, etc.).

Deze drie onderzoeksassen moeten ons in staat stellen om een aantal beleidsaanbevelingen te maken omtrent de bestaande beleidsinitiatieven en om het algemeen sociaal klimaat in België rond het thema ‘gewelddadig radicalisme’ te verbeteren.


Over deze website

Uw privacy

© 2017 POD Wetenschapsbeleid