Sitemap Contact Kalender Nieuw Home

Projectendatabank FEDRA

Presentatie

Onderzoeksacties

Personen

Zoeken

The Great War from Below Multiple Mobility and Cultural Dynamics in Belgium (1900-1930) (GWB)

Onderzoeksproject BR/121/A3/GWB (Onderzoeksactie BR)


Personen :

  • Dr.  WOUTERS Nico - Studie- & documentatiecentr. Oorlog & hedendaagse Maatschap. (SOMA)
    Coördinator van het project
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 1/10/2013-31/12/2017
  • Dr.  AMARA Michaël - Rijksarchief (RA)
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 1/10/2013-31/12/2017
  • Dr.  TIXHON Axel - Facultés Universitaires Notre-Dame de la Paix (FUNDP)
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 1/10/2013-31/12/2017
  • Dr.  MATTHIJS Koen - Katholieke Universiteit Leuven (K.U.Leuven)
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 1/10/2013-31/12/2017
  • Dr.  VRINTS Antoon - Universiteit Gent (UGent)
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 1/10/2013-31/12/2017

Beschrijving :

Dit onderzoeksproject wil de maatschappelijke impact van de Eerste Wereldoorlog (WOI) in België op de lange termijn analyseren aan de hand van een systematische bottom-up analyse van zorgvuldig uitgekozen sociale groepen (in drie werkpakketten):

1° Oud-strijders (incl. Krijgsgevangenen);
2° Collaborateurs en Verzetsstrijders;
3° Dwangarbeiders (gedeporteerden en niet-gedeporteerden).

Al deze sociale groepen werden rechtstreeks getroffen door WOI en hun respectieve oorlogservaringen brachten in verschillende mate processen van groepsformatie en identificatie op gang. Twee soorten vragen staan centraal in dit onderzoeksproject.

1) Welke invloed hadden specifieke oorlogservaringen (met speciale nadruk op de confrontatie met ‘de ander’) op de lange termijn voor deze groepen als geheel (sociale mobiliteit, veranderingen)?
2) Welke strategieën ontwikkelden deze groepen na de oorlog om met hun oorlogservaringen om te gaan; waarop maakten zij aanspraak?

Hoe breed en fundamenteel waren de maatschappelijke veranderingen vergeleken met de continuïteiten; wat voor soort veranderingen zijn merkbaar; welke variabelen (sociaal, geografisch, cultureel-religieus, oorlogservaringen/confrontatie met de ander) kunnen de verschillen verklaren tussen de groepen; wat veroorzaakte deze veranderingen en wat was de speelruimte voor maatschappelijke verandering na 1918 (hoe open/gesloten bleef de maatschappelijke context)? In welke mate droeg een gedeeld oorlogsverleden bij tot collectieve eisen en het proces van groepsformatie? Waren het deze processen die leidden tot zelforganisatie, zoals de oprichting van de vele verenigingen voor oorlogsweduwen, oud-strijders of zelfs voormalige collaborateurs lijkt aan te geven? Wat voor politieke en maatschappelijke aanspraken maakte deze verenigingen, welke strategieën ontwikkelden zij en in hoeverre waren zij hierin succesvol? Waren sommige groepen (zoals oud-strijders) meer geneigd dan anderen (zoals dwangarbeiders) om zich te verenigen met mensen met een gedeeld oorlogsverleden, en zo ja, waarom dan wel? In welke mate kwam het sociaal profiel van de leiders en militanten van de verenigingen overeen met het profiel van de maatschappelijke groep die zij zouden vertegenwoordigen?

De methodologische interdisciplinariteit ligt in de combinatie van historische prosopografie, sociaal-demografische levensloopanalyse en sociaal-politieke analyse van collectieve/individuele agency. Na de belangrijke academische omslag tijdens de jaren ’90, toen cultuurgeschiedenis en memory studies langzaamaan dominant werden in de internationale WOI-historiografie, wil dit onderzoeksproject opnieuw sociale geschiedenis(sen) centraal stellen in de historiografie van WOI.
Via wat kan beschouwd worden als een ‘sociale geschiedenis van WOI’ zullen we kritisch omgaan met de academische consensus dat de top-down hervormingen als gevolg van de principes van massademocratie, in gang gezet door de Grote Oorlog (politieke en socio-economische hervormingen), grotendeels werden overgenomen en geïnternaliseerd door lokale verenigingen en de gewone bevolking na 1918. 

Het onderzoeksproject wordt uitgevoerd door drie doctoraatsonderzoekers en één postdoctoraal onderzoeker. Florent Verfaillie (CEGESOMA) voert onderzoek uit naar collaborateurs en verzetsmensen; Fabian Van Wesemael (UGent en UNamur) voert onderzoek uit naar oudstrijders; Arnaud Charon (ARA) voert onderzoek naar de dwangarbeiders en dr. Saskia Caroline Hin (KULeuven) staat in voor de overkoepelende methodologische onderzoeksbegeleiding. Het project startte in maart 2014 en loopt tot en met februari 2018.

Tijdens de vierjarige looptijd van dit onderzoeksproject zijn verschillende publieksmomenten voorzien: onder meer een workshop rond het gebruik van Belgische bronnen voor een sociale geschiedenis van oorlog en bezetting en een methodologische workshop rond historische demografie en prosopografie. Tijdens de loop van het project, zullen diverse tussentijdse resultaten worden gepubliceerd in peer reviewed tijdschriften.

Als voorziene eindproducten van dit project, zijn er vooreerst de drie doctoraatscripties (en respectievelijke monografieën). Er wordt ook een internationale eindconferentie voorzien, waarin de belangrijkste resultaten van het onderzoeksproject worden voorgesteld en in internationaal perspectief worden geplaatst. Daarnaast is er ook een edited volume voorzien in het Engels, die zowel de elementen van sociale geschiedenis als de methodologische elementen zal combineren in één eindproduct. Voor een bredere vertaling van de resultaten, tot slot, wordt gedacht aan een visuele vertaling van enkele representatieve levensverhalen per sociale groep.


Over deze website

Uw privacy

© 2017 POD Wetenschapsbeleid