Sitemap Contact Kalender Nieuw Home

Projectendatabank FEDRA

Presentatie

Onderzoeksacties

Personen

Zoeken

Generatie en Gender ENergy-armoede: Realiteit en Sociaal beleid (2GENDERS)

Onderzoeksproject BR/121/A5/2GENDERS (Onderzoeksactie BR)


Personen :

  • Prof. dr.  BARTIAUX Françoise - Université Catholique de Louvain (UCL)
    Coördinator van het project
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 1/10/2013-31/12/2017
  • Dr.  OOSTERLYNCK Stijn - Universiteit Antwerpen (UA)
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 1/10/2013-31/12/2017
  • Dr.  LAHAYE Willy - Université de Mons (UMONS)
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 1/10/2013-31/12/2017
  • Dr.  DAY Rosie - University of Birmingham (UNI-BHAM)
    Betoelaagde buitenlandse partner
    Duur: 1/10/2013-31/12/2017

Beschrijving :

Context

Het 2GENDERS project focust op energiearmoede in België. Eenvoudig gesteld verstaan we onder energiearmoede de onmogelijkheid om een toereikende energievoorziening te genieten in de woning. Energiearmoede is een echte bezorgdheid in de Belgische samenleving, gezien de toename van de economische ongelijkheid en de energieprijzen. Prijsstijgingen inzake wonen en energie hebben een uiteenlopende impact op de armste bevolkingsgroepen. De toegang tot energie en tot de diensten die daarmee samenhangen kunnen in het gedrang komen, met erg negatieve gevolgen op gebied van welzijn. Dit is in strijd met de menselijke waardigheid en het recht op een fatsoenlijk bestaan (zie het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie uit 2010). België heeft de vermindering van energiearmoede vermeld in zijn federaal armoedebestrijdingsplan, maar er is nog veel werk aan de winkel om deze doelstelling te realiseren.

Algemene doelstellingen en onderliggende onderzoeksvragen

Het project zal het fenomeen en de getroffen bevolkingsgroepen beschrijven, de eventuele verbanden onderzoeken tussen energiearmoede en sociale relaties, mobiliteit en zelf-gerapporteerde gezondheid, en mogelijke acties voorstellen en bespreken met een reeks belanghebbenden waaronder de energiearmen. Specifieke aandacht zal gaan naar gender- en generationele aspecten van energiearmoede omdat er redelijke argumenten zijn om aan te nemen dat bepaalde genders en generaties verschillend getroffen worden door energiearmoede – bijvoorbeeld alleenstaande moeders en ouderen. Het uiteindelijke doel is om beleidsmakers een aantal theoretisch en empirisch onderbouwde beleidsopties en aanbevelingen te bezorgen om energiearmoede en de gevolgen daarvan terug te dringen.

Aard van de interdisciplinariteit

Het team dat dit project uitvoert is multidisciplinair, dit is nodig omdat energiearmoede en de daarmee gepaard gaande kwetsbaarheden verschillende invalshoeken vereisen en het takenpakket vaardigheden uit uiteenlopende disciplines kan gebruiken (socio-antropologie, psychologie, economie, demografie en statistiek, filosofie). Er is ook een partner uit het Verenigd Koninkrijk betrokken, een land waar energiearmoede reeds meer dan twee decennia op de politieke en de onderzoeksagenda staat. Het 2GENDERS project zal putten uit de laatste ontwikkelingen in het conceptuele begrip energiearmoede en bouwen op de internationale ervaring om het te bestrijden.

Methodologie

Energiearmoede definiëren is geen eenvoudige zaak en dit project zal de geschiktheid nagaan van verschillende definities in de Belgische context, vooraleer over te gaan tot de bepaling van de omvang van energiearmoede in de Belgische bevolking. Dit zal gebeuren aan de hand van statistische analyses van ruime databanken zoals de SILC en de GGP enquêtes. Kwalitatieve methodes waaronder diepte interviews in de drie Belgische Gewesten en participerende observatie in twee gewesten, moeten een beter begrip opleveren van de precieze omstandigheden die tot energiearmoede leiden. Sociale werkers zullen ingezet worden als bemiddelaar en tussenpersoon.
Een belangrijk deel van het werk bestaat uit het begrijpen van de multidimensionele aspecten van energiearmoede, inclusief bijv. de kwetsbaarheden inzake sociale relaties, werk, mobiliteit en gezondheid. Deze aanpak is geïnspireerd op huidig werk in het VK en daarbuiten, waarbij men energiearmoede ziet als een vorm van kwetsbaarheid verbonden aan enkele cruciale competenties (‘capabilities’). Dit kan voor verschillende huishoudens anders zijn bijv. ouderen, genders en gezinnen met kinderen. De werkzaamheden bestaan uit statistische analyses op de bestaande datasets, diepte-interviews en immersie etnografie met een selectie van energiearme huishoudens en sociale diensten die rond het thema actief zijn.

Potentiële impact van het onderzoek voor wetenschap, maatschappij en/of beslissingsondersteuning

Het conceptueel en empirisch werk zal uitmonden in een reeks opties en interventiemogelijkheden om het bestaan en de gevolgen van energiearmoede te verminderen, met voor elke optie een onderbouwde redenering. De opties zullen geëvalueerd worden samen met energiearme huishoudens en met andere belanghebbenden waaronder beleidsmakers, regulatoren, ngo’s en sociaal werkers, gebruik makend van de Methode van Groepsanalyse. Het project zal daardoor goed geplaatst zijn om sterke finale aanbevelingen te kunnen doen voor een plan van aanpak dat rekening houdt met de noden van verschillende huishoudens, conceptueel en empirisch onderbouwd, en waarin de betrokken actoren kunnen vertrouwen.
Bijkomend, en voor het einde van het project, zullen er infosessies in het Nederlands en Frans aangeboden worden voor sociaal werkers die met energiearmoede bezig zijn bij gemeentediensten of in ngo’s, om hen van de bevindingen van dit onderzoeksproject op de hoogte te brengen.
De onderzoeksresultaten zullen verspreid worden in nationale en internationale conferenties en in peer-reviewed artikelen.
In het algemeen zal dit project een zeer significante bijdrage leveren aan het welzijn van de Belgische samenleving dankzij vooraanstaand, internationaal geïnspireerd onderzoek en op die manier bijdragen aan een beter begrip van energiearmoede in Europa en internationaal door de ontwikkeling van ideeën die uitgewerkt werden in de specifieke Belgische context.


Over deze website

Uw privacy

© 2017 POD Wetenschapsbeleid