Sitemap Contact Kalender Nieuw Home

Projectendatabank FEDRA

Presentatie

Onderzoeksacties

Personen

Zoeken

Begrijpen van de operationele, strategische en politieke implicaties van de nationaal genetische databank (Be-Gen)

Onderzoeksproject BR/132/A4/Be-Gen (Onderzoeksactie BR)


Personen :

  • Dr.  RENARD Bertrand - Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC)
    Coördinator van het project
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 1/12/2013-28/2/2018
  • Prof. dr.  VANDER BEKEN Tom - Universiteit Gent (UGent)
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 1/12/2013-28/2/2018
  • Dr.  DE HERT Paul - Vrije Universiteit Brussel (VUB)
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 1/12/2013-28/2/2018

Beschrijving :

Al sinds de jaren ’90 maakt de Belgische overheid in het kader van gerechtelijke onderzoeken gebruik van forensisch DNA. In 1999 werd er een wet gestemd die het gebruik ervan, inclusief het beheer van de nationale DNA-gegevensbanken (NGDB) door het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC), regelde. Forensisch DNA heeft in de zoektocht naar de waarheid een revolutionaire rol gespeeld en talloze gerechtelijke onderzoeken vooruit geholpen.
Ondanks het hoge kostenplaatje dat aan deze technologie verbonden is, zijn de voordelen ervan voor België nog nooit systematisch geëvalueerd. Ons land wordt verwacht nog meer middelen te investeren teneinde, in het kader van het Verdrag van Prüm, genetische profielen uit te wisselen met de lidstaten van de Europese Unie. DNA data zou een buitengewoon rijk beeld kunnen schetsen van de criminele activiteit in termen van ruimtelijke en temporele distributie, en diens relatie tot socio-economische en criminogene factoren.

Dit project heeft tot doel de bijkomende waarde van DNA data in criminologisch onderzoek te evalueren, meer bepaald in een internationaal kader. Het zal daarom samenwerken met het door de Europese Commissie gefundeerde “PIES-The Prüm Implementation, Evaluation, and Strengthening of Forensic DNA Data Exchange” project (nummer HOME/2011/ISEC/AG/PRUM/4000002150, grote overeenkomst 30-CE-0498536/00-03), dat wordt gecoördineerd door het NICC in samenwerking met zeven andere internationale partners (uit Frankrijk, Nederland en het Verenigd Koninkrijk).

Het eerste objectief van het Be-Gen project is de evaluatie van de operationele implicaties van forensisch DNA (i.e., het belang hiervan bij het oplossen van zaken).
De onderzoekers van het NICC zullen deze evalueren door middel van het identificeren en kritisch lezen van relevante literatuur, door het bespreken van verschillende visies en standpunten, en door het bestuderen van de empirische bijdragen van forensisch DNA. Zij zullen hiervoor gebruik maken van een representatief aantal rechtszaken. Bovenop deze kwalitatieve analyse zal er ook een statistische analyse worden uitgevoerd, vergezeld van een reeks interviews met magistraten, politieleden, DNA gerechtelijke deskundigen en advocaten betreffende de aangehaalde kwesties en de studie over de NGDB.
Teneinde de wisselwerking tussen DNA en de daders te onderzoeken, zal er een vergelijking worden gemaakt tussen zij wiens DNA is opgeslagen in een databank en zij van wie dit niet het geval is. Deze vergelijking zal zich toespitsen op de gevolgen van een eventuele opslag van hun DNA voor de betrokken daders. Deze vergelijkende analyse zal een studie van de gerechtelijke dossiers van deze daders behelzen, evenals ongeveer 40 interviews om hen te bevragen over hun meningen hieromtrent.
Ten slotte zullen de onderzoekers van het NICC de impact van de nieuwe DNA-wet (van november 2011) onderzoeken, evenals de wijzigingen die aan deze onderzoeksmethode zijn aangebracht; zowel op nationaal niveau als wat betreft de internationale uitwisseling van DNA-gegevens. Een allesomvattende analyse zal de resultaten van vóór en na de inwerkingtreding van deze nieuwe wet vergelijken.

Het tweede deel van het project zal de strategische implicaties van DNA-gebaseerde forensische intelligentie evalueren (i.e., de capaciteit om zgn. hotspots te identificeren op het grondgebied). De onderzoekers van de Universiteit van Gent zullen beginnen met het bestuderen van de beschikbare instrumenten die strategische intelligentie aanbieden (bv. het Nationaal Veiligheidsplan, de verslagen betreffende de kostprijs van forensisch DNA,…). Een strategische analyse zal worden uitgevoerd, en vervolgens vergeleken met analyses die gebaseerd zijn op andere types informatie.

Het vormen van een statistisch model van forensisch DNA zal gebeuren in drie fases. Eerst, door het herbekijken van de verscheidene documenten die de inhoud van de nationale DNA-databank beschrijven. In de daaropvolgende fase zal er aan de onderzoekers een lijst met DNA stalen en cruciale informatie (bv. de aard van het misdrijf, datum van opname in de databank, enz.) worden verschaft. Deze informatie zal, vanzelfsprekend, geen ‘persoonlijke gegevens’ bevatten. Gebruik makende van deze verrijkte dataset, zullen de onderzoekers de monsterneming van DNA op temporeel en ruimtelijk vlak in België in kaart brengen. Gebruik makend van GIS software (QGIS/GRASS), zullen hotspot-kaarten van DNA stalen worden gemaakt. In de derde en laatste fase zullen de onderzoekers trachten de spatio-temporele patronen uit te leggen, zich baserend op karakteristieken van de betrokken regio’s en tijdsperiodes. De onderzoekers zullen dan de uiteindelijke resultaten van de DNA-gebaseerde strategische analyse vergelijken met de resultaten van publieke informatie, zoals de politionele statistieken die werden ontwikkeld door de Directie van de operationele politionele informatie (CGO).
Ten slotte zullen de onderzoekers trachten de impact van de nieuwe DNA-wet van 2011 te voorspellen door de hotspot-analyses te interpreteren in het licht van de informatie van Prüm, meer bepaald omtrent hun betrokkenheid bij transnationale misdrijven.

Het derde en laatste deel zal de wettelijke en politieke stakeholders identificeren, alsook verschillende manieren overlopen om de evaluaties in voorgaande delen te gebruiken, en vervolgens toepasselijke aanbevelingen formuleren om de criminaliteit te verminderen en de sociale respons te bevorderen.
De onderzoekers van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) zullen beginnen met het formuleren van aanbevelingen voor het veiligheidsbeleid. Zij zullen hiervoor de resultaten van het eerste en tweede luik synthetiseren. Daarenboven zullen zij een rechtsvergelijkende studie uitvoeren.
Ten slotte zullen ook zij de DNA-wetten van 1999 en 2011 bestuderen. Er zullen discussiegroepen worden georganiseerd met de betrokken actoren, die een sleutelrol spelen bij het doorvoeren van de veranderingen die voorzien zijn door de DNA-wet van 2011. Deze discussies zullen onder andere handelen over het vinden van een efficiënt systeem voor de follow-ups van DNA-hits. Vervolgens zullen er aanbevelingen worden geformuleerd, gebaseerd op deze groepsdiscussies.

Over het algemeen zal dit project bijdragen tot de verbetering van de veiligheid en justitie in onze maatschappij. Beleidsmakers zullen baat hebben bij deze aanbevelingen en evaluaties, noodzakelijk om het veiligheids- en justitiebeleid aan te passen en aldus beter gebruik kunnen maken van de beschikbare middelen. Vanuit een wetenschappelijk standpunt zal deze studie een doorbraak in dit specifieke domein betekenen, daar er nog geen studies bestaan die de bruikbaarheid van forensisch DNA in België evalueren.
Het onderzoek zal verschillende resultaten opleveren (bv. tussentijdse en finale rapporten, artikels in wetenschappelijke tijdschriften, …) die zullen bijdragen tot een beter begrip van forensisch DNA en diens gebruik. Ook zullen er wetenschappelijk gebaseerde aanbevelingen worden geformuleerd voor de betrokken gerechtelijke actoren, die betrokken werden tijdens de discussiegroepen.


Over deze website

Uw privacy

© 2017 POD Wetenschapsbeleid