Sitemap Contact Kalender Nieuw Home

Projectendatabank FEDRA

Presentatie

Onderzoeksacties

Personen

Zoeken

Lucht Identificatie & Registratie voor Cultureel Erfgoed: Verbeteren van de luchtkwaliteit (AIRCHECQ)

Onderzoeksproject BR/132/A6/AIRCHECQ (Onderzoeksactie BR)


Personen :

  • Dr.  SCHALM Olivier - Universiteit Antwerpen (UA)
    Coördinator van het project
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 1/12/2013-30/9/2018
  • Dr.  VANDER AUWERA Joost - Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België (KMSK)
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 1/12/2013-30/9/2018
  • Dr.  OTTEN Elke - Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis (MRAHM-KMLK)
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 1/12/2013-30/9/2018
  • Dr.  DE WAEL Karolien - Universiteit Antwerpen (UA)
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 1/12/2013-30/9/2018
  • Prof. dr.  DEMEYER Serge - Universiteit Antwerpen (UA)
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 1/12/2013-30/9/2018

Beschrijving :

1. Waar gaat het project over?

Preventieve conservatie methoden zijn gebaseerd op het principe dat schade aan kunstwerken gecontroleerd of vertraagd kunnen worden door het sturen van omgevingsomstandigheden waarin de collecties geplaatst en bewaard zijn.. Door de luchtkwaliteit (indoor air quality - IAQ) te verbeteren, is het mogelijk om de levensduur van objecten te verlengen. Om die reden hebben collectiebeheerders grote interesse in het verbeteren van de luchtkwaliteit door een van de volgende taken uit te voeren:

• Routine monitoring: Bepalen van de luchtkwaliteit in functie van tijd en detecteren van een verhoging van één van de schadelijke parameters vooraleer kunstvoorwerpen hierop reageren;
• Diagnostische monitoring: Identificeren van de grootste risico’s in verband met omgevingsparameters of het onderzoeken van een specifiek degradatieprobleem;
• Prestatie monitoring: Prestaties van mitigerende maatregelen evalueren (bijv. gebruik van luchtreinigers) en de genomen maatregelen optimaliseren om de luchtkwaliteit te verbeteren.

Het probleem met milieucontrole in musea is dat ze zich meestal beperkt tot temperatuur en relatieve vochtigheid. In sommige gevallen wordt dit aangevuld met licht en UV-metingen. Het is echter bekend dat veel andere parameters zoals fijn stof en reactieve gassen (bv., O3, organische zuren) een cruciale rol spelen bij de degradatieprocessen van historische materialen. Toch worden deze parameters vaak niet gemeten. Bijkomende problemen die de evaluatie van mitigerende maatregelen belemmeren, zijn:

• Complexe relatie tussen omgevingsparameters en transformatiesnelheden: Het doel van preventieve conservatie is de transformatiesnelheid van historisch materialen te vertragen door het temperen van omgevingsparameters. Jammer genoeg zijn deze relaties grotendeels onbekend. Door het meten van de transformatiesnelheid van een reeks materialen moet het mogelijk zijn om na te gaan hoe schadelijk de omgevingsparameters voor een gemengde collectie zijn;
• Hoe de IAQ meten: De IAQ wordt niet alleen bepaald door de temperatuur en relatieve vochtigheid, maar door een grote variatie aan parameters. Hoewel het niet realistisch is gelijktijdig alle mogelijke parameters op te volgen, dienen de geselecteerde hoeveelheden ten minste op alle niveaus de betrekking te hebben;
• IAQ voor gemengde collecties: Dezelfde omgevingsomstandigheden kunnen voor een specifiek materiaal binnen een gemengde collectie geschikt zijn, terwijl het schadelijk is voor andere materialen binnen dezelfde collectie. Daarom wordt de luchtkwaliteit niet alleen bepaald door omgevingsparameters, maar ook door de materialen in die verzameling en door de eigenschappen van het gebouw zelf. Inspectie van de collectie en van het gebouw zullen nodig zijn om hun impact op de luchtkwaliteit te achterhalen;
• Menselijke beslissingen vs. analyseresultaten: Voor alle gemeten parameters is een drempelwaarde nodig die bepaalt of een bepaalde grootte al dan niet schadelijk is. Het definiëren van drempelwaarden vloeit niet altijd voort uit de metingen, maar is soms een menselijke beslissing. Er zal een methodologie moeten worden ontwikkeld waarmee we drempelwaarden kunnen bepalen.

2. Hoe kunnen we mitigerende maatregelen evalueren?

Het project heeft tot doel een controlekit te ontwikkelen voor het meten van vernoemde niveaus. De enorme hoeveelheid aan gegenereerde data zal via de IAQ monitoring software worden omgevormd tot één enkele parameter: de IAQ-index. Deze index beschrijft het 'globale' milieurisico voor een gemengde collectie in een bepaalde ruimte. De index wordt niet alleen door de parameters bepaald, maar ook door de gevoeligheid van de collectie. Bovendien zal er ook een prestatiebewakingsproces worden uitgewerkt.

3. Interdisciplinariteit van het project

Het project wordt gerealiseerd door een interdisciplinair team aan onderzoekers: (1) laboratoria die luchtanalyses uitvoeren, (2) wiskundigen die datastromen in een IAQ-index omzetten, (3) collectiebeheerders gespecialiseerd in collectie management, en (4) conservatiewetenschappers die vanuit de IAQ-index mitigerende maatregelen ontwerpen.

4. Impact en eindresultaten

De eindresultaten zijn nuttig voor alle museumbeheerders, dus ook voor degene die niet in het project zijn betrokken. De resultaten kunnen beleidsmakers inspireren om acties te ondernemen in het kader van luchtvervuiling in musea. Naast rapporten, workshops en publicaties, zullen ook eindproducten met een impact op lange termijn worden gerealiseerd:

• Controlekit: Meetdoos die een minimaal aantal en betaalbare meetinstrumenten bevat en die door collectiebeheerders kan worden uitgeleend;
• Gebruiksvriendelijke software: Gebruiksvriendelijke software die in staat is om de datastroom genereerd door de controlekit tot een IAQ-index te verwerken en waarmee niet- deskundigen zelf de luchtkwaliteit kunnen evalueren;
• Werkproces: Ontwikkelen van een proces voor de evaluatie van mitigerende acties.


Documentatie :

Over deze website

Uw privacy

© 2017 POD Wetenschapsbeleid