Sitemap Contact Kalender Nieuw Home

Projectendatabank FEDRA

Presentatie

Onderzoeksacties

Personen

Zoeken

PRocess and Outcome Study of Prison-basEd Registration points (PROSPER)

Onderzoeksproject DR/70 (Onderzoeksactie DR)


Personen :

  • Dr.  VANDEVELDE Stijn - Universiteit Gent (UGent)
    Coördinator van het project
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 1/12/2014-31/10/2016
  • Dr.  MINE Benjamin - Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC)
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 1/12/2014-31/10/2016
  • Dr.  MAES Eric - Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC)
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 1/12/2014-31/10/2016
  • Dr.  VANDERPLASSCHEN Wouter - Universiteit Gent (UGent)
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 1/12/2014-31/10/2016
  • Prof. dr.  VANDER LAENEN Freya - Universiteit Gent (UGent)
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 1/12/2014-31/10/2016
  • Dr.  LLOYD Charlie - The University of York (UYORK)
    Betoelaagde buitenlandse partner
    Duur: 1/12/2014-31/10/2016

Beschrijving :

Het project is gericht op de evaluatie van de Centrale AanmeldingsPunten (CAPs) in de gevangenissen in Wallonië, Vlaanderen en Brussel. CAPs kunnen worden omschreven als kortdurende case management interventies die een liaison-functie vervullen tussen de gevangenis en de drughulpverlening buiten de gevangenis. CAPs zijn erop gericht gedetineerde druggebruikers te ondersteunen bij het vinden van passende hulpverlening wanneer zij de gevangenis verlaten.
De volgende doelstellingen staan hierbij voorop: (1) het verschaffen van informatie rond beschikbare behandeling; (2) het verhogen van de motivatie en bereidheid tot behandeling; en (3) het doorverwijzen en contact leggen met diensten voor de behandeling van drugproblemen. De werking en de effecten van de CAPs zijn tot nu toe nog niet wetenschappelijk onderzocht.

Deze studie heeft daartoe een drieledige doelstelling:

1. De huidige werking van de CAPs evenals de effecten ervan op de trajecten van verslaafde personen die een misdrijf hebben gepleegd onderzoeken. Er zal zowel aandacht worden besteed aan de mate waarin personen in contact komen met de diensten alsook aan behandelingsgerelateerde resultaten, met inbegrip van motivatie, behandelingsbetrokkenheid, retentie in behandeling, gezondheid en psychosociaal functioneren, en recidive.

2. In kaart brengen van hoe de CAPs gepercipieerd worden door de verschillende betrokkenen (CAP-stafleden, CAP-cliënten, gevangenispersoneel, drughulpverleners, …) en dit met aandacht voor de huidige werking, sterke punten, werkpunten en toekomstige uitdagingen en opportuniteiten.

3. Het formuleren van beleidsaanbevelingen met betrekking tot het eventueel verderzetten, uitbreiden en/of aanpassen van de huidige werking van de CAPs.

Het project maakt gebruik van een multi-method benadering en bestaat uit 6 werkpakketten.

WP 1. Literatuuronderzoek en secundaire analyse van de CAP-databanken
De studie vangt aan met een literatuuronderzoek omtrent de stand van zaken met betrekking tot doorverwijzing en case management van verslaafden in gevangenissen en de effecten hiervan. Een tweede activiteit in WP 1 behelst een secundaire analyse van de databanken van de CAPs. De beschikbare data zullen worden geanalyseerd met de bedoeling zicht te krijgen op behandelingstrajecten en behandelingsgerelateerde resultaten.

WP 2. Retrospectieve analyse in beschikbare databases
Het tweede werkpakket is gericht op het onderzoeken van de relatie tussen de ondersteuning die geboden wordt door de CAPs en recidive. De effectiviteit van de CAPs zal worden onderzocht aan de hand van drie recidive-indicatoren (het plegen van nieuwe feiten, herveroordelingen en heropsluiting in de gevangenis). Deze indicatoren zullen worden vergeleken in twee groepen van ex-gedetineerden die zullen worden geselecteerd uit de beschikbare databanken van de CAPs. De invloed van de CAPs zal worden geanalyseerd door middel van multivariate analysetechnieken gecontroleerd voor een aantal variabelen (bvb. leeftijd, soort middel, aard van het misdrijf, duur van de gevangenisstraf, …).

WP 3. Kwalitatief onderzoek naar de percepties van de betrokkenen rond de werking van de CAPs
Het derde werkpakket, gericht op een procesevaluatie, onderzoekt hoe de verschillende betrokkenen de werking van de CAPs percipiëren. Deze studie heeft aandacht voor volgende vragen: (1) wat is de toegevoegde waarde van de CAPs; (2) welke factoren verhinderen dat de CAPs tot hun volle recht komen; (3) hoe schatten de betrokkenen de behandelingsgerelateerde doelstellingen en individueel functioneren (recidive, druggebruik) na verwijzing door het CAP ? Om de eerste twee vragen te beantwoorden, zullen vier groepen van respondenten worden bevraagd: (1) CAP stafleden; (2) hulpverleners van diensten buiten de gevangenis die op regelmatige basis CAP-cliënten behandelen/begeleiden; (3) personeelsleden van justitie die regelmatig contact hebben met CAP-cliënten (rechters, gevangenisbestuurders, gevangenispersoneel, …) en (4) CAP-cliënten. De derde onderzoeksvraag zal worden beantwoord door het toevoegen van vragen (onder meer rond recidive) aan de interviews met de stafleden van behandelingsdiensten die op regelmatige basis CAP-cliënten behandelen. De interviews zullen digitaal worden opgenomen, getranscribeerd en geanalyseerd door middel van het kwalitatief softwarepakket NVIVO.

WP 4. Prospectieve registratie van CAP-cliënten
Het vierde werkpakket is erop gericht om de kenmerken van CAP-cliënten in kaart te brengen en deze te relateren aan behandelingsgerelateerde resultaten aangaande doorverwijzing, aansluiting en deelname aan behandeling, en retentie. Deze studie maakt gebruik van een longitudinaal prospectief design waardoor eventuele moeilijkheden m.b.t. het koppelen van behandelings- en justitiële data beperkt worden. Cliënten worden aan de hand van een registratiestudie, waarin data systematisch zullen worden verzameld, opgevolgd m.b.t. doorverwijzing en aansluiting bij behandeling, deelname aan behandeling en andere relevante indicatoren (bvb. betrokkenheid in behandeling, en variabelen aangaande gezondheid en psychosociaal functioneren).

WP 5. Haalbaarheidsstudie met betrekking tot de implementatie van een kortdurend programma en met betrekking tot de (gepercipieerde) effecten op recidive en behandelingsgerelateerde resultaten
Het vijfde werkpakket bestaat uit twee fasen. Fase 5.1. betreft de implementatie van een piloot-project van een groepsgericht kortdurend programma ter motivatie van gedetineerden met een drugprobleem. De tweede fase, 5.2., omvat een haalbaarheidsstudie (procesevaluatie) met betrekking tot de implementatie van het kortdurend programma beschreven in 5.1. De perceptie van verschillende betrokkenen zal verzameld worden door middel van kwalitatieve interviews met: (1) CAP-stafleden; (2) personeel van diensten buiten de gevangenis die geregeld CAP-cliënten behandelen/begeleiden en die cliënten begeleiden die het kortdurend programma hebben gevolgd; (3) stafleden van justitie die regelmatige contacten hebben met CAP-cliënten; en (4) CAP-cliënten die het kortdurend programma hebben gevolgd. De cliënten zullen geïnterviewd worden voor, tijdens en na deelname aan het kortdurende programma. Thema’s die aan bod zullen komen omvatten motivatie, behandelingsbetrokkenheid en psychosociaal functioneren. Deze cliënten zullen ook worden betrokken bij WP 4, waardoor een exploratieve vergelijking met andere CAP-cliënten, die niet aan het kortdurende programma hebben deelgenomen, mogelijk wordt. De kwalitatieve data van WP5 zullen volgens dezelfde methodologie als deze beschreven bij WP3 worden geanalyseerd.

WP 6. Rapportage
De resultaten van de bovenvermelde werkpakketten zullen worden geïntegreerd en gerapporteerd in een wetenschappelijk rapport waarbij een antwoord zal worden gezocht op vragen met betrekking tot (1) de resultaten van de CAPs m.b.t. recidive en behandelingsgerelateerde indicatoren; (2) de procesevaluatie gebaseerd op de percepties van belangrijke betrokkenen aangaande het afgelopen, het huidige en het toekomstige functioneren van CAPs, met aandacht voor sterktes, mogelijke valkuilen en toekomstige uitdagingen en opportuniteiten; en (3) beleidsaanbevelingen met betrekking tot het verder continueren, uitbreiden en/of aanpassen van de CAPs.


Documentatie :


  • Colloquim PROSPER van 19/01/2017

    PRocess and Outcome Study of Prison-basEd Registration points (PROSPER) : report  Vandevelde, Stijn - Vander Laenen, Freya - Vanderplasschen, Wouter ... et al  Brussels : Belgian scientific Policy, 2016 (SP2660)
    [Om te downloaden

    Proces en uitkomstevaluatie van de centrale aanmeldingspunte voor druggebruikers in de belgische gevangenissen (PROSPER) : samenvatting  Vandevelde, Stijn - Vander Laenen, Freya - Vanderplasschen, Wouter ... et al  Brussel : Federaal Wetenschapsbeleid, 2016 (SP2661)
    [Om te downloaden

    Etude évaluative des processus et des effets des points centraux de contact, d'orientation et d'accompagnement pour usagers de drogue dans les prisons belges (PROSPER) : résumé  Vandevelde, Stijn - Vander Laenen, Freya - Vanderplasschen, Wouter ... et al  Bruxelles : Politique scientifique fédérale, 2016 (SP2662)
    [Om te downloaden

    PRocess and Outcome Study of Prison-basEd Registration points (PROSPER) : summary  Vandevelde, Stijn - Vander Laenen, Freya - Vanderplasschen, Wouter ... et al  Brussels : Belgian scientific Policy, 2016 (SP2663)
    [Om te downloaden

Over deze website

Uw privacy

© 2017 POD Wetenschapsbeleid