Sitemap Contact Kalender Nieuw Home

Projectendatabank FEDRA

Presentatie

Onderzoeksacties

Personen

Zoeken

De impact van individuen, organisaties en instituties op de lengte van de loopbaan (CARLE)

Onderzoeksproject TA/00/32A (Onderzoeksactie TA)


Personen :

  • Prof. dr.  SELS Luc - Katholieke Universiteit Leuven (K.U.Leuven)
    Coördinator van het project
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 1/12/2007-31/1/2010
  • Prof. dr.  FORRIER Anneleen - Lessius Hogeschool (LESS)
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 1/12/2007-31/1/2010
  • Prof. dr.  MORTELMANS Dimitri - Universiteit Antwerpen (UA)
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 1/12/2007-31/1/2010
  • Prof. dr.  DE VOS Ans - The Vlerick Leuven Gent Management School (VLERICK)
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 1/12/2007-31/1/2010

Beschrijving :

De Belgische activiteits- en tewerkstellingsratio van medewerkers ouder dan 55 jaar is merkbaar lager dan het Europese gemiddelde (EU-15). Als gevolg van het hogere opleidingsniveau en de mogelijkheid om de arbeidsmarkt vroeg te verlaten, wordt onze arbeidsmarkt gekenmerkt door samengedrukte loopbanen (Forrier et al., 2005). De periode die mensen actief bijdragen aan de sociale zekerheid is relatief kort. Het huidige debat over beleidsmaatregelen om oudere werknemers op de arbeidsmarkt te houden, benadrukt duidelijk de prioriteit van dit thema voor beleidsmakers. “Actief ouder worden” is ook een prioritair thema op Europees niveau. De Top van Lissabon formuleerde als doel dat lidstaten een tewerkstellingsgraad van 70% dienen na te streven tegen 2010 (leeftijd 15-64). Doel is een tewerkstellingsgraad van 50% voor de 55-plussers (cf. Stockholm, 2001; Barcelona, 2002). Men is er zich vandaag van bewust dat de vooruitgang die er tot nu toe werd geboekt onvoldoende is om dit doel te bereiken. Als gevolg hiervan worden de lidstaten gestimuleerd om drastische maatregelen te nemen (financiële incentives, strategieën voor levenslang leren en actieve arbeidsmarktmaatregelen, verbetering van arbeidsomstandigheden). De sociale partners worden er ook toe aangezet om ‘best practices’ in het beleid ten aanzien van oudere werknemers te stimuleren.

Dit project heeft als doel om de overheid en de sociale partners te ondersteunen in hun besluitvormingsproces, en dit door (1) het inzicht te verhogen in de manier waarop de loopbaan van oudere werknemers vorm krijgt (en hoe dit beïnvloed wordt door instituties, huishoudens, en individuen); (2) best practices op institutioneel niveau voor te stellen betreffende financiële incentives, levenslang leren, arbeidsmarktbeleid en sociale zekerheid; (3) best practices op organisatieniveau, meer bepaald HRM-praktijken voor oudere werknemers en integratie van ‘oudere nieuwkomers’ voor te stellen; en (4) meer gedetailleerde inzichten te geven in de gepercipieerde link tussen het verlies van ervaren werknemers en de bedrijfsprestaties. We hanteren hiertoe een multidisciplinaire benadering. Vermits het gaat om een beleidsgeoriënteerd project ligt een belangrijke bijdrage in een sterkere conceptuele integratie van de factoren die de loopbaanlengte beïnvloeden zoals die in verschillende onderzoekstradities worden bestudeerd. Deze conceptuele integratie wordt vertaald in een onderzoeksdesign dat gebruik maakt van verschillende databronnen die op nationaal en internationaal niveau beschikbaar zijn.

Het onderzoek bestaat uit drie fasen.
In Fase A bestuderen we de factoren die de lengte van de actieve loopbaan beïnvloeden. Hiertoe gebruiken we het “Consortium of Panels for European Socio-Economic Research” (CHER), een geïntegreerd panel dat data omvat op individueel en huishoudniveau alsook data over institutionele kenmerken. De analyses op de CHER data worden gevalideerd via bijkomende analyses op een set van Europese Arbeidsmarktindicatoren die recent werd ontwikkeld door het Steunpunt Werk en Sociale Economie, en via recentere cross-sectionele data (European Labour Force Survey en Datawarehouse).

In Fase B beschrijven we het profiel van organisaties die actief zijn in het tewerkstellen van oudere werknemers op basis van de data beschikbaar in Datawarehouse. Deze bevindingen fungeren als input voor case studies in 10 Belgische bedrijven die oudere werknemers aanwerven en investeren in hun duurzame tewerkstelling. We opteren voor case studies gezien het gebrek aan representatieve data over de factoren die beslissingen inzake de tewerkstelling van oudere werknemers op organisatieniveau faciliteren. De bevindingen uit de casestudies zullen worden gevalideerd aan de hand van 3 focusgroepen met een bredere groep van organisaties.

In Fase C testen we de motieven van werkgevers verder via kwantitatieve analyses van de impact van demografische kenmerken van de arbeidspopulatie in een bedrijf op bedrijfsperformantie. Dit zal inzicht opleveren in de economische rationaliteit voor het tewerkstellen van oudere werknemers. De informatie uit jaarverslagen van Belgische bedrijven worden hiertoe gelinkt aan twee databronnen, met name Datawarehouse en het bestand van een belangrijk sociaal secretariaat. We bestuderen kostenverhogende en waardebevorderende aspecten van verschillende leeftijdsstructuren van de populatie in termen van absenteïsme, verloop, productiviteit en personeelskost en de impact ervan op financiële performantie.

Op het individuele niveau worden volgende de resultaten verwacht:

(1) Het profiel van Belgische werknemers met een lange loopbaan (bv. het opleidingsniveau, geslacht, sector, enz.).
(2) De impact van tussentijdse loopbaantransities (bv. loopbaanonderbrekingen, mobiliteit) en menselijk kapitaal (bv. opleiding of employability-bevorderende activiteiten) op de lengte van de loopbaan.
(3) De impact van huishoudkenmerken (bv. arbeidsmarktpositie van de partner en inkomen) op de lengte van de loopbaan.
(4) De impact van institutionele beleidsmaatregelen op de lengte van de loopbaan. De internationale vergelijkende analyses zullen een inzicht geven in het netto-effect van beleidsopties waarbij individuele, huishoudelijke en werkgeverskenmerken constant worden gehouden. De resultaten zullen ook aantonen of en in welke mate dezelfde individuele kenmerken en huishoudkenmerken een rol spelen in verschillende institutionele contexten.

Op organisatieniveau worden volgende resultaten verwacht:

(1) Een beschrijvend overzicht van de morfologische verschillen tussen organisaties met relatief veel en organisaties met relatief weinig oudere werknemers in dienst; evenals van de verschillen tussen organisaties die relatief veel en organisaties die relatief weinig oudere werkzoekenden aanwerven. Deze kwantitatieve informatie zal aangevuld worden met kwalitatieve informatie betrokken uit CAO’s over de investering van organisaties in oudere werknemers.

(2) Het casestudie onderzoek zal gedetailleerdere inzichten geven in de motivaties en de concrete initiatieven van een steekproef van organisaties die een hoog aandeel oudere werknemers in dienst hebben. De focusgroepen met oudere werknemers binnen deze organisaties zullen daarbij de informatie van het beleidsniveau van de organisaties aanvullen. Op die manier wordt ook een beeld gegeven van de percepties en ervaringen van de doelgroep. De kwalitatieve informatie uit de cases is voor beleidsmakers belangrijk omdat het inzichten biedt in de verzuchtingen van een cruciale speler in het eindeloopbaandebat. Verder zullen de focusgroepen met een bredere groep organisaties het mogelijk maken om adviezen te formuleren die ook een bredere waaier aan organisationele contexten in rekening brengt.

(3) Teneinde de impact in kaart te brengen van de demografische realiteit op de werkvloer op de performantie van organisaties worden de inzichten van de casestudies gekoppeld aan de kwantitatieve informatie. Dit laatste deel van de studie maakt het mogelijk om bepaalde afwegingen van werkgevers te testen door na te gaan of investeren in oudere werknemers al dan niet lonen. Hierbij wordt de impact van de demografische samenstelling van de organisatie (leeftijd, loopbaanpatronen, leeftijd bij aanwerving, beloningsstructuur, enz.) op de prestaties van organisaties bestudeerd. De resultaten zullen het beleid aanzetten geven die gebruikt kunnen worden om organisaties te overtuigen van de economische rationaliteit van het in dienst nemen van oudere werknemers.


Over deze website

Uw privacy

© 2017 POD Wetenschapsbeleid