Sitemap Contact Kalender Nieuw Home

Projectendatabank FEDRA

Presentatie

Onderzoeksacties

Personen

Zoeken

Radicalisering en sociale media : een test van een geïntegreerd model (RADIMED)

Onderzoeksproject TA/00/43 (Onderzoeksactie TA)


Personen :


Beschrijving :

PROBLEMATIEK

Het internet heeft op een relatief korte periode voor snelle en significante sociale verandering gezorgd. Het is niet meer weg te denken uit bijna alle aspecten van het dagelijkse leven en blijft steeds nieuwe vormen aannemen en steeds nieuwe mogelijkheden creëren. Een voorbeeld is zijn sociale netwerksites. Bijna elke offline groep en sociale actor is ook online vertegenwoordigd. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ook radicalen, politieke extremisten en terroristen dit medium gebruiken in hun voordeel en inspelen op de vele mogelijkheden van het internet. Recent zijn er zowel nationale als internationale gewelddadige voorvallen geweest die niet enkel radicaal geïnspireerd bleken maar die ook voor een groot deel geïnspireerd, gepland en georganiseerd waren via het internet door gebruik te maken van sociale media (bv Breivik). Dit heeft ervoor gezorgd dat beleidsmakers zich in toenemende mate bezighouden met de vraag wat overheden kunnen doen om online radicalisering en rekrutering tegen te gaan. Desondanks bestaat er geen eensgezindheid over invloed, significantie en consequenties van de veranderingen in het gebruik en de mogelijkheden van het internet die web 2.0 toepassingen met zich hebben meegebracht op de processen van radicalisering. Dit onderzoeksvoorstel hoopt inzicht te brengen in de mate waarin sociale media, radicalisering kan beïnvloeden en bevorderen en duidelijkheid te brengen over de manier waarop nieuwe sociale media een rol spelen bij (zelf)radicalisering.

DOELSTELLINGEN

De studie heeft drie belangrijke doelstellingen: (1) Het bestuderen van de aard van de relatie tussen de blootstelling aan extremistische boodschappen in sociale media en radicale attitudes. (2) Het nagaan van de relaties tussen de gepercipieerde legitimiteit van het strafrechtelijk systeem (gepercipieerde procedurele rechtvaardigheid), maatschappelijke kwetsbaarheid, de blootstelling aan radicale boodschappen in sociale media en radicale en compliant attitudes. (3) Het nagaan van de invloed van extremistische berichten in sociale media op de psychologische weerstand van jongeren.
Via een geïntegreerd model zullen de antecedenten en de gevolgen van het gebruik van en de blootstelling aan radicale boodschappen in sociale media worden nagegaan. De theorie van procedurele rechtvaardigheid, de theorie van maatschappelijke kwetsbaarheid en inzichten met betrekking tot radicaliseringsprocessen en dynamieken van sociale groepen in het algemeen worden gebruikt als een geïntegreerd kader om individuele verschillen in radicale attitudes te bestuderen. Ten slotte zal de invloed van extremistische boodschappen in sociale media op het proces van radicalisering worden nagegaan teneinde nieuwe sociale media te kunnen inpassen in een model van radicalisering.
Verder is er ook aandacht voor de genderdimensie. In eerste instantie wordt er nagegaan in welke mate het theoretische uitgangspunt van toepassing is op mannen en vrouwen. In tweede instantie zullen bijkomende inspanningen gedaan worden om gendergevoelige aspecten van het fenomeen radicalisering te ontdekken in het kwalitiatieve luik. De onderzoeksequipe streeft naar een algemeen begrip van de problematiek en zal zowel rechts geïnspireerd radicalisme, links geïnspireerd radicalisme, religieus geïnspireerd radicalisme en dierenrechtenactivisme betrekken in zijn analyse.

METHODOLOGIE

Er wordt gebruik gemaakt van een multi-methodologische benadering. Via het kwantitatieve luik zal het geïntegreerd model getest worden. Er worden surveys uitgevoerd bij adolescenten (jongvolwassenen tussen de leeftijd van 16 en 25 jaar) in Antwerpen en Luik.

H1: Maatschappelijke kwetsbaarheid is positief gerelateerd aan radicale attitudes.
H2: Lage gepercipieerde procedurele rechtvaardigheid is positief gerelateerd aan radicale attitudes.
H3: Maatschappelijke kwetsbaarheid is positief gerelateerd aan de blootstelling aan extremistische boodschappen in sociale media.
H4: Lage gepercipieerde procedurele rechtvaardigheid is positief gerelateerd aan de blootstelling aan extremistische boodschappen in sociale media.
H5: Blootstelling aan extremistische boodschappen in sociale media intermedieert de relatie tussen maatschappelijke kwetsbaarheid, gepercipieerde procedurele rechtvaardigheid en radicale attitudes.
H6: Het effect van sociale media en gepercipieerde procedurele rechtvaardigheid is verschillend voor mannen en vrouwen en voor maatschappelijk kwetsbare groepen. Dit heet "the amplification hypothesis": er wordt verondersteld dat de rol van de gepercipieerde procedurele rechtvaardigheid en de blootstelling aan sociale media sterker is voor maatschappelijk kwetsbare groepen.

Voor het kwalitatieve luik zullen diepte-interviews worden uitgevoerd bij zowel radicale als niet radicale adolescenten. Er zal een antwoord gezocht worden op de volgende vragen: Welke sociale media hebben een invloed op jongeren en hoe? Wat is de impact van het gebruik van sociale media in het radicaliseringsproces? Wat maakt dat de psychologische weerstand van jongeren breekt als ze worden blootgesteld aan extremistische boodschappen in sociale media?

VERWACHTE RESULTATEN EN PRODUCTEN

Via literatuuronderzoek en de surveys en interviews komen tot (1) Inzicht k in de relatie tussen procedurele onrechtvaardigheid, sociale kwetsbaarheid, sociale media en radicalisering. (2) Inzicht in de manier waarop en de mate waarin (Belgische) jongeren worden blootgesteld aan en ontvankelijk zijn voor radicale boodschappen via nieuwe sociale media. Wordt de impact van deze boodschappen onderschat of overschat? (3) In zicht krijgen in de manier waarop sociale media het radicaliseringsproces beïnvloeden en mediëren. (4)Op basis van deze resultaten komen tot nuttige beleidsaanbevelingen voor de preventie van radicalisering. Het uiteindelijke doel is om invloed van sociale media op het proces van radicalisering bloot te leggen en sociale media een plaats te geven binnen een geïntegreerd model van radicalisering.
Het onderzoek zal leiden tot een onderzoeksrapport voor de FOD binnenlandse zaken en de publicaties van artikels in zowel belangrijke wetenschappelijke tijdschriften in verschillende domeinen als in beleidsgeoriënteerde tijdschriften. Tenslotte zullen de resultaten voorgesteld worden op een eindseminarie dat georganiseerd zal worden in de schoot van het VVC.


Documentatie :

Comprendre et expliquer le rôle des nouveaux médias sociaux dans la formation
de l’extrémisme violent. Une recherche qualitative et quantitative (RADIMED) : résumé
  Pauwels, Lieven - Brion, Fabienne - De Ruyver, Brice ... et al  Bruxelles : Polituique scientifique fédérale, 2014 (SP2586)
[Om te downloaden

Verklaren en begrijpen van de rol van blootstelling aan nieuwe sociale media en gewelddadig extremisme. Een geïntegreerde kwalitatieve en kwantitatieve benadering (RADIMED) : samenvatting  Pauwels, Lieven - Brion, Fabienne - De Ruyver, Brice ... et al  Brussel : Federaal Wetenschapsbeleid, 2014 (SP2587)
[Om te downloaden

Explaining and understanding the role of exposure to new social media on violent extremism. An integrative quantitative and qualitative approach (RADIMED) : summary  Pauwels, Lieven - Brion, Fabienne - De Ruyver, Brice ... et al  Brussels : Belgian Science Policy, 2014 (SP2588)
[Om te downloaden

Over deze website

Uw privacy

© 2017 POD Wetenschapsbeleid