Naar de BELSPO website NL FR DE EN Contact

Participerende wetenschappers

Elie Verleyen

  • taal: NL en/of ENG
  • e-mail: Elie.Verleyen@UGent.be
  • adres: Elie Verleyen
    Protistologie en Aquatische Ecologie
    Universiteit Gent
    Krijgslaan 281 S8
    B-9000 Gent
    Tel.: 09 264 85 04
  • communicatie: Heel waarschijnlijk ben ik per e-mail (ander adres) in de eerste en de laatste week van december te contacteren tijdens de oversteek van/naar de Falkland Islands naar/van South Georgia op de HMS Endurance (UK). Indien er lln geïnteresseerd zouden zijn, dan kan ik mijn e-mailadres later meedelen. De tweede en derde week van december ben ik waarschijnlijk helemaal niet bereikbaar (veldwerk zonder e-mail/internettoegang).
  • periode: normaal steeds bereikbaar via e-mail, behalve tijdens 2de en 3de week van december (zie boven). Interview, bezoek, voordracht, etc. liefst na afspraak

Waarom Antarctica?

Antarctica is voor 99% bedekt met een op sommige plaatsen 4 km dikke ijskap; het is koudste en tegelijk droogste, hoogste en meest geïsoleerde continent op Aarde. De studie van vroegere klimaatveranderingen en hun invloed op de aanwezige ecosystemen is er uitermate relevant. De laatste decennia hebben we immers kunnen vaststellen dat de recente, wereldwijde klimaatveranderingen het meest uitgesproken zijn in en rond het zuidpoolgebied. Zo zijn grote stukken ijsplaat losgekomen in de nabijheid van het Antarctische Schiereiland, verminderde de zeeijsomvang en smolten gletsjers versneld af gedurende de laatste 60 jaar. Bovendien wordt de Antarctische regio nog steeds gekenmerkt door het zogenaamde ‘gat in de ozonlaag’, met een verhoging van schadelijke ultraviolette straling aan het aardoppervlak tot gevolg.

Mijn onderzoek:

In de onderzoeksgroep ‘Protistologie en Aquatische Ecologie’ van de Universiteit Gent trachten we milieu- en klimaatveranderingen gedurende de laatste 120 000 jaar te reconstrueren in het kader van het LAQUAN onderzoeksproject. Hiertoe bestuderen we voornamelijk biologische klimaatindicatoren (fossielen) in sedimenten van meren in de schaarse ijsvrije gebieden op Antarctica. Meersedimenten zijn immers uitstekende natuurlijke archieven, waarin milieu- en klimaatveranderingen bewaard blijven onder de vorm van veranderingen in de soortensamenstelling van de aanwezige fossielen (o.a. microscopisch kleine algen omhuld door een glazen schaaltje) en de concentratie van bepaalde fotosynthetische pigmenten. Recent hebben we bijvoorbeeld, samen met Britse en Canadese wetenschappers, kunnen aantonen dat de hoeveelheid ultraviolette straling tijdens de laatste ijstijd (20 000 jaar geleden) waarschijnlijk hoger was dan gedurende de laatste 25 jaar, een periode die gekenmerkt wordt door het voorkomen van het gat in de ozonlaag.

Wat nemen we mee op expeditie naar Antarctica?

Voor onze expedities naar Antarctica werken we nauw samen met het British Antarctic Survey. We maken dan ook gebruik van hun expertise aangaande leven en werken in polaire gebieden en de hiervoor voorziene kledij en bescherming tegen extreme koude.

Voor bemonstering van meren hebben we verder een ‘Jiffy drill’ nodig (een boormachine om een gat te maken in het meerijs), een boor om de meersediment te bemonsteren en elektronische apparatuur om de chemische en fysische eigenschappen van de waterkolom op te meten. Daarnaast nemen we een groot aantal steriele waterdichte potjes mee om de stalen van de microorganismen in en rond de meren te bewaren en naar België te transporteren.

Wat is er zo fascinerend aan Antarctica voor een bioloog?

Antarctische organismen zijn heel goed aangepast aan de extreme koude en droge omstandigheden. Met uitzondering van de zeevogels (b.v. pinguïns) en –zoogdieren, zijn de meeste landdieren en -planten er vaak microscopisch klein; het zijn deze laatse die zorgen voor de soms fascinerende diversiteit aan kleuren op het voor de rest grotendeels ‘witte continent’.

Als bioloog vind ik Antarctica bovendien fascinerend door het voorkomen van een groot aantal extreme habitats die nagenoeg uniek zijn op aarde. De ‘Dry Valleys’ zijn waarschijnlijk de droogste ijsvrije gebieden op aarde: er valt zelfs minder neerslag dan in de meeste tropische woestijnen. Eencelligen leven er in en onder stenen en vermenigvuldigen zich -5°C en bij een zoutgehalte van 3 keer dat van zeewater. Er wordt bovendien vermoed - hoewel nog niet wetenschappelijk bewezen - dat er leven zou zijn in meren die gelegen zijn onder de 4 kilometer dikke ijskap !

Diatom
Tent na sneeuwstorm
Drilling and sediment coring
Lichen
Belgium.be