Duurzame ontwikkeling:
eerst begrijpen, dan handelen
In de jaren
80 werd men zich meer en meer bewust van de impact van verstedelijking,
het verkeer, de menselijke productie- en consumptiepatronen op
het leefmilieu (het klimaat, het water, de lucht, het bodemgebruik,
de fauna en flora) en op de mens.
Duurzame ontwikkeling is een redelijk nieuw begrip. Het ontstond toen eindelijk het besef doordrong aan welke bedreigingen onze aarde is blootgesteld door onze huidige levenswijze. De term werd voor de eerste maal gebruikt in 1987 in het rapport 'Our common Future' van de VN-Conferentie over Milieu en Ontwikkeling (ook Brundtland-rapport geheten, naar de naam van de toenmalige voorzitter van die commissie). Duurzame ontwikkeling wordt er gedefinieerd als 'een ontwikkeling die tegemoet komt aan de noden van het heden zonder de behoeftevoorziening van de komende generaties in het gedrang te brengen'.
De economie. De economische vitaliteit moet verzekerd zijn (zonder uitputting van de natuurlijke hulpbronnen); Het sociale. De rijkdom en het welzijn moeten eerlijk verdeeld worden tussen de mensen en de solidariteit tussen de continenten moet versterkt worden; Het milieu. Het milieu moet beschermd worden door de vervuiling
in te perken, de waterkwaliteit te beschermen, de biodiversiteit
in stand te houden, enz. Welke grote principes liggen aan de basis van duurzame ontwikkeling? De voorzorg. Indien de sociale - of milieugevolgen van een actie niet gekend zijn, onthoudt men zich er beter van want 'voorkomen is beter dan genezen' De integratie. Het sociaal -, economisch - en milieubeleid van de overheid moet op elkaar afgestemd worden. Het mobiliteitsbeleid, de ruimtelijke ordening en de economische ontwikkeling, bijvoorbeeld, zijn sterk met elkaar verweven De solidariteit. Een rechtvaardige verdeling tussen alle bewoners van de aarde is onontbeerlijk. De differentiële verantwoordelijkheid. De rijkste groepen verbruiken het meest en zijn dus ook de grootste vervuilers: ze moeten dan ook grotere inspanningen leveren dan diegenen die minder verbruiken. De vervuiler betaalt. De kosten van de vervuiling moeten gedragen worden door diegenen die de vervuiling veroorzaakt hebben. Dit principe wordt reeds toegepast in sommige sectoren zoals de waterverdeling (belasting op de waterzuivering), maar zou ook moeten toegepast worden in andere sectoren zoals transport of huisvesting… De participatie. Duurzame ontwikkeling belangt iedereen aan. De deelname van de burgers aan het besluitvormingsproces is onmisbaar om de hervormingen in te voeren. Deze participatie kan bijvoorbeeld door verschillende raadplegingsprocedures gebeuren: opiniepeiling, referendum, openbare enquête, lobbying… België heeft hier het voorbeeld getoond door de organisatie van een bevolkingsraadpleging over het voorontwerp van Federaal Plan inzake Duurzame Ontwikkeling.
1ste stap: de conferentie van Rio en Agenda 21 2de stap: het Belgisch Federaal Plan inzake Duurzame Ontwikkeling |
![]() |
![]() |
|
![]() |
|
![]() |
|
![]() |
|
![]() |









