Naar de BELSPO website NL FR DE EN Contact
Wetenschap in de kijker... - Onze zee... rijker dan je denkt

Onze zee... rijker dan je denkt

Het benthos: de bodembewoners van de zee

Ook de zeebodem kent een rijk leven, ook wel ‘benthos’ genoemd. Beschouwen we nu even enkel het dierlijk bodemleven, dan kan binnen deze groep een opdeling worden gemaakt tussen wat in (‘infauna’), op (‘epifauna’) of net boven de bodem (‘hyperfauna’) leeft. Voor die dieren die in de bodem leven wordt ook nog eens een onderscheid gemaakt naar grootteklasse. Zij worden opgedeeld in meiobenthos (organismen < 1 mm en > 37 µm) en macrobenthos (organismen > 1 mm). Het microbenthos (bacteriën en ééncelligen) is tot op heden weinig onderzocht.

MEIOBENTHOS: nauwelijks te zien, maar wel zeer talrijk
De dominante groepen binnen het meiobenthos zijn de roeipootkreeftjes (copepoden) en rondwormen (nematoden). Deze groepen zijn onvoorstelbaar divers en in zeer grote aantallen aanwezig in het sediment. Zij zijn vooral talrijk in zandige en slibbige bodems. Hun voorkomen is afhankelijk van de korrelgrootte van het sediment.

Schelpen, wormen en kreeftachtigen: het MACROBENTHOS
De belangrijkste dieren binnen deze groep zijn de schelpen (tweekleppigen), borstelwormen en vlokreeftjes. Er zijn grote verschillen waarneembaar tussen het macrobenthos dat zich op harde, dan wel zachte ondergrond bevindt. Hard substraat komt van nature niet voor in ons deel van de Noordzee, maar kent zijn gelijke in de vele strandhoofden, dijken en havenmuren. Kenmerkend voor harde ondergrond zijn o.a. de schaalhoorn (Patella vulgaris), alikruikjes, mosselen en oesters, zeepokken en anemonen. Voor een zachte ondergrond zijn vooral de borstelwormen en tweekleppigen kenmerkend, die kunnen zich ingraven.
Rijkere gemeenschappen komen voor in de geulen en op de hellingen van de zandbanken, omdat ze daar meer beschut zijn tegen de stromingen.

Misschien wel het best bekend: het EPIBENTHOS
Als men doelt op deze groep, dan heeft men het over relatief grote organismen, die met behulp van een sleepnet met grote maaswijdte kan worden bemonsterd. Sterk vergelijkbaar dus met de methode van de garnaalvissers op het strand, die ook alles bemonsteren wat op of bijna op de zeebodem leeft. Enkele typerende soorten zijn de grijze garnaal (Crangon crangon), heremietkreeftjes, zeesterren, zee-egels, slangsterren en sommige vissoorten.

Onbekend maakt onbemind: het HYPERBENTHOS
In de onderste waterlaag, vlak boven de bodem, leven allerlei hyperbenthische organismen, waarvan kleine schaaldiertjes (crustaceeën) zoals de vlokreeftjes, aasgarnalen, zeekomma’s, zeepissebedden en schaarpissebedden de belangrijkste vertegenwoordigers zijn.
Deze organismen zijn een zeer belangrijke voedselbron voor vissen die in de nabijheid van de bodem leven en kunnen een brede waaier aan habitats bewonen, telkens in grote hoeveelheid en diversiteit. Algemeen neemt hun diversiteit toe met de diepte.

Bodemdieren kiezen hun favoriete bodems uit
Hoe klein het Belgisch deeltje van de Noordzee ook is, er blijken duidelijk verschillende benthische gemeenschappen voor te komen, veelal gekoppeld aan een verschillende bodemsamenstelling. De grote patronen die waargenomen worden, zijn 1). een oost-west gradiënt met een stijging van het soortenaantal naar het westen toe (weg van de monding van de Westerschelde) en 2). een inshore-offshore gradiënt met een toenemende soortenrijkdom, maar lagere aantallen van de kustlijn weg. Deze patronen gaan kennelijk hand in hand met de bodemsamenstelling, die grover wordt naarmate men verder uit de kust gaat. Aangezien het sediment voor het benthos de structurerende factor is, is er een duidelijk verschil in soortensamenstelling merkbaar tussen locaties met een andere ondergrond (hetzij hardzacht substraat, hetzij fijn versus grof sediment).

Algemeen: Meiobenthos + Rondwormen
Zandzoger (Borstelworm) + Kokkel
Steurgarnaal
Zeepissebed
Slangster
Belgium.be