Onze zee... rijker dan je denkt
De vissen van het Belgisch Continentaal Plat Het BCP is door haar specifieke morfologie van
zandbanken een gunstige plaats voor jonge organismen om op te
groeien. De ligging van de zandbanken verleent namelijk een
beschermende en beschuttende functie aan de kust, waardoor ze
als kraamkamer beschouwd wordt voor zowel vissen als ongewervelden.
Op deze manier groeien de jonge vissen van De verschillende levensstadia - ei, larve, juveniel, subadult
en adult (volwassen) - van een vis vertonen niet altijd dezelfde
levenswijze. Zo drijven de eieren en de jonge larven van een
bodemlevende vis (b.v. tong) mee in de waterkolom (plankton), terwijl juvenielen
en adulten zich op of in de buurt van de bodem bevinden. Een vis kan m.a.w. gedurende
zijn Eén soort is volledig uitgestorven op het BCP, namelijk de stekelrog. Drie geïntroduceerde soorten zijn de grote marene, de bronforel en de regenboogforel.
Genetische verschillen tussen vissen Door middel van genetisch onderzoek
kan men heel wat te weten komen over de populatiestructuur en
de migratiepatronen van
vissen. De grondel, het dikkopje (ook zoetemondje of suikerbuikje
genaamd), verplaatst zich over relatief kleine afstanden (in
de grootte orde van 10 – 50 km) en doet aan broedzorg.
De larven zijn vrijlevend. Er is een duidelijk genetisch verschil
tussen dikkopjes van de zuidelijke
Noordzee en dikkopjes van het Kanaal, die dan weer sterk lijken
op de populatie van de noordelijke Noordzee. Binnen
de zuidelijke Noordzee vinden we subtielere verschillen (metapopulaties
genaamd) voor de Belgische en de
Nederlandse kust. Onderstaande figuur toont het verschil in genetische vingerafdruk tussen een populatie tong van de Noordzee en een populatie van de Adriatische Zee. Zulk genetisch bandenpatroon laat toe om snel de genetische verschillen tussen populaties te ontdekken. Vissen (= kolommen) links op de figuur komen uit de Noordzee; vissen rechts op de figuur uit de Adriatische Zee. Bemerk de grotere diversiteit aan bandjes (allelen genoemd) in de Noordzee en de aanwezigheid van een vaak voorkomend allel (onderste banden) in de Adriatische Zee. Deze methode vindt toepassingen in de voedselveiligheid en het beheer van visstocks. |
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||











