Naar de BELSPO website NL FR DE EN Contact
Wetenschap in de kijker... - Onze zee... rijker dan je denkt

Onze zee... rijker dan je denkt

Zeevogels van de Belgische mariene gebieden

Maar weinig mensen zijn zich bewust van de hoge aantallen en de variatie aan zeevogels die onze kustwateren rijk zijn. Pas bij ernstige olierampen of als men de kans krijgt met een gids op zee te gaan, volgt de confrontatie. Met zeevogels worden die vogels bedoeld die minstens een deel van hun leven op zee doorbrengen met het zoeken naar voedsel. In onze contreien zijn dit duikers, futen, storm- en pijlstormvogels, Jan van Gent, aalscholvers, jagers, meeuwen, sternen, alkachtigen en zee-eenden.

Bij intensieve tellingen door het Instituut voor Natuurbehoud werden reeds een 60-tal zeevogelsoorten waargenomen in Belgische wateren. Negentien soorten kunnen als talrijk worden bestempeld: (1) drie sternensoorten (visdief, grote stern, dwergstern) broeden hier in internationaal belangrijke aantallen en ruilen tijdens de winter onze streken in voor het warmere Afrika; (2) drie meeuwensoorten (kokmeeuw, zilvermeeuw, kleine mantelmeeuw) nestelen hier in grotere aantallen, en zijn ook buiten het broedseizoen talrijk aanwezig; (3) alle andere meer talrijke zeevogelsoorten zoeken onze ondiepe kustwateren op tijdens de trekperiodes of in het winterhalfjaar. Afhankelijk van hun specifieke voedselkeuze en jachttechnieken zijn zeevogels meer of minder kustgebonden.

Dichtst bij de kust: jaarrond van uitzonderlijke waarde
Onze ondiepste kustwateren zijn een mekka voor vogelliefhebbers, die vanop hoge duintoppen of havenstaketsels de trek van heel wat bijzondere zeevogels nauwgezet in de gaten houden. In de winter vormen de ondiepe kustbanken een rijk voedselgebied voor o.a. de zwarte zee-eend (Melanitta nigra), de fuut (Podiceps cristatus) en nogal wat meeuwensoorten. De zwarte zee-eend voedt zich voornamelijk met schelpdieren en vindt tijdens de winter zijn gading op de westelijke Kustbanken. Omwille van de soms hoge concentraties (tot ca. 16.000 exemplaren) duidde men dit gebied in 1984 aan als beschermde zone in het kader van het Ramsarverdrag.
De fuut is een andere typische wintergast die leeft van kleine vissen. Van deze soort kunnen de aantallen in het ondiepe deel van onze kust oplopen tot meer dan 13.000 exemplaren, d.i. zo’n 3% van de volledige West-Europese populatie!

Maar ook het zomerseizoen is aan onze kust bijzonder rijk aan zeevogels. Zowel het visdiefje (Sterna hirundo), de grote stern (Sterna sandvicensis) als de dwergstern (Sterna albifrons) broeden in internationaal belangrijke aantallen – met 2 tot 7% van de volledige West-Europese populatie – in de voorhaven van Zeebrugge. Voor het visdiefje is deze broedplek trouwens de allergrootste kolonie van gans West-Europa, met ca. 2600 paar! Sternen voeden zich voornamelijk met vissen die zich aan het wateroppervlak bevinden, zoals haring, sprot, zandspiering en smelt. Deze vangen ze door middel van stootduiken ofwel in de directe buurt van de broedkolonie of – in het geval van de grote stern – tot op de Vlakte van de Raan of de Vlaamse banken, soms wel meer dan 40 kilometer weg van de nestplaats.
Sinds 1985 broedt ook de dwergstern weer aan de Belgische kust. De soort kwam vroeger voor op de stranden, tot hij daar door de opkomst van het massatoerisme werd verdreven.

De Vlaamse Banken en andere verder uit de kust gelegen gebieden
Verder uit de kust wordt het water helderder, wat voor een aantal zeevogels een voorwaarde is om hun prooi (vis) te kunnen bemachtigen. zeekoeten en alken en Jan van Genten hebben het hier prima naar hun zin. De eerste twee zijn quasi niet beperkt in hun duikvermogen, met maximaal waargenomen duikdieptes van meer dan 100 meter!
De Jan van Gent moet het hebben van stootduiken vanuit de lucht tot maximaal enkele meters diep. Allen, ook de roodkeelduiker (Gavia stellata), de dwergmeeuw (Larus minutus) en de drieteenmeeuw (Rissa tridactyla), weten de aanwezigheid van zandbanken te appreciëren. Kennelijk zorgen deze laatste voor een concentratie van voedsel.

Zelden of nooit aan de kust te zien: de echte zeerovers
En dan zijn er nog enkele zeevogels die zich zelden of nooit dicht onder de kust wagen. Van de echte offshore soorten vermelden we de noordse stormvogel (Fulmarus glacialis) en de grote jager (Stercorarius skua). Eerstgenoemde soort voedt zich met allerlei voedsel dat aan de oppervlakte drijft of maakt dankbaar gebruik van de overboord gegooide vis op vissersvaartuigen. Ook de grote jager) leeft voor een deel van visafval, maar hij vangt ook levende vis of dwingt andere vogels hun pas gevangen maaltijd op te braken om deze zelf te verorberen: deze vorm van gedrag is gekend als kleptoparasitisme.

Dwergstern
Zilvermeeuw
Zwarte zee-eend
Jan van Gent
Grote sternen
Belgium.be Klik op de figuur om te vergroten Klik op de figuur om te vergroten