Naar de BELSPO website NL FR DE EN Contact
Wetenschap in de kijker... - Onze zee... rijker dan je denkt

Onze zee... rijker dan je denkt

Zeezoogdieren van de Belgische mariene gebieden

Twintig jaar terug was de kans om een zeezoogdier waar te nemen aan onze kust quasi nul. Slechts heel uitzonderlijk en met veel geluk kon je toen een Gewone zeehond gadeslaan in de buurt van een haven, of was je getuige van een stranding van een dode Bruinvis. De jongste jaren is het aantal meldingen van zeezoogdieren aan onze kusten spectaculair toegenomen, in zoverre zelfs dat de bruinvis, de witsnuitdolfijn, de gewone zeehond en de grijze zeehond niet echt zeldzaam meer kunnen genoemd worden.

Bij de meer sporadische strandingen spreekt zeker de potvis (Physeter marcocephalus) het meest tot de verbeelding. De exacte verklaring voor deze strandingen, vaak met meerdere individuen samen, is nog niet gekend. Eén hypothese is dat de potvissen, als ze de Noordzee binnendringen tijdens hun zuidwaartse migratie (november-februari), niet tijdig hun uitweg vinden langs het Kanaal en zo verzwakken. Ook de aanwezigheid van zandbanken zou hen helpen in de val te lokken.

De bruinvis (Phocaena phocaena)
De meest algemene soort voor het BCP is de bruinvis. Net zoals dolfijnen behoren bruinvissen tot de orde van de tandwalvissen. Het is de kleinste walvisachtige (gemiddeld 1,5 m) van de Noordzee en in tegenstelling tot dolfijnen springen ze bijna nooit boven het water uit. Dit maakt hen uiteraard moeilijker waarneembaar. Ze kunnen tot 15 jaar oud worden en komen voornamelijk voor in ondiepe kustwateren. Bruinvissen voeden zich zowel met pelagische als met bodembewonende vis. Bij ons bestaat hun voeding voornamelijk uit kleine bodemvissen en haringachtigen. Bij het jagen maken ze gebruik van een sonar. Tijdens de wintermaanden zakken de bruinvissen af naar de zuidelijke Noordzee. De meeste bruinvissen worden bij ons dan ook waargenomen in de periode december-april. Bij ideale waarnemings-omstandigheden levert een dag op zee al snel één of meerdere waarnemingen van bruinvissen op. Tot voor kort ging men ervan uit dat hier geen jongen werden geboren. Recente meldingen van jonge dode of levende exemplaren en zelfs van een (dood) zwanger wijfje laten vermoeden dat ook
ons deel van de zuidelijke Noordzee wel eens tot het voortplantingsgebied van de soort zou kunnen behoren.

De gewone zeehond (Phoca vitulina)
De best gekende van alle zeezoogdieren is ongetwijfeld de gewone zeehond. Het is een zeer goede zwemmer die tot 1.5 m groot kan worden. De jongen worden in juni en juli geboren. Deze typische kustbewoner komt voornamelijk voor in getijdengebieden en riviermondingen. Hun voorkomen is gerelateerd met de aanwezigheid van droogvallende zandbanken, die ze gebruiken om hun jongen te werpen, om te verharen en om uit te rusten.
Ze prefereren zandbanken met een steile rand grenzend aan diep water, zodat ze bij onraad snel het veilige water kunnen induiken. Bij ons wordt de gewone zeehond voornamelijk gezien tijdens de wintermaanden en dit nabij de Vlaamse Banken, de IJzermonding te Nieuwpoort en de haven van Zeebrugge. Hoewel de gewone zeehond vrij opportunistisch is, voedt hij zich voornamelijk met bodembewonende vissen. Hiervoor gebruiken ze hun snorharen. Die bieden hen tijdens de 400 tot 500 duiken die ze dagelijks
maken, een groot voordeel bij het zoeken naar prooien in troebel, zandig water.

De witsnuitdolfijn (Lagenorhynchus albirostris)
Niet de effen grijze tuimelaar (de ‘flipper’), maar de mooier getekende witsnuitdolfijn is momenteel de minst zeldzame dolfijnsoort in de zuidelijke Noordzee. Het zijn vrij grote dolfijnen (max. 3 m) met een sikkelvormige rugvin, die bij ons meestal gezien worden in kleine groepen van 3 tot 5 exemplaren. Witsnuitdolfijnen zijn zeer goede zwemmers die vaak ‘surfen’ op de boeggolf van schepen. Ze voeden zich voornamelijk met aan de oppervlakte levende vis en dieren die in ondiep water voorkomen. Ook inktvis en bodemlevende schaaldieren worden als voedsel gebruikt. Hoewel de juiste migratiepatronen van deze soort nog niet gekend zijn, komt ze vrij algemeen voor in het noordelijke en centrale deel van de Noordzee. Op het BCP wordt ze voornamelijk aangetroffen nabij de Hinderbanken en de Vlaamse banken.

De grijze zeehond (Halichoerus grypus)
Van oorsprong is de grijze zeehond een soort van de rotsige kusten van Engeland en Schotland. Tegenwoordig wordt ze ook aan onze kust elke winter waargenomen. De jongen van de grijze zeehond worden in de wintermaanden geboren. In tegenstelling tot de gewone zeehond zijn ze veel minder schuw en nieuwsgieriger. Ze voeden zich voornamelijk met makreel, kabeljauw en schaaldieren.


Bruinvis
De bruinvis
Gewone zeehond
Gewone zeehond
Witsnuitdolfijn
Grijze zeehond
Grijze zeehond
 
Belgium.be