Echt of vals: het schilderijtje Maria Magdalena
Wat gebeurde er met het schilderij Maria Magdalena Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden niet enkel kunstwerken geroofd, maar bloeide voornamelijk in West-Europa een kunsthandel op. De verzamelaar Renders verkocht na maandenlange onderhandelingen in 1941 zijn volledige collectie van 20 schilderijen van ‘Vlaamse Primitieven’ aan H. Göring, één van de belangrijkste nationaal-socialistische collectioneurs. Een deel van de schilderijen kwam in zijn residentie Karinhall terecht, één ander deel ruilde en verkocht hij tijdens de oorlogsjaren voor schilderijen van andere oude meesters. Een van de spilfiguren in de transactie Göring-Renders was A. Miedl, zijn vertrouwensman die in Amsterdam de joodse kunsthandel Goudstikker in zijn bezit had genomen. Na de bevrijding van Europa werd de restitutie van de Renderscollectie
de topprioriteit van de Belgische Staat. Ongeveer de helft van
de Renderscollectie werd gerecupereerd en werd tot op vandaag
ondergebracht in de Belgische musea te Brussel, Doornik, Brugge
en Antwerpen. Maar de overige helft van de schilderijen bleef
onvindbaar en werd internationaal gezocht en gesignaleerd als
verdwenen eigendom van België. A. Miedl werd in 1946 gesignaleerd
met een deel van de ontbrekende Renderscollectie in Spanje, waartoe
het paneel Maria Magdalena behoorde. Hij verkocht het paneel
Maria Magdalena tijdens de jaren zestig aan een Scandinavische
verzamelaar, die hij vanzelfsprekend in het ongewisse liet over
de echtheid en het oorlogsverleden van het kunstwerk.
|
![]() |




