Doctoraatsdiplomahouders
Inleiding
Verschillende overheden hebben de jongste jaren nieuwe initiatieven genomen op het vlak van onderzoek en ontwikkeling. In Europa heeft deze toegenomen aandacht voor onderzoek onder andere te maken met de Barcelona-doelstelling, waarin de lidstaten aangemoedigd worden om 3% van hun BBP te investeren in onderzoek. Ook de Belgische overheden hebben zich allemaal geschaard achter deze 3%-doelstelling en hebben in de loop der jaren vers geld geïnvesteerd en nieuwe instrumenten ontwikkeld. Ook hebben ze op vele manieren geprobeerd het onderzoek attractiever te maken.
Uiteraard kan een doelstelling als deze van Barcelona alleen maar gerealiseerd worden als er ook meer personen hun weg vinden naar een onderzoekscarrière. Verschillende factoren spelen hier evenwel een remmende rol: de loopbaanperspectieven zijn misschien onvoldoende rooskleurig, sommige onderzoekers verkiezen een onderzoekscarrière in het buitenland, enzovoort. Vele beleidsmaatregelen werden sindsdien uitgewerkt om hieraan te remediëren. Doch, om deze en andere beleidsmaatregelen verder te kunnen ontwikkelen of bij te sturen, en met behulp van concrete data te kunnen onderbouwen, was het nodig om een duidelijker beeld te verkrijgen van het curriculum van deze zogenaamde kenniswerkers.
Daarom werd er beslist om in vele landen een grootschalige enquête te organiseren bij de houders van een diploma van PhD/doctor (beter gekend als de CDH-enquête(1)). Deze enquête wordt aangestuurd en gesuperviseerd door een samenwerkingsverband tussen 3 internationale instellingen, met name: OESO, UNESCO en EUROSTAT. Deze specifieke categorie hoogopgeleiden is op academisch niveau als wetenschappelijk onderzoeker actief geweest, dit meer bepaald ter voorbereiding en verdediging van een thesis die aan het diploma van PhD/doctor voorafging, en heeft bijgevolg een zekere voorbestemdheid om een loopbaan in de O&O-sector uit te bouwen.
(1) Career of Doctorate Holders Survey
Vragenlijst 2006
De enquête werd voor de eerste maal georganiseerd in 2006 en peilde met behulp van een aantal modules naar onder meer de opleiding, de uitbouw van de loopbaan en de internationale mobiliteit.
Voor de organisatie ervan werkten twee federale overheidsdiensten samen:
• de afdeling Statistiek en Economische Informatie van de FOD Economie stond in voor de samenstelling van de populatie, de verzending van de enquête en de registratie van de gegevens
• de POD Wetenschapsbeleid was verantwoordelijk voor het opstellen van de enquête en de analyse van de antwoorden
Een voorbeeld van de vragenlijst kan u hier terugvinden.
Vragenlijst 2010
Om de bestaande gegevens te actualiseren en nieuwe gegevens met betrekking tot de carrières van doctoraathouders te verzamelen, heeft men op internationaal niveau beslist om de oefening van 2006 nogmaals over te doen. Deze enquête loopt nog tot het einde van 2010. De eerste analyses en rapporten mogen in de loop van 2011 verwacht worden.
De verantwoordelijke overheidsdienst is ook deze keer de POD Wetenschapsbeleid. Voor het samenbrengen van de contactgegevens en het verzenden van de brieven werd er beroep gedaan op het Rijksregister. Deze samenwerking werd uitgewerkt in samenspraak met de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer om garant te staan voor de privacy van de ingezamelde gegevens.
Een voorbeeld van de vragenlijst kan u hier terugvinden.
Publicaties
Voor analyses van de bekomen gegevens kan u terecht op volgende websites:
Statistics explained: Careers of Doctorate Holders
Doctorate holders: The beginning of their career
Careers of Doctorate Holders: Employment and mobility patterns
CDH (careers of doctorate holders) : Onderzoek,
ontwikkeling en innovatie in België (studiereeks) Moortgat,
Pierre - Van Mellaert, Geert (2011)
Cijfers Eurostat, OESO en Unesco
Voor een correcte interpretatie van de cijfers, gelieve de methodologische
specificaties te raadplegen:
Technical report 2006
Technical report 2010
Verantwoordelijke project
Karl Boosten: 02/238 35 19



