NL FR EN
www.belgium.be

Belgian SociopsycHological Interventions for Future Transformation (BE-SHIFT)

Onderzoeksproject S4P/25/BE-SHIFT (Onderzoeksactie S4P)

Personen :

  • Dhr.  RITZEN Michiel - Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO)
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 31/12/2025-15/3/2029
  • Prof. dr.  DECROLY Jean-Michel - Université Libre de Bruxelles (ULB)
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 31/12/2025-15/3/2029
  • M.  COPPENS Léo - Université de Mons (UMONS)
    Betoelaagde Belgische partner
    Duur: 31/12/2025-15/3/2029

Beschrijving :

BE-SHIFT heeft als doel de transitie van België naar klimaatneutraliteit tegen 2050 te ondersteunen, waarbij “soberheid” wordt benadrukt als een hoeksteen van deze inspanning en België wordt gepositioneerd als een voortrekker op dit beleidsdomein. Het project onderzoekt de psychosociale drijfveren die moeten worden geactiveerd om de implementatie van beleidsmaatregelen en instrumenten (PaMs) die essentieel zijn voor deze transitie te bevorderen en te versnellen. Vanuit een systemisch perspectief wil BE-SHIFT waardevolle inzichten genereren in hoe PaMs doeltreffend moeten worden ontworpen en uitgevoerd om sufficiëntie in de belangrijkste sectoren te stimuleren. De analyse omvat ook een beoordeling van de mate van gereedheid, waarbij wordt vastgesteld welke PaMs sneller kunnen worden ingevoerd en welke eerst maatschappelijke veranderingen en ondersteuning vereisen alvorens te worden uitgerold.

Om de meest relevante sectoren (bijvoorbeeld mobiliteit) te identificeren waarin sufficiëntie in België kan worden geactiveerd, evenals de bijbehorende interventies (bijvoorbeeld modale verschuiving), maakt BE-SHIFT gebruik van de expertise van een diverse groep experts binnen het consortium. Deze experts bestrijken uiteenlopende domeinen, waaronder wonen, mobiliteit, voeding en materiaalgebruik. Voor elke geselecteerde sector richt het project zich op het begrijpen van gedragsveranderingen en sociale dynamieken om de psychosociologische hefbomen te identificeren en te kwantificeren die de implementatie van sufficiëntiemaatregelen beïnvloeden.

Om de gegevens te verzamelen die nodig zijn om deze sufficiëntiedynamieken te begrijpen, combineert het project verschillende benaderingen: burgerbetrokkenheid via enquêtes en panels om de sociale aanvaardbaarheid van voorgestelde soberheidsmaatregelen te evalueren; de ontwikkeling van sufficiëntie-levensstijlprofielen om gedragspatronen te categoriseren en analyseren; en het gebruik van fuzzy cognitive mapping (FCM) om de psychosociologische hefbomen die van invloed zijn op sufficiëntiebeleid te kwantificeren. Door een systemisch beeld te ontwikkelen van elk interventiedomein, zal BE-SHIFT het mogelijk maken om scenario’s te simuleren die belangrijke sociaal-gedragsmatige drijfveren activeren, zoals sociale druk, kennisniveau of risicomijding. Deze simulaties zullen de context en onderlinge samenhang van deze elementen blootleggen en beleidsmakers voorzien van toepasbare inzichten over welke aspecten moeten worden aangepakt en hoe het best kan worden ingegrepen voor een duurzame en effectieve implementatie van de bijbehorende PaMs.

Ten slotte zal het TIB3R-energiesysteemmodel worden ingezet om de langetermijneffecten van soberheidsbeleid op de uitstoot van broeikasgassen en de energievraag in België te evalueren. Deze aanpak combineert kwalitatieve inzichten met kwantitatieve modellering om uitvoerbare, sectorspecifieke beleidsmaatregelen te definiëren die in lijn zijn met de Belgische klimaatdoelstellingen.
Deze aanpak zorgt ervoor dat beleidsmakers beschikken over een geïntegreerd en diepgaand inzicht in de acties en de systemische en langetermijnveranderingen die nodig zijn om sufficiëntiemaatregelen doeltreffend te ondersteunen, en maakt zo geïnformeerde en impactvolle besluitvorming mogelijk.

Een belangrijke output van BE-SHIFT is de ontwikkeling van een potentiële mix van PaMs, bedoeld om beleidsmakers te ondersteunen bij het identificeren en implementeren van haalbare strategieën. Deze mix wordt aangevuld met een gedetailleerd rapport waarin de hefbomen en triggers worden beschreven die nodig zijn om belemmeringen voor een succesvolle implementatie van sufficiëntiebeleid te overwinnen. De kern van het project ligt in zijn robuuste strategie om psychosociale hefbomen en bijbehorende sufficiëntieprofielen te identificeren, waarbij systemische analyse wordt geïntegreerd om de dynamieken daartussen te begrijpen. Dit zorgt ervoor dat de analyse niet alleen theoretische barrières identificeert, maar ook effectieve PaMs oplevert die zijn afgestemd op de context van elk interventiedomein.