Sitemap Contact Kalender Nieuw Home

Projectendatabank FEDRA

Presentatie

Onderzoeksacties

Personen

Zoeken

Onderzoeksproject BR/175/A4/IPV-PRO&POL (Onderzoeksactie BR)


Personen :


Beschrijving :

PROJECT BESCHRIJVING

Context

Partnergeweld stelt de samenleving voor aanzienlijke uitdagingen. De massamedia berichten in toenemende mate over dramatische gevallen, sensibiliseringscampagnes worden voor het grote publiek gelanceerd en na eeuwen van stilte in de wet en het strafbeleid, worden de laatste decennia gekenmerkt door toenemende juridische interventies en strafrechtelijke aanpak van dit fenomeen, dat tot dan toe enkel werd gezien als behorend tot de privésfeer. Bovendien staat het thema, weliswaar na een lang historisch proces, sinds 2011 bovenaan de Belgische politieke agenda, en is het voorwerp van een publiek beleid omschreven in het Nationaal Actieplan (NAP), waarin de federale staat, de Gemeenschappen en Regio’s samenwerken, en waarbij ook een heel aantal andere sectoren en actoren betrokken zijn: politie, justitie, gezondheid, hulpverlening, onderwijs of ontwikkelingssamenwerking.

Algemene doelstellingen en onderliggende onderzoeksvragen

Het doel van het project is het bestuderen van partnergeweld vanuit een dubbele benadering: enerzijds focust het project vanuit fenomenologisch perspectief op de complexiteit van onderliggende processen bij partnergeweld en op de interactionele dynamiek tussen de partners; anderzijds wordt gekeken vanuit het perspectief van publiek beleid dat ten aanzien van deze materie wordt ontwikkeld. Door deze twee benaderingen met elkaar te verbinden, stelt het project zich tot doel om een betere afstemming tussen mediadiscours, wetenschappelijke kennis en publiek beleid te bekomen.

Een analyse van onderliggende processen veronderstelt in de eerste plaats een onderzoek naar de definitie van de problematiek, die – zo blijkt uit wetenschappelijk literatuur – op zichzelf problematisch is. Moet dit sociaal fenomeen gedefinieerd worden in termen van ongelijke machtsverhoudingen tussen de seksen, zoals feministische interpretaties suggereren? Hoe krijgt deze lezing betekenis in het licht van onderzoeksresultaten in de psychologie die, naast een analyse van profielen vanuit psychopathologisch perspectief, wijzen op interactionele dynamieken die samenhangen met noties van macht, controle en onzekerheid? Wat met de zogenaamde situationele factoren? In welke mate worden homoseksuele relaties adequaat begrepen door de huidige definities en beleid? Hoe dit fenomeen begrijpen en hoe beleidsmaatregelen kritisch evalueren rekening houdende met gender, klasse, etniciteit, burgerschap, leeftijd en/of elke andere relevante dimensie van ongelijkheid en uitsluiting? Wat is de inzet van deze verschillende lezingen in termen van het uitwerken van een publiek en strafrechtelijk beleid? In welk opzicht komen deze visies overeen met de realiteit van de situaties die naar justitie worden doorverwezen? En ten slotte, is er werkelijk een toename in partnergeweld of is er eerder sprake van wijzigingen in de manier waarop deze gedragingen en de onzekerheid die ze teweegbrengen, worden gepercipieerd?

Het voeren van een beleid op meerdere niveaus, zoals gesuggereerd door het NAP, stelt aanzienlijke uitdagingen. Dit terwijl we momenteel slechts weinig weten over de effectiviteit van de voorgestelde transversale maatregelen en hun doeltreffendheid om geweld te voorkomen of om een adequaat antwoord te bieden op de noden van de betrokken burgers. De feiten tonen aan dat het toegenomen beroep op justitiële interventies slechts beperkte resultaten heeft. Onderzoek toont aan dat het nultolerantiebeleid, vooropgesteld in de laatste decennia met tot doel een ontradend effect en het verspreiden van een symbolische boodschap, op praktisch vlak eerder inefficiënt is gebleken. Hoe is het publieke beleid daarom geëvolueerd? Wat is er gebeurd met de rollen van politie, justitie en de hulpverlening en hoe interageren ze? Reflecteert het toegenomen beroep op het strafrecht een afname in middelen in de hulpverlening, of eerder een afname van de hulpvragen die ze krijgen, en wat zijn hiervan de redenen? Welke vormen van samenwerking kunnen worden geobserveerd en wat te denken van de specifieke functie van elke institutie? Wat kunnen we besluiten ten aanzien van de publieke opinie en de beeldvorming ten aanzien van deze materie en hoe beïnvloeden deze de praktijken van de verschillende betrokkenen?

Methodologie en interdisciplinariteit

Om deze vragen te beantwoorden, zal het onderzoek verschillende benaderingen combineren, mogelijk gemaakt door de pluridisciplinaire samenstelling van het onderzoeksteam, bestaande uit historici, (socio)criminologen, psychologen, demografen, genderexperten, en politieke sociologen. Een variëteit aan methodes wordt toegepast: analyse van juridische dossiers en dossiers van verenigingen, analyse van statistische gegevens (politie, justitie, gezondheid, verenigingen, enz.), analyse van publieke vertogen, analysen van ‘grey literature’ (vluchthuizen, verenigingen, enz.), interviews met sleutelactoren, interviews met daders en slachtoffers. Bepaalde benaderingen lijken a priori relevanter om de doelen te bereiken: de methode van het levensparcours (“pathway perspective”), netwerkanalyse en de DELPHI-methode.

Potentiële impact van het onderzoek op wetenschappelijk voor wetenschap, maatschappij en/of beslissingondersteuning

Het onderzoek beoogt (1) het verbeteren van kennis ten aanzien van het fenomeen partnergeweld en van de rol van publiek beleid; (2) een analyse maken van de coherentie en incoherenties tussen kennis en publiek beleid; (3) de betrokkenheid van beleidsmakers vergroten (deze maken deel uit van het opvolgingscomité); (4) om ten slotte een impact te hebben in het realiseren van een efficiënter (multi-level) beleid ten aanzien van partnergeweld. Vanuit dit oogpunt zullen verschillende producten worden aangeleverd gericht tot verschillende types actoren: de academische wereld, de publieke sector (politie, magistraten…) en private sector (verenigingen, sociale werkers…), de medische sector (vormingen voor artsen…) evenals het brede publiek.


Documentatie :

Over deze website

Uw privacy

© 2017 POD Wetenschapsbeleid