ASKANIA
Toestel voor afstandsmeting met Invardraad, gebruikt voor de opmeting van de basissen van het triangulatienet, ca 1950
Nationaal Geografisch Instituut
Inv. nihil

OBJECT 29
De Invardraad

Dit toestel bestaat uit een set van vier Invardraden, twee gewichten, twee dwarslatten en de poten. Dit precisie-meetinstrument werd op het einde van de 19de eeuw ontwikkeld, omdat er van dan af strengere regels golden voor het meten van afstanden.

Invar is een legering van ijzer en nikkel die werd ontdekt in de 19de eeuw. Het heeft een lage uitzettingscoëfficiënt.

Het toestel dat u hier ziet dateert uit de jaren 1950.
Een draad is 24 lang en de gemeten afstand is dus, in ideale omstandigheden, een veelvoud van 24 meter.
De draad wordt door twee gewichten van 10 kg strak gehouden, zodat zijn lengte constant blijft.
Om het toestel te installeren moet er aan beide uiteinden een drager staan. 

Voor de meting vergelijkt men de draad met een lengte die op de bodem aangeduid staat met uitgelijnde bakens.
De geodetische basissen van de triangulatie kunnen van enkele honderden meter tot verschillende kilometers lang zijn.
De resultaten worden verschillende keren afgelezen op de noniussen aan de uiteinden van de vier geijkte draden van het toestel.
De verschillende waarden worden dan statistisch verwerkt.

Bij de berekening van de afstand houdt men rekening met de temperatuur, de windkracht en –snelheid, de hoogte, de waterpassing en de uitlijning van de bakens.

Dit toestel is het laatste voorbeeld van een instrument dat men fysiek vergelijkt met een afstand om die te meten.


<< Terug naar de objectenlijst


Design by Mobifreaks.com