Image

Object 4

Adolphe Sax
Trompet met zes ventielen en zeven klankbekers
Messing
Parijs, 1869
Muziekinstrumentenmuseum (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, 4de dep.)
Inv. 2465

 

Adolphe Sax (1814-1894) uit Dinant was één van de meest getalenteerde muziekinstrumentenbouwers uit de 19de eeuw. Hij was eerst actief in Brussel in het atelier van zijn vader en verhuisde daarna naar Parijs, waar hij zijn eigen manufactuur opstartte. Als handige vakman benutte hij de industriële principes optimaal terwijl hij uitzonderlijke uitvinderscapaciteiten ontwikkelde, zowel op muzikaal vlak als daarbuiten. Zijn bekendste uitvinding is de saxofoon, gepatenteerd in 1846, die pas na zijn dood een wereldwijd succes zou worden dankzij de jazz.

Hij is ook verantwoordelijk voor het ontstaan van de familie van saxhoorns, saxotromba’s en saxtuba’s, evenals voor de vele verbeteringen die hij toepaste op blaasinstrumenten en drums. Perfectionistisch als hij was, legde hij zich toe op het verbeteren van allerlei bestaande muziekinstrumenten, zoals de klarinet, fluit, trompet, bugel, hoorn, trombone, pauken, bellen en zelfs de triangel!

Om de blaasinstrumenten met ventielen nauwkeuriger te maken, bedacht hij een systeem met zes ventielen dat, in theorie, enkel geluiden met een perfecte toonzetting liet klinken. De trompetten blinken dus uit door dit ingenieuze mechanisme dat equivalent is aan de combinatie van verschillende instrumenten in één. Hij vroeg een patent aan op deze uitvinding in 1852, en ook nog op twee andere in 1859 en 1867.

Elke ventiel is onafhankelijk van de andere vijf en biedt een eigen reeks van natuurlijke geluiden. Als we de noten die verkregen kunnen worden zonder ventielen bij elkaar optellen, komen we aan zeven harmonische reeksen die alle tonen van het spectrum kunnen voortbrengen. Elke buis is verbonden met een unieke klankbeker of met zeven afzonderlijke klankbekers.

Dit laatste type omvat bijzonder indrukwekkende instrumenten, esthetisch en akoestisch betrouwbaar, maar zwaar en moeilijk om te vervaardigen. Een ander nadeel dat de verspreiding van het systeem belet, is dat het moeilijk is voor de muzikant om nieuwe vingerzettingen te leren. Het werd enkel toegepast op de trombone, vooral in België, tot het midden van de 20ste eeuw. Veel componisten schreven prachtige muziekstukken voor dit type instrument, waaronder Giuseppe Verdi in zijn opera Don Carlos (1867).

 

Terug naar de objectenlijst



Copyright © 2018 BELSPO