Image

Object 20

Ontvanger GPS
Trimble Navigation 4000SL

USA, 1988
Antenne (mod. 12333) en computer (mod. 12331)
Nationaal Geografisch Instituut
Inv. G 206

 

De GPS-ontvanger die u hier ziet is de eerste die de medewerkers van de dienst Geodesie van het NGI gebruikten op het einde van de jaren 1980.
Geodesie –van het Grieks gễ, de aarde en daíô, verdelen, letterlijk het “meten van de aarde” -  is onmisbaar voor het maken van kaarten.

Mercator (1512-1594) kon in 1540 een wereldkaart maken omdat hij de astronomische ligging van de steden kende. Alle waarnemingen sinds de Middeleeuwen gebeurden toen vanop de aarde.
Op het einde van de 17de eeuw gebruiken abbé Picard en Jean-Dominique Cassini de cirkel van Borda voor de triangulatie van de Meridiaan van Parijs. Zo proberen ze de kromming van de aarde te berekenen. 

Met de Russische Spoetnik in 1957 rijst het probleem van de communicatie tussen de aarde en de ruimte. De besturing van Apollo XI vanop de aarde en de maanlanding van de eerste mens in 1969 waren alleen mogelijk omdat er overal ter wereld Amerikaanse militaire bases waren.

In 1978 besliste het Amerikaanse Department of Defense om een constellatie van 24 satellieten in een gecontroleerde baan om de aarde te brengen om zo de raketten te leiden. Het volledige systeem was operationeel in 1993…vier jaar na de val van de muur van Berlijn (1989). Het GPS of Global Positioning System was geboren en sindsdien meet men de aarde vanuit de ruimte.

Enkele jaren later zullen de grote naties, die niet afhankelijk wilden zijn van het Amerikaanse systeem, hun eigen projecten lanceren, bijvoorbeeld Galileo voor de Europese Unie, Glonass voor Rusland en Beidou voor China.

Ondertussen zijn GPS-toestellen dagelijkse gebruiksvoorwerpen geworden, zowel in onze auto’s als in de zak van de wandelaars.

Een GPS-ontvanger ontvangt signalen van ten minste vier satellieten en zijn computer berekent in real time zijn positie ten opzichte van deze constellatie.
Momenteel is het NGI bezig met het bestuderen van de correcties die op zijn instrumenten toegepast moeten worden. Deze correcties zijn onder andere gekoppeld aan de bouw van de antennes. Dankzij grote gegevensreeksen kunnen we met onze toestellen een milimeterprecisie in x en y krijgen en een precisie van 5 tot 8 millimeter in de hoogte weglaten. Ze dienen ook om de fouten te verbeteren die een gevolg zijn van de breking en van de weerkaatsing van de golven door de omgeving.



François Schuiten
Les cités obscures. L’archiviste / De duistere steden. De archivaris
Sc : Benoît Peeters
Casterman, 1987

 

Terug naar de objectenlijst

Copyright © 2019 BELSPO