NL FR EN
www.belgium.be

  Risico-analyse (RA)

Je hebt er belang bij om zelf een risico-inschatting te doen. Bij je voorstelindiening/aanvraagformulier voor financiering spits de lijst van OV-vragen, voor je zelfanalyse, zich toe op 4 factoren:

  • Jouw instelling (profiel, sterktes, kwetsbaarheid)
  • Het domein of de specifieke topic van je onderzoeksvoorstel
  • Het of (de) betrokken land(en) bij je aanvraag (al dan niet via je eigen samenwerkingspartner)
  • De betrokken buitenlandse partnerinstelling.

Deze factoren staan niet los van elkaar; Het is aangewezen om ze, bij de risicoanalyse, via een set specifieke vragen, als één geheel (RA) te bekijken. Na de vragen -beantwoording wordt er automatisch een finale risicoclassificatie voorgesteld: geen risico, matig risico of 'hoog risico'. Bij de laatste categorie, hoog risico, volgt er een voorwaardelijke toekenning, waarbij een goedkeuring inzake onderzoeksveiligheid  vanuit je instelling nodig is, alvorens het onderzoek (of het relevant deel ervan), kan opgestart worden (net zoals een ethische goedkeuring bijv. door ethische commissies, al in universiteiten toegepast). Het is dan ook belangrijk om bij een ‘hoog risico’ -classificatie tijdig (bij voorkeur voor indiening) advies in te winnen bij de contactpersonen voor OV in je instelling. Eens je de risicoanalyse hebt doorgevoerd, kom je mogelijk tot de conclusie dat er wel enige onderzoeksveiligheidsrisico’s verbonden zijn aan je onderzoeksvoorstel. Je stelt je daarbij meteen de vraag of je voorstel hierdoor in het gedrang komt. Dat hoeft zeker niet het geval te zijn. We willen vooral dat je je bewust bent van de mogelijke risico’s die je onderzoeksvoorstel met zich meebrengt en dat je daar ook naar handelt. We stellen hierna enkele mitigerende maatregelen voor zodat je alsnog op een verantwoorde manier je onderzoek/innovatie en samenwerking kan laten doorgaan. Indien uit de risicoanalyse blijkt dat je onderzoeksvoorstel een goedkeuring inzake OV nodig heeft, neem dan onmiddellijk contact op met de desbetreffende diensten binnen je instelling. Wacht daarmee niet tot aan de deadline voor voorstelindiening.

Ter info: Europese gids: Building blocks for risk appraisal 

In gevallen waarin de risico’s bijzonder groot zijn, bijv. bij een gevoelig onderzoeks-topic, in samenwerking met een instelling die nauw verbonden is met de overheid, én in een land dat gekend staat om de mensenrechten niet nauw te nemen, kan het evaluatiepanel van de oproep-financierder (in casu BELSPO), ondanks de opgegeven mitigerende maatregelen, alsnog beslissen dat een OV-goedkeuring nodig is van de relevante diensten binnen je instelling.
Mogelijks zijn ook enkele bindende beperkingen inzake internationale samenwerking van je financieringsinstellingen te consulteren (bijv. de FWO opgelegde beperking wat betreft samenwerking met China ).


1. Onderzoeksdomeinen

De risico-analyse is nuttig voor alle voorstellen, ongeacht het onderzoeksdomein. O&I-voorstellen die te maken hebben met kritieke of sensitieve technologieën verdienen een bijzondere aandacht (high sensitivity, high impact). Het gaat over technologieën, die ook met ‘duaal gebruik’ kunnen te maken hebben: geavanceerde halfgeleiders-technologieën, AI (kunstmatige intelligentie) -technologieën, kwantum -technologieën, biotechnologieën, geavanceerde connectiviteits-, navigatie- en digitale technologieën, geavanceerde detectie-technologieën, ruimtevaart- en voorstuwings-(propellors) technologieën, energie- technologieën, robotica en autonome systemen, geavanceerde materialen, geavanceerde fabricatie- en recyclage-technologieën.

Het is belangrijk sensitieve kennisgebieden nauwkeurig te identificeren omdat voor deze geldt dat er risico’s voor de nationale veiligheid samenhangen met ongewenste kennisoverdracht. Daarbij kan meespelen dat er sprake is van een verhoogd risico is op onethische toepassing van onderzoeksresultaten, zoals in verband met (massa)surveillance-programma’s. Bedenk daarbij dat een technologie door technologische ontwikkelingen in de loop van de tijd meer of minder sensitief kan worden. Het is daarom raadzaam om te werken met een dynamische lijst met sensitieve kennisgebieden die periodiek wordt herzien.

De risico’s zijn nog groter op gebieden waar ons land een unieke kennispositie of internationale reputatie heeft of omdat de technologie kan raken aan de continuïteit van vitale processen ons land.
De risicoanalyse is niet alleen van belang vanwege de nationale veiligheid, maar ook vanwege je eigen veiligheid of deze van medewerkers in je instelling, én, voor de waarborging van de academische kernwaarden en de reputatie van je instelling.


2. Ken je samenwerkingspartners, opdrachtgevers en financiers

►  Bij het aangaan of verlengen van een overeenkomst is het van belang dat de betrokken onderzoeker of projectleider zich verdiept in de achtergrond van de buitenlandse partner-organisatie of opdrachtgever. Due diligence is de term die daar internationaal voor gebruikt wordt. Wat is de wetenschappelijke reputatie van de instelling? Wie zijn er precies bij het project betrokken? Hoe zit het met de kosten? Het is van belang dat je daarbij óók stilstaat bij kennis/onderzoek veiligheid.

Het is altijd goed om daar op te letten, maar het is pure noodzaak bij instellingen of bedrijven afkomstig uit landen met een hoog risicoprofiel. Ook hier geldt dat het er niet om gaat op voorhand instellingen of bedrijven categorisch uit te sluiten. Het betekent dat betrokken medewerkers zich bewust zijn van de risico’s en dreigingen en bewust maatregelen treffen om deze te voorkomen of beperken.

Daarvoor hoeft hij of zij geen veiligheidsexpert te zijn; met alertheid en consultatie van open bronnen kan men al een eind komen. Het gaat erom scherp te letten op signalen die erop kunnen wijzen dat er iets niet in de haak is. Denk bijvoorbeeld aan een partner waarover amper informatie is te vinden op internet en die bij niemand bekend is. Als de partner al wel bekend is binnen je instelling of bij collega’s van andere instellingen, kan je navraag doen. Welke ervaringen hebben zij? Zijn er incidenten geweest? De veiligheidscoördinator van je instelling kan helpen bij het verzamelen van de informatie. Voorbeelden van factoren waar je kan op letten:

  • Is de partner verbonden aan de overheid? Denk bvb. aan staatsgeleide bedrijven of instellingen.
  • Is de partner verbonden aan het leger of de defensie-industrie?
  • Zijn er sancties op de partner van toepassing?
  • Heeft de instelling een aantoonbare reputatie op het vakgebied waar het om gaat? Als expertise ontbreekt of onduidelijk is hoe de beoogde samenwerking aansluit op de normale activiteiten van de partner dan is dat een reden tot alertheid.
  • Wat voor onderzoek doen de bij de samenwerking betrokken onderzoekers nog meer? Zijn zij verbonden aan meerdere instellingen/organisaties?
  • Het contact verloopt met een andere entiteit (andere naam, ander adres) dan de partnerorganisatie zelf, of wordt gaande het proces veranderd.
  • De partner geeft geen duidelijke antwoorden op vragen over de beoogde toepassing van de onderzoeksuitkomsten of maakt om onduidelijke redenen bezwaar tegen bepalingen die standaard zijn in overeenkomsten of stelt excessieve geheimhoudingsbepalingen voor.

Ook zijn er gespecialiseerde onderzoeksbureaus actief, die veiligheids-gerelateerde analyses maken die nuttig kunnen zijn.
Er zijn ook zeer specifieke risico-trackers beschikbaar: bijv de China Defense Universities Tracker van het Australische ASPI  (helaas nu recentelijk niet meer gratis beschikbaar).

► Bij opdrachtgevers en financierders van onderzoek geldt iets vergelijkbaars als bij onderzoek partners. Het maakt niet uit om wat voor soort financiering het gaat, het kan bijv. ook om schenkingen gaan van donateurs. Het begint met basale vragen als: waar komt het geld vandaan dat de partner wil investeren en wat zouden de motieven van de partner kunnen zijn om het onderzoek te financieren? Heeft de financierder economische of politieke belangen bij een bepaalde uitkomst van het onderzoek? Factoren waar je kan op letten m.b.t.  financiering:

  • Er is weinig tot geen informatie te vinden over de opdrachtgever of financier (geen website etc.).
  • Er wordt gebruik gemaakt van een entiteit die atypisch is voor dit soort onderzoek financiering.
  • De opdrachtgever of financier stelt uitzonderlijk grote bedragen beschikbaar of stelt bijzonder gunstige financieringsvoorwaarden voor en vraagt daar amper iets voor terug.
  • De opdrachtgever of financierder wil niet dat resultaten worden gepubliceerd, stelt uitzonderlijk strenge intellectuele eigendomseisen of bedingt geheimhouding t.a.v. eindgebruikers en specificaties.

Bedenk daarbij dat je ook stap voor stap in een situatie van (financiële) afhankelijkheid kan terecht komen. Met de projecten en activiteiten afzonderlijk is dan weinig mis, maar bij elkaar opgeteld geven ze de financierder een positie die hem in staat stelt de samenwerking en de inhoud ervan te sturen. De financierder kan je instelling en/of betrokken onderzoekers persoonlijk onder druk zetten, zowel via positieve prikkels (beloven van beloningen) als via bedreigingen.

Als je een inschatting wil maken van het risicoprofiel van een land, kan je gebruik maken van openbaar beschikbare dreigingsinformatie van het type publicatie  ‘Dreigingsbeeld Statelijke Actoren‘ van onze veiligheidsdiensten bijv. het VSSE  (Veiligheid van de staat) en het BNRA  (Belgian National Risk Assessment).
Bijzondere ‘hoge’ risicolanden: je kan kijken oa. op www.sanctionsmap.eu  om te zien tegen welke landen er sancties gelden. Bv Noord-Korea, Iran…

Je kan ook relevante internationale ranglijsten en indices van NGO’s, onderzoeksinstituten en internationale organisaties raadplegen. Een slechte score op dergelijke overzichten moet alarmbellen doen afgaan. Kijk bijvoorbeeld naar hoe het gesteld is met de academische vrijheid, vrijheid in het algemeen, democratie en respect voor de rechtsstaat. De hier genoemde overzichten zijn illustratief; het gaat erom dat je jouw risico-oordeel staaft en onderbouwt.

Voorbeelden van internationale ranglijsten en indices:

Scoort een land slecht op dergelijke ranglijsten, dan betekent dat niet per se dat je niet kan samenwerken met instellingen uit dit land. Ook met onderzoekers uit dergelijke landen kan in principe worden samengewerkt, mits je de juiste voorzorgsmaatregelen treft en je rekenschap geeft van de context waarbinnen de beoogde partner opereert.

Als je inschat dat aan de beoogde samenwerkingspartner, opdrachtgever of financierder veiligheidsrisico’s verbonden zijn, betrek dan de veiligheids-coördinator van je instelling. Samen kunnen vervolgstappen overwogen worden. De uiteindelijke beslissing over het aangaan van de samenwerking, valt onder de verantwoordelijkheid van het centrale gezag van je instelling (bij de universiteit is dat in principe het bestuurscollege). Daarbij worden veiligheidsrisico’s expliciet meegewogen, als onderdeel van het partner-acceptatiebeleid van je instelling.

Als je niet de gewenste informatie kan vinden, raden we je aan om in de toekomst contact op te nemen met het (toekomstig) ondersteunend ‘loket onderzoek veiligheid’ in ons land. Het loket (of het loket-systeem) waarover overleg gaande is, kan informatie en expertise delen die binnen de bevoegde ministeries en diensten van onze overheid aanwezig is en kan zo nodig meedenken over mogelijke mitigerende maatregelen die je kan treffen.

  Factsheet 3 Risico-analyse