NL FR EN
www.belgium.be

  Over wetenschapsdiplomatie (SD)

Wat verstaan we onder wetenschapsdiplomatie?

Wetenschapsdiplomatie (Science Diplomacy, SD) omvat de wisselwerking tussen wetenschap en diplomatie waarbij ze elkaar door verschillende types interacties zo veel mogelijk wederzijds versterken.  Dat gebeurt wanneer diplomaten internationale onderzoeks- en innovatiesamenwerking bevorderen, wanneer beleidsmakers en diplomaten wetenschappelijke expertise gebruiken om buitenlandse beleidskeuzes en internationale onderhandelingen te onderbouwen, of wanneer wetenschappelijke samenwerking wordt ingezet om grensoverschrijdende en mondiale uitdagingen gezamenlijk aan te pakken. Wetenschapsdiplomatie vormt daarmee de brug tussen de wereld van onderzoek en innovatie en de wereld van internationale betrekkingen.

Wetenschapsdiplomatie is geen nieuw fenomeen; ze heeft recent sterk aan belang gewonnen. Onderzoekssamenwerking heeft altijd al een rol gespeeld in het onderhouden van relaties tussen landen, zelfs in periodes van politieke spanningen. De huidige geopolitieke context geeft SD een meer strategisch karakter. Wetenschapsdiplomatie is vandaag een veelzijdig containerbegrip; SD wordt wereldwijd ingezet als instrument om internationale samenwerking te versterken, om Europese belangen te beschermen, om universele waarden te promoten en mondiale uitdagingen gezamenlijk aan te pakken.

Traditioneel onderscheiden we drie complementaire dimensies van wetenschapsdiplomatie, zoals beschreven doo de Royal Society [1]:

  • Diplomatie voor onderzoek en innovatie (Diplomacy for Science) diplomatie ondersteunt internationale samenwerking op het vlak van onderzoek en innovatie. Voorbeelden zijn grote internationale onderzoeksinfrastructuren zoals INTER [2] en SKA [3] en bilaterale wetenschappelijke overeenkomsten en internationale onderzoeksprogramma's.
  • Wetenschap voor diplomatie (Science for Diplomacy): wetenschappelijke samenwerking wordt ingezet om relaties tussen landen te versterken en vertrouwen op te bouwen (bv tijdens de Koude oorlog of het SESAME [4] project.
  • Wetenschap in diplomatie (Science for Diplomacy): wetenschappelijke evidentie ondersteunt buitenlandse, veiligheids- en ontwikkelingsbeleid en levert expertise voor internationale onderhandelingen en besluitvorming. Internationale wetenschappelijke adviesorganen zoals het IPCC [5] of IPBES [6] illustreren hoe wetenschap bruggen kan slaan tussen landen.

Het rapport Royal Society & AAAS, Science Diplomacy in an Era of Disruption (2025) [7] biedt een belangrijke actualisering van de publicatie ‘New Frontiers in Science Diplomacy ‘uit 2010; een nieuw kader wordt beschreven, dat rekening houdt met de sterk veranderde geopolitieke, technologische en wetenschappelijke omgeving.

Recent heeft de Europese Commissie een vierde dimensie toegevoegd in samenspraak met de onderzoekswereld:

  • Diplomatie in wetenschap (Diplomacy in Science): deze dimensie benadrukt de actieve rol van wetenschappelijke instellingen, universiteiten en onderzoekers als diplomatieke actoren. Zij zetten zelf diplomatieke vaardigheden, waarden en strategieën in om internationale samenwerking vorm te geven, de academische vrijheid en integriteit van onderzoek te beschermen, kennis en expertise internationaal te delen en bij te dragen aan dialoog en vertrouwen. Diplomacy in Science kan er eveneens de beperking omvatten dat internationale samenwerking wordt beperkt of aan voorwaarden wordt onderworpen wanneer niet wordt voldaan aan ethische, veiligheids- of andere strategische vereisten (Cfr. kennisveiligheid). Zo vestigt deze dimensie de aandacht op de verantwoordelijkheid en handelingsruimte van de wetenschappelijke gemeenschap binnen internationaal beleid.

Onderzoek en innovatie vormen vandaag de kern van onze levenskwaliteit, economische ontwikkeling en maatschappelijke weerbaarheid. En de kracht van onderzoek en innovatie ligt in de inspirerende diversiteit van de internationale samenwerking die OTI onderbouwt. Wetenschapsdiplomatie ondersteunt de internationale samenwerkingsagenda en sluit nauw aan bij de Europese dialoog rond waarden, open wetenschap en internationale partnerschappen. Tegelijk draagt zij bij aan de bescherming van Europese strategische belangen, kennisveiligheid en technologische soevereiniteit.

Onderzoek streeft naar objectiviteit en waarheidsgetrouwheid; de taal van onderzoek wordt aldus in zekere mate als universeel en relatief neutraal beschouwd, echter zonder nooit volledig los te staan van geopolitieke realiteiten en nationale strategieën. Onderzoekssamenwerking kan vertrouwen creëren, conflicten helpen voorkomen of oplossen en bijdragen aan duurzame oplossingen voor complexe mondiale uitdagingen. Ze ondersteunt socio-economische ontwikkeling, versterkt de internationale competitiviteit op het vlak van onderzoek technologie en innovatie (OTI), en helpt zowel Europese kennisactiva te beschermen als onderzoeks-, technologie- en innovatiecapaciteit (OTI-capaciteit) op te bouwen in minder ontwikkelde regio's.

In een steeds instabielere wereld is het openhouden van internationale communicatiekanalen via onderzoek en innovatie essentieel, juist daar waar traditionele diplomatie onder druk staat [8] [9].

Internationale voorbeelden van gezamenlijke onderzoeksinfrastructuren in het bijzonder, illustreren de verbindende rol van wetenschap. Denken we maar aan de astronauten en kosmonauten die samenwerken in het International Space Station (ISS) [10] ondanks de geopolitieke spanningen tussen Rusland en westerse landen, alsook bvb. de samenwerking binnen ITER evenals specifieke deelnames aan thematische internationale fora in landen waarmee er bepaalde spanningen zijn. Ook het synchrotron-project SESAME in Jordanië brengt onderzoekers samen uit landen in het Midden-Oosten, en ook breder, die politiek tegenover elkaar staan, en dit in een inspirerende toekomstgerichte dynamiek.

Wetenschappelijke evidentie ondersteunt ook overleg over gedeelde natuurlijke hulpbronnen, zoals i.v.m. het waterconflict rond de Nijl [11] [12]
De Europese Commissie in samenwerking met de African Academic of Science (AAS) faciliteerden in 2024 een “safe space meeting” met experten uit alle Nijllanden voor kennisuitwisseling als “trust building” en mogelijke onderbouw van en bijdrage en aanzet tot een (minder gespannen) beleidsmatige regionale dialoog. Een onderzoeksproject met deelname van VUB en KUL experts toonde voordien aan dat gecombineerde onderhandelingen over waterbeheer en electriciteitproductie en-beheer , in plaats van uitsluitend over de verdeling van water, de Nijl kunnen transformeren van een “zero sum conflict” naar een kans op gedeelde voordelen, onderbouwd door wetenschappelijke gegevens. Vanuit het perspectief van de wetenschapsdiplomatie toont dat project hoe onderzoek kan bijdragen aan het oplossen van complexe grensoverschrijdende uitdagingen. Door waterbeheer, energiehandel, klimaat en economische effecten geïntegreerd te modelleren, levert de wetenschap neutrale en objectieve inzichten die het vertrouwen tussen de betrokken landen kunnen versterken. Zo fungeert wetenschap als brug tussen onderzoek en diplomatie en ondersteunt zij ‘geïnformeerde’ evidence-based besluitvorming, regionale samenwerking en duurzame oplossingen voor internationale conflicten.

Wetenschapsdiplomatie en wetenschappelijke samenwerking


klik om te vergroten

Beide begrippen zijn verschillend maar nauw met elkaar verbonden.

Wetenschapsdiplomatie draagt bij tot sterk onderbouwd buitenlands beleid en internationale onderhandelingen, door kennis en expertise aan te leveren, terwijl diplomaten op hun beurt internationale onderzoeks-, technologische en innovatiesamenwerking faciliteren.

Wetenschappelijke samenwerking gaat over operationele samenwerking tussen onderzoekers, universiteiten en onderzoeksinstellingen met als doel nieuwe wetenschappelijke kennis te ontwikkelen en te delen. Het resultaat bestaat doorgaans uit publicaties, datasets, technologieën of innovaties en is in essentie gericht op wetenschappelijke vooruitgang.

Wetenschapsdiplomatie en technologie diplomatie

Wetenschapsdiplomatie omvat vandaag steeds meer een sterke technologie- en innovatiedimensie. In een wereld waarin onderzoek in toenemende mate wordt gedreven door data en technologische ontwikkelingen, zijn wetenschap en technologie in de internationale samenwerking nauw met elkaar verweven [13]. Internationale samenwerking rond artificiële intelligentie, quantumtechnologie, halfgeleiders, cyberveiligheid, digitale governance en andere sleuteltechnologieën heeft niet alleen een wetenschappelijke en economische, maar ook een duidelijke geopolitieke dimensie.

De snelle ontwikkeling en verspreiding van deze technologieën biedt grote kansen voor duurzame ontwikkeling, innovatie en welvaart, maar kan bestaande mondiale ongelijkheden tegelijk versterken wanneer toegang tot technologie, data, infrastructuur en kennis ongelijk verdeeld blijft. Ook de manier waarop data worden verzameld, gedeeld en gebruikt, en wie toegang heeft tot de infrastructuur en technologie die daarvoor nodig is, roept belangrijke vragen op over inclusiviteit, autonomie en machtsverhoudingen. In die context wordt onder meer gewaarschuwd voor vormen van «algoritmisch kolonialisme», waarbij technologische afhankelijkheden en ongelijke toegang tot data en digitale infrastructuur bestaande asymmetrieën kunnen bestendigen [14].


klik om te vergroten

Wetenschapsdiplomatie biedt een belangrijk instrument om deze ontwikkelingen in een internationale en multilaterale context te benaderen. Het gaat daarbij niet enkel om samenwerking tussen onderzoekers, maar ook om de dialoog tussen overheden, kennisinstellingen, bedrijven en andere maatschappelijke actoren over de ontwikkeling, toegang tot en het verantwoord gebruik van nieuwe technologieën. Initiatieven gericht op eerlijke en inclusieve toegang tot technologische vooruitgang, zoals onder meer binnen UNESCO, sluiten hierbij aan. Het is essentieel dat alle regio's van de wereld alle lagen van de samenleving kunnen deelnemen aan en profiteren van technologische vooruitgang. In de multi-stakeholder diplomatie van vandaag zitten grote technologie bedrijven en beleidsmakers en onderzoekers ook samen. Het is cruciaal dat de ontwikkeling en verspreiding van deze technologieën niet uitsluitend gestuurd wordt door belangen van een beperkt aantal grote technologiebedrijven.

De toenemende verwevenheid van wetenschap, technologie en geopolitiek maakt het dan ook steeds moeilijker – en minder wenselijk – om wetenschapsdiplomatie en technologiediplomatie als afzonderlijke domeinen te beschouwen [15] [16] [17] [18] [19].

  Home