NL FR EN
www.belgium.be

Projectfiches

ADVANCE: Antarctic bioDiVersity dAta iNfrastruCture (KBIN)
BE-QCI: Belgian-QCI (IMEC)
BOOSTED: Belgium Optical network for Optical frequency Standards and TimE Dissemination (KSB)
BopCo-Ce: Barcoding Facility for Organisms and Tissues of Policy Concern - Centre of Excellence (KBIN-KMMA)
BopCo-CE: Towards a Belgian Expert Centre for the Identification of Biological Specimens and Products of Policy Concern (KBIN, KMMA)
CANATHIST: The Natural History collections collected in central Africa by Belgian institutions (KMMA, KBIN)
CHrisis: Erfgoed in gevaar (KIK)
CoSo: Colonial Sources: Improve access, Share archives and Promote knowledge on the colonial past (Belgium, Burundi, the DRCongo and Rwanda) (KMMA, ARA)
DORA: Detection of Ozone Recovery in the Arctic (BIRA)
DOT: Database on Offender Trajectories (NICC)
ENFORCE: Expertisecentrum voor Forensisch houtonderzoek (KMMA)
ExPoSoils: Climate change experiments in Arctic and Antarctic polar desert soils ((UGent, ULiège, KBIN)
FROID: Finding the world’s oldest ice record around the Princess Elisabeth Station (ULB)
H-SEARCH: Heritage Science Elastic Archives (KIK)
Hydrogen Test Facility for scientific and applied research (VKI)
infraFADA: Upgrading the taxonomic backbone of global freshwater animal biodiversity research infrastructures (KBIN)
LATTITUDE: Sleep at extreme latitudes: examining the differences between Antarctic and arctic environments (KMS)
LEANI: Low Energy Astrophysical Neutrinos in the Ice (UCLouvain)
LIFTHAW: Nutrient lift upon permafrost thaw: sources and controlling processes (UCLouvain)
LINAC@LNK: Van de karakterisatie van radioactief afval naar medische metrologie (SCK-CEN)
MAGSCREEN: Construction of a magnetically shielded room (KMI)
MetaBelgica: A shared entity management infrastructure between Federal Scientific Institutions (KBR, KMSKB, KIK, KMKG)
Metissen-Resolutie: Metissen-Resolutie - fase 1 (verlenging) (ARA)
Metissen-Resolutie: Metissen-Resolutie - fase 2 (ARA)
MPVAQUA: Floating solar at sea (KBIN)
NAMSAT: Natural hAzards Monitoring from SATellites (BIRA)
NEED: Needs Examination, Evaluation and Dissemination: identificeren en meten van onbeantwoorde gezondheidsgerelateerde behoeften, zodat innovatie in de gezondheidszorg en het gezondheidszorgbeleid meer kunnen worden afgestemd op deze behoeften (KCE, Sciensano)
ORCHESTRA: ecOsystem Responses to Constant offsHorE Sound specTRA (UGent)
PASPARTOUT: Transportwegen van atmosferische deeltjes, VOCs, en waterdamp naar Oost-Antarctica in een veranderend klimaat (KMI, KU Leuven, UGent, ULB)
PROCHE: Herkomstonderzoek op de Etnografische collectie (KMMA)
PURE WIND: Impact of sound on marine ecosystems from offshore wind energy generation (KBIN)
RESIST: Recent Arctic and Antarctic sea ice lows: same causes, same impacts? (KMI, UCLouvain)
SORBET: Services and OpeRability of the BRAMS nETwork (BIRA)
SUNRISE: Duurzame en uniforme onderzoeksinfrastructuur voor zonnegegevensdiensten (KSB)
SURV-EMIS: Consolidatie scheepsemissiemonitoring boven de Noordzee (KBIN)
ULTIMO: UnLocking The scIentific potential of the Belgica MOuntains, East Antarctica (VUB, ULB)

2021
BopCo-Ce: Barcoding Facility for Organisms and Tissues of Policy Concern - Centre of Excellence (KBIN - KMMA)
Hydrogen Test Facility for scientific and applied research (VKI)
Metissen-Resolutie: Metissen-Resolutie - fase 2 (ARA)
PROCHE: Herkomstonderzoek op de Etnografische collectie (KMMA)

2022
BE-QCI: Belgian-QCI (IMEC)
CHrisis: Erfgoed in gevaar (KIK)
ENFORCE: Expertisecentrum voor Forensisch houtonderzoek (KMMA)
MPVAQUA: Floating solar at sea (KBIN)
ORCHESTRA: ecOsystem Responses to Constant offsHorE Sound specTRA (UGent)
PURE WIND: Impact of sound on marine ecosystems from offshore wind energy generation (KBIN)
SURV-EMIS: Consolidatie scheepsemissiemonitoring boven de Noordzee (KBIN)

2023
ADVANCE: Antarctic bioDiVersity dAta iNfrastruCture (KBIN)
BOOSTED: Belgium Optical network for Optical frequency Standards and TimE Dissemination (KSB)
BopCo-CE: Towards a Belgian Expert Centre for the Identification of Biological Specimens and Products of Policy Concern (KBIN, KMMA)
CANATHIST: The Natural History collections collected in central Africa by Belgian institutions (KMMA, KBIN)
CoSo: Colonial Sources: Improve access, Share archives and Promote knowledge on the colonial past (Belgium, Burundi, the DRCongo and Rwanda) (KMMA, ARA)
DORA: Detection of Ozone Recovery in the Arctic (BIRA)
DOT: Database on Offender Trajectories (NICC)
ExPoSoils: Climate change experiments in Arctic and Antarctic polar desert soils ((UGent, ULiège, KBIN)
FROID: Finding the world’s oldest ice record around the Princess Elisabeth Station (ULB)
H-SEARCH: Heritage Science Elastic Archives (KIK)
infraFADA: Upgrading the taxonomic backbone of global freshwater animal biodiversity research infrastructures (KBIN)
LATTITUDE: Sleep at extreme latitudes: examining the differences between Antarctic and arctic environments (KMS)
LEANI: Low Energy Astrophysical Neutrinos in the Ice (UCLouvain)
LIFTHAW: Nutrient lift upon permafrost thaw: sources and controlling processes (UCLouvain)
LINAC@LNK: Van de karakterisatie van radioactief afval naar medische metrologie (SCK-CEN)
MAGSCREEN: Construction of a magnetically shielded room (KMI)
MetaBelgica: A shared entity management infrastructure between Federal Scientific Institutions (KBR, KMSKB, KIK, KMKG)
Metissen-Resolutie: Metissen-Resolutie - fase 1 (verlenging) (ARA)
NAMSAT: Natural hAzards Monitoring from SATellites (BIRA)
NEED: Needs Examination, Evaluation and Dissemination: identificeren en meten van onbeantwoorde gezondheidsgerelateerde behoeften, zodat innovatie in de gezondheidszorg en het gezondheidszorgbeleid meer kunnen worden afgestemd op deze behoeften (KCE, Sciensano)
PASPARTOUT: Transportwegen van atmosferische deeltjes, VOCs, en waterdamp naar Oost-Antarctica in een veranderend klimaat (KMI, KU Leuven, UGent, ULB)
RESIST: Recent Arctic and Antarctic sea ice lows: same causes, same impacts? (KMI, UCLouvain)
SORBET: Services and OpeRability of the BRAMS nETwork (BIRA)
SUNRISE: Duurzame en uniforme onderzoeksinfrastructuur voor zonnegegevensdiensten (KSB)
ULTIMO: UnLocking The scIentific potential of the Belgica MOuntains, East Antarctica (VUB, ULB)

FSI projects
BopCo-Ce: Barcoding Facility for Organisms and Tissues of Policy Concern - Centre of Excellence (KBIN - KMMA)
CHrisis: Erfgoed in gevaar (KIK)
ENFORCE: Expertisecentrum voor Forensisch houtonderzoek (KMMA)
Metissen-Resolutie: Metissen-Resolutie - fase 1 (verlenging) (ARA)

Metissen-Resolutie: Metissen-Resolutie - fase 2 (ARA)
PROCHE: Herkomstonderzoek op de Etnografische collectie (KMMA)
SURV-EMIS: Consolidatie scheepsemissiemonitoring boven de Noordzee (KBIN)

Hydrogen Test Facility
Hydrogen Test Facility for scientific and applied research (VKI)

EUROQCI
BE-QCI: Belgian-QCI (IMEC)

Floating Solar at Sea
MPVAQUA: Floating solar at sea (KBIN)

JPI Oceans
ORCHESTRA: ecOsystem Responses to Constant offsHorE Sound specTRA (UGent)
PURE WIND: Impact of sound on marine ecosystems from offshore wind energy generation (KBIN)

POLAR
DORA: Detection of Ozone Recovery in the Arctic (BIRA)
ExPoSoils: Climate change experiments in Arctic and Antarctic polar desert soils ((UGent, ULiège, KBIN)
FROID: Finding the world’s oldest ice record around the Princess Elisabeth Station (ULB)
LATTITUDE: Sleep at extreme latitudes: examining the differences between Antarctic and arctic environments (KMS)
LEANI: Low Energy Astrophysical Neutrinos in the Ice (UCLouvain)
LIFTHAW: Nutrient lift upon permafrost thaw: sources and controlling processes (UCLouvain)
PASPARTOUT: Transportwegen van atmosferische deeltjes, VOCs, en waterdamp naar Oost-Antarctica in een veranderend klimaat (KMI, KU Leuven, UGent, ULB)
RESIST: Recent Arctic and Antarctic sea ice lows: same causes, same impacts? (KMI, UCLouvain)
ULTIMO: UnLocking The scIentific potential of the Belgica MOuntains, East Antarctica (VUB, ULB)

INFRA
ADVANCE: Antarctic bioDiVersity dAta iNfrastruCture (KBIN)
BOOSTED: Belgium Optical network for Optical frequency Standards and TimE Dissemination (KSB)
BopCo-CE: Towards a Belgian Expert Centre for the Identification of Biological Specimens and Products of Policy Concern (KBIN, KMMA)
CANATHIST: The Natural History collections collected in central Africa by Belgian institutions (KMMA, KBIN)
CoSo: Colonial Sources: Improve access, Share archives and Promote knowledge on the colonial past (Belgium, Burundi, the DRCongo and Rwanda) (KMMA, ARA)
DOT: Database on Offender Trajectories (NICC)
H-SEARCH: Heritage Science Elastic Archives (KIK)
infraFADA: Upgrading the taxonomic backbone of global freshwater animal biodiversity research infrastructures (KBIN)
LINAC@LNK: Van de karakterisatie van radioactief afval naar medische metrologie (SCK-CEN)
MAGSCREEN: Construction of a magnetically shielded room (KMI)
MetaBelgica: A shared entity management infrastructure between Federal Scientific Institutions (KBR, KMSKB, KIK, KMKG)
NAMSAT: Natural hAzards Monitoring from SATellites (BIRA)
NEED: Needs Examination, Evaluation and Dissemination: identificeren en meten van onbeantwoorde gezondheidsgerelateerde behoeften, zodat innovatie in de gezondheidszorg en het gezondheidszorgbeleid meer kunnen worden afgestemd op deze behoeften (KCE, Sciensano)
SORBET: Services and OpeRability of the BRAMS nETwork (BIRA)
SUNRISE: Duurzame en uniforme onderzoeksinfrastructuur voor zonnegegevensdiensten (KSB)

ADVANCE
Antarctic bioDiVersity dAta iNfrastruCture

  • Budget: 998.005 €
  • Periode: 2023-2026
  • Uitvoerder: Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN)
  • Contact: Anton Van De Putte (KBIN)
  • BELSPO programmabeheerder: David Cox


Beschrijving

ADVANCE (Antarctic Biodiversity Data Infrastructure) wil een gedistribueerde Virtuele Onderzoeksinfrastructuur (VRI) opzetten voor de Antarctische regio en de Zuidelijke Oceaan, waarbij biodiversiteitsgegevens worden omgezet in onderzoeks- en beleidsrelevante gegevensproducten. 
De regio van de Antarctische en Zuidelijke Oceaan is in bepaalde gebieden snel aan het veranderen, hoewel het grotendeels onaangetast blijft door menselijke activiteit en behoud verdient. Bovendien heeft de regio een uniek potentieel voor het verzamelen van nieuwe kennis over kritieke wetenschappelijke uitdagingen, zoals die naar voren zijn gekomen in de context van de Horizonscan van het Wetenschappelijk Comité voor Antarctisch Onderzoek (SCAR) en het Actieplan voor de Zuidelijke Oceaan.

De VRI zal bijdragen aan de aanpak van deze problemen door het verbinden, verrijken en valoriseren van heterogene informatie uit verschillende bronnen mogelijk te maken om inzicht te krijgen in de reacties van biologische systemen op klimaatverandering. 

Het zal de publicatie van alle elementen van de onderzoekscyclus ondersteunen in overeenstemming met open science principes, waaronder de FAIR-, TRUST- en CARE-principes: vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar (FAIR), transparantie, verantwoordelijkheid, gebruikersgerichtheid, duurzaamheid en technologie (TRUST), collectief voordeel, zeggenschap, verantwoordelijkheid en ethiek (CARE).

Het zal een gevestigd online gegevensplatform uitbreiden (het SCAR Antarctic Biodiversity Portal, biodiversity.aq) om te voldoen aan de groeiende behoeften van de onderzoeksgemeenschappen op het gebied van biodiversiteit in Antarctica en de Zuidelijke Oceaan aan toegang tot hoogwaardige gegevens, diensten, protocollen, normen, workflows en software/toepassingen die biodiversiteitsgegevens integreren met milieugegevens uit verschillende bronnen om onderzoeks- en beleidsrelevante resultaten te genereren. De methoden, gegevens, instrumenten en processen zullen allemaal open, reproduceerbaar en transparant zijn. 

ADVANCE zal de duurzaamheid op lange termijn van bestaande en opkomende faciliteiten verbeteren, terwijl redundantie wordt geëlimineerd. Het project zal samenwerken met OBIS en de GBIF om nieuwe biodiversiteitsdatamodellen te ontwikkelen en de huidige standaard te verbeteren. Dit stelt ons in staat om nuttige bronnen voor biodiversiteitsonderzoek te ontwikkelen, zoals een beeldbibliotheek en trait-databases, evenals toepassingen die het mogelijk maken om dataproducten te creëren op basis van essentiële biodiversiteitsvariabelen, essentiële oceaanvariabelen, essentiële klimaatvariabelen en essentiële oceaanvariabelen voor ecosystemen (eEOV's). ADVANCE zal SOOS, EMODnet en IDEA gebruiken om milieugegevens op te halen en te injecteren. SCAR zal zorgen voor wetenschappelijk verantwoorde diensten en bronnen door nauw samen te werken met niet-gefinancierde partners zoals ULB en AAD, en met wereldwijde gemeenschappen.

De VRI die gebouwd wordt als onderdeel van het project zal ten goede komen aan onderzoekers, de industrie (visserij, toerisme) en beleidsmakers uit België en andere ATS-lidstaten, maar ook aan toetredende landen, andere internationale fora, NGO's en het grote publiek.
Betere toegang tot en het delen van analytische workflows zal nauwkeurigere vergelijkingen van gegevensverzamelings- en analysemethodes mogelijk maken, evenals ondersteuning voor best practices. Het delen van beste praktijken, het relateren van ons onderzoek aan actie en beleid, en het vergroten van de kennis van individuen over een afgelegen en mysterieuze omgeving.

Documentatie

BOOSTED
Belgium Optical network for Optical frequency Standards and TimE Dissemination

  • Budget: 992.190 €
  • Periode: 2023-2026
  • Uitvoerder: Koninklijke Sterrenwacht van België (KSB)
  • Contact: Bruno Bertrand (KSB)
  • BELSPO programmabeheerder: Koen Lefever


Beschrijving

Het BOOSTED-netwerk, een krachtige en veerkrachtige infrastructuur voor frequentieoverdracht via optische vezel op het niveau van 10-18
De meest gebruikte techniek voor nauwkeurige synchronisatie van tijd en frequentie (T&F) maakt gebruik van de metrologische signalen die worden uitgezonden door de wereldwijde satellietconstellaties voor plaatsbepaling, zoals GPS (Verenigde Staten) of Galileo (Europa). Het bepaalt de frequentieafwijking tussen klokken op afstand met een onzekerheid van 10-16 in relatieve frequentie met een gemiddelde van een dag. Het is de meest nauwkeurige techniek die tot nu toe werd gebruikt op de Koninklijke Sterrenwacht van België (KSB) om UTC(ORB) te verspreiden waarop de Belgische wettelijke tijd is gebaseerd. De T&F-overdracht die gebruik maakt van de GPS/Galileo-signalen is echter kwetsbaar voor diverse storingen zoals jamming en spoofing. Het is dus niet geschikt voor toepassingen die een hogere precisie en veiligheid vereisen.

Het meest veelbelovende alternatief is de T&F-overdracht via optische vezels, waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande telecommunicatienetwerken. Het overtreft de prestaties van de andere technieken van T&F-overdracht met meerdere ordes van grootte, dankzij het transmissiemedium waarin systematische effecten die de propagatievertraging veranderen, worden gecompenseerd. Het doel van dit project is om een nieuwe infrastructuur voor T&F-overdracht via optische vezels in België te implementeren, BOOSTED genaamd (Belgium Optical network for Optical frequency Standards and TimE Dissemination), zie fig. 1, en deze aan te sluiten op het Europese metrologische netwerk van optische vezels via het Franse REFIMEVE-netwerk.

Het eerste deel van het BOOSTED-project is het uitzenden van UTC(ORB) met nanosecondeprecisie met behulp van het White Rabbit-protocol, een evolutie van NTP/PTP. Een verbinding Gent < Brussel(KSB) > Leuven - Hasselt - Mol - Luik zal operationeel zijn tegen 2026.

Tegelijkertijd omvat een tweede deel van het BOOSTED-project de aansluiting van de KSB op het Franse REFIMEVE-netwerk om te profiteren van een ultrastabiele frequentie, in de orde van 10-18 in frequentie ten opzichte van een dag. Een tweede verbinding Parijs - Brussel (KSB) - Louvain-la-Neuve zal dit ultrastabiele signaal tegen 2026 dragen. Uiteindelijk zal het REFIMEVE-signaal onder impuls van het BOOSTED-project worden uitgezonden naar alle Belgische belanghebbenden.

De relatieve stabiliteit van de frequentie onder 10-18 (op 1 dag) heeft toepassingen in de toegepaste fysica, bijvoorbeeld in de karakterisering van lasers, toegepaste kwantummechanica of de fabricage van klokken. Toegang tot dit ultrastabiele signaal zal ook geavanceerd onderzoek mogelijk maken op gebieden zoals de behandeling van nucleair afval, fotonica, kwantumcryptografie, frequentiekamlaser en hoge-precisie spectroscopie. Een eerste comité van toekomstige gebruikers is al opgericht, met onderzoekscentra en belanghebbenden van KU Leuven, ORB, SCK-CEN, SMD, UGent, UCLouvain en ULB.

Ten slotte verbindt een Europees netwerk voor T&F-overdracht via optische vezel momenteel het VK, Frankrijk, Italië en Duitsland, terwijl er projecten bestaan om het operationele lokale netwerk in andere EU-landen te verbinden, in een voorbereidende fase voor een integratie in het Europese landschap van onderzoeksinfrastructuren. Dit project zal het ontluikende Belgische netwerk inbedden in de EU-infrastructuur met een strategische en centrale rol.


Figure 1: Kaart van het BOOSTED-netwerk dat eind 2026 geïmplementeerd moet zijn. De oranje ononderbroken lijnen vertegenwoordigen de mogelijke verbindingen Rijsel - Brussel - Louvain-la-Neuve met het ultrastabiele signaal van het Sterrenwacht van Parijs. De rode stippellijnen stellen de mogelijke White Rabbit-verbindingen Gent < Brussel > Leuven - Hasselt - Mol - Luik voor.

Documentatie


BopCo-Ce
Barcoding Facility for Organisms and Tissues of Policy Concern - Centre of Excellence

  • Budget: 385.000 €
  • Periode: 2021-2023
  • Uitvoerders:
    • Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN)
    • Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (KMMA)
  • Contact: Thierry Backeljau (KBIN) - Marc De Meyer (KMMA)
  • BELSPO programmabeheerder: Aline van der Werf


Beschrijving

De faciliteit voor de barcoding van beleidsrelevante organismen en weefsels (BopCo) is een gemeenschappelijk initiatief van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) en het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (KMMA) voor de identificatie van beleidsrelevante biologische stalen.

BopCo zet taxonomische expertise en DNA know-how om in concrete, maatschappelijk bruikbare resultaten. BopCo voert momenteel soortenidentificaties uit op verzoek van een grote verscheidenheid van Belgische en buitenlandse belanghebbenden, waaronder federale, regionale en lokale overheden en agentschappen, onderzoeksinstellingen, NGO's, verenigingen, privébedrijven en particulieren.

Doel van het project is een haalbaarheidsstudie voor de opzet van een excellentiecentrum met als taken (1) te fungeren als nationaal knooppunt voor de identificatie van biologisch materiaal op verzoek, met gebruikmaking van zowel morfologische als DNA-gebaseerde technieken, (2) goed gedocumenteerde DNA-barcodes van relevante taxa te produceren, (3) referentiecollecties van gebarcodeerde organismen en de overeenkomstige DNA-barcodegegevensbanken te onderhouden, en (4) nieuwe instrumenten en technieken voor de identificatie van soorten en DNA-barcodering te onderzoeken en toe te passen.

Documentatie

BopCo-CE
Towards a Belgian Expert Centre for the Identification of Biological Specimens and Products of Policy Concern

  • Budget: 796.605 €
  • Periode: 2023-2026
  • Uitvoerders:
    • Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN)
    • Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (KMMA)
  • Contact: Thierry Backeljau (KBIN) - Marc De Meyer (KMMA)
  • BELSPO programmabeheerder: Marlies Laethem


Beschrijving

Nauwkeurige soortidentificatie van biologisch materiaal is nodig om de biodiversiteit en ecosystemen te beoordelen en te begrijpen, maar ook om bijvoorbeeld bestaande handelsvoorschriften voor dieren en planten uit te voeren, uitbraken van besmettelijke ziekten te voorkomen, de voedselketen te screenen of plaagbestrijdingsprogramma's in de landbouw in te zetten. Als antwoord op de terugkerende maatschappelijke behoefte aan betrouwbare soortidentificaties van biologische specimens en producten van sociaaleconomisch belang, werd in 2015 de Barcoding Facility for Organisms and Tissues of Policy Concern (BopCo) opgericht in het kader van het RI LifeWatch van de EU. BopCo is onlangs geëvolueerd tot een door BELSPO gefinancierd Centre of Expertise (CE). BopCo-CE richt zich op het identificeren van biologisch materiaal, waaronder (maar niet beperkt tot): invasieve vreemde soorten (IAS), soorten die op de CITES-lijst staan, plaagorganismen uit land- en tuinbouw, menselijke en veterinaire ziekteorganismen (inclusief parasieten) en hun vectoren, organismen van de voedselketen, soorten van forensisch belang, quarantaine soorten, indicator- en schildwachtsoorten (bv, ecotoxicologische testsoorten), soorten van hygiënisch belang, soorten van farmaceutisch belang, soorten met economische effecten, soorten die schade toebrengen aan of risico's vormen voor menselijke infrastructuren en activiteiten, en nuttige soorten (bijv. biologische plaagbestrijding, bestuivers).

Het project wordt gezamenlijk beheerd door het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) en het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (KMMA). Doordat BopCo-CE gevestigd is in deze twee federale onderzoeksinstellingen (FI's), heeft het toegang tot een brede expertise en infrastructuur voor de identificatie van soorten, waaronder belangrijke wetenschappelijke apparatuur, netwerken en knowhow, zoals volledig uitgeruste DNA-laboratoria, infrastructuur voor (stereo-)microscopie (inclusief SEM), µCT-scanners, natuurhistorische collecties, fotografische apparatuur met hoge resolutie, bibliotheken, experimentele kennis en taxonomische expertise. Op deze manier kunnen soortidentificaties steunen op de traditionele, op morfologie gebaseerde taxonomische knowhow en unieke monstercollecties die beschikbaar zijn bij beide FI's in combinatie met op DNA gebaseerde methoden en een netwerk van externe experts. Op DNA gebaseerde methoden zijn vooral nuttig wanneer morfologische identificaties moeilijk of onmogelijk zijn (bijv. vroege levensstadia, bewerkte voedingsmiddelen, cryptische soorten, aangetaste of gefragmenteerde specimens).

Sinds zijn oprichting is BopCo-CE aanzienlijk gegroeid in gebruikers, partners en expertise. De groeiende vraag naar nauwkeurige soortidentificatie van organismen die van belang zijn voor het beleid, drijft BopCo-CE ertoe nieuwe mogelijkheden te stimuleren en samenwerkingen en partnerschappen in België en internationaal uit te breiden.
Tegen de achtergrond van de toenemende terugkerende behoefte aan soortidentificatie, zijn de doelstellingen gecentreerd rond drie onderling gerelateerde assen (i) de exploratie en implementatie van nieuwe instrumenten voor soortidentificatie die het resultaat zijn van recente technologische innovaties (bv,eDNA, Next Generation en Oxford Nanopore Sequencing, qPCR), (ii) de ontwikkeling van een uitgebreide federale eenheid voor de identificatie van een breed scala aan beleidsrelevante organismen door middel van synergetisch en collaboratief werk met andere institutionele eenheden die aanvullende identificatiediensten leveren, en (iii) het upgraden van de virtuele en fysieke communicatiemiddelen van BopCo-CE (bijv. vernieuwde website, folders, sociale en publieke media). Al met al zullen deze verbeteringen het mogelijk maken om het aanbod uit te breiden en de zichtbaarheid, de duurzaamheid en de eindgebruikersbasis van de faciliteit te vergroten, wat de impact van BopCo-CE verder zal vergroten door te helpen dringende maatschappelijke uitdagingen aan te pakken (bijv. beleidsondersteuning, maatschappelijke dienstverlening, wetshandhaving).

Documentatie

BE-QCI
Belgian-QCI

  • Budget: 2.970.876 €
  • Periode: 2022-2025
  • Uitvoerder: IMEC
  • Contact: Kristiaan De Greve (IMEC)
  • BELSPO programmabeheerder: Guillaume Dervaux


Beschrijving

Documentatie

CANATHIST
The Natural History collections collected in central Africa by Belgian institutions

  • Budget: 738.170 €
  • Periode: 2023-2026
  • Uitvoerders:
    • Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN)
    • Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (KMMA)
  • Contact: Didier Van Den Spiegel (KMMA) - Patrick Semal (KBIN)
  • BELSPO programmabeheerder: Aline van der Werf


Beschrijving

Natuurhistorische collecties weerspiegelen zowel de unieke wereldwijde biodiversiteit als de geologische geschiedenis van de aarde. Er wordt geschat dat de Europese natuurhistorische (NH) collecties tot 1 miljard exemplaren bevatten. Wanneer ze optimaal worden gebruikt, kunnen ze bijdragen aan het begrijpen en beperken van kritieke uitdagingen zoals biodiversiteit verlies, klimaatverandering, invasieve soorten of de vectoren van ziekten. Het Afrikamuseum (KMMA), Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) en Plantentuin Meise (MBG) hebben de rijkste collectie over Centraal-Afrika (ongeveer 10 miljoen exemplaren en ruim 100.000 type specimens) door de koloniale geschiedenis van België. Deze collecties vallen onder de wet (wet van 3 juli 2022) voor de restitutie van koloniale collecties en onder het ontwerp van bilateraal akkoord tussen België en de Democratische Republiek Congo. Het herkomstonderzoek en de digitalisering van deze unieke erfgoed is dan ook een prioriteit en zal een Belgische bijdrage zijn bij de oprichten van de Europese onderzoeksinfrastructuur DiSSCo. Een aanzienlijk deel van de federale NH collecties met betrekking tot Centraal-Afrika is verzameld tijdens de koloniale periode in het kader van wetenschappelijke expedities (bijv. Expedities van de Nationale Parken van Congo). De verzamelde collecties werden vaak verdeeld tussen het KMMA, het KBIN en het MBG. Na de onafhankelijkheid van Congo werd een deel van de collecties voorbereid voor repatriëring naar Congo en opgeslagen in het Afrikamuseum, wachtend op een formele overeenkomst met een gastinstelling in de DRC.

Het doel van dit project is om de meest complete inventaris te produceren van de betrokken collecties bij de Belgische wetenschappelijke instellingen ( evenals lid of geen lid van DiSSCo onderzoeksinfrastructuur), een herkomststudie uit te voeren, prioriteit te geven aan de digitalisering van de collecties (data, metadata en digitale specimens), net zoals alle informatie te delen met de bevoegde autoriteiten, instellingen en burgergemeenschappen van de DRC, Burundi en Rwanda, en dat met behulp van een specifieke samenwerkingsinfrastructuur en/of speciale offline tools. Er is niet alleen behoefte om overzeese landen toegang (FAIR principes) te geven tot de digitale collecties met betrekking tot hun eigen land, maar ook om hun, evenals de FWI’s en andere gebruikers/klanten van Belnet, een reeks geïntegreerde open source tools aan te bieden (collectiebeheersystemen, 2D-beeldenserver, 3D-objectserver, kaartserver en annotatieserver (tekst en beeld)) waarmee ze kunnen bijdragen aan internationale infrastructuren binnen de opzet van EOSC.

Deze digitale collectie zal ook bijdragen aan de ESFRI DiSSCo-infrastructuur met unieke gegevens die momenteel sterk ondervertegenwoordigd zijn in de mondiale biodiversiteitsinventaris. Deze ondersteuning aan DiSSCo zal de twee federale wetenschappelijke instellingen helpen om deel te nemen aan deze gemeenschap. Tot slot zal de ontwikkelde technische infrastructuur een generieke en krachtige tools bieden aan de andere leden van de Belgische DiSSCo-gemeenschappen en aan de andere FWI's, waardoor ze kunnen bijdragen aan de verschillende internationale netwerken/infrastructuren die verband houden met het culturele en wetenschappelijke erfgoed.

CANATHIST streeft ernaar de tools die zijn ontwikkeld tijdens eerdere Open Source-projecten (Agora 3D, DIGIT, NaturalHeritage.be) of die al aanwezig zijn in de Belnet-portfolio, te hergebruiken, optimaliseren en delen. Dit zal een krachtige onderdeel vormen van capaciteitsopbouw en de integratie van de genoemde instrumenten door niet-gefinancierde partners bevorderen door middel van specifieke training en technologieoverdracht.

Documentatie

CHrisis
Erfgoed in gevaar

  • Budget: 1.100.000 € - Herstart- en Transitieplan (HTP)
  • Periode: 2022-2024
  • Uitvoerder: Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK)
  • Contact: Estelle De Bruyn (KIK)
  • BELSPO programmabeheerder: Helena Calvo del Castillo


Beschrijving

Meer dan 250 erfgoedlocaties werden getroffen door de overstromingen van juli 2021. De onvoldoende voorbereiding van deze locaties (algemeen gebrek aan noodplannen), het ontbreken van een transversale visie op erfgoedbeheer, de timing van de overstromingen (zomervakantieperiode) en de gevolgen van de door het coronavirus veroorzaakte gezondheids- en economische crisis hebben de uitvoering van een gecoördineerde en efficiënte responsstrategie ernstig belemmerd. Het KIK heeft, in nauwe samenwerking met de betrokken regionale organisaties en op hun verzoek, sinds het begin van de overstromingscrisis gewerkt aan de organisatie van deze transversale respons.

Binnen het Herstart- en Transitieplan is een financiering voorzien ter ondersteuning van deze coördinerende rol van het KIK.

Documentatie

CoSo
Colonial Sources: Improve access, Share archives and Promote knowledge on the colonial past (Belgium, Burundi, the DRCongo and Rwanda)

  • Budget: 918.900 €
  • Periode: 2023-2026
  • Uitvoerders:
    • Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (KMMA) 
    • Rijksarchief in België (ARA)
  • Contact: Dieter Van Hassel (KMMA) - Bérengère Piret (ARA)
  • BELSPO programmabeheerder: Georges Jamart


Beschrijving

Documentatie

DORA
Detection of Ozone Recovery in the Arctic

  • Budget: 243.760 €
  • Periode: 2023-2025
  • Uitvoerder: Koninklijk Belgisch Instituut voor Ruimte-Aeronomie (BIRA)
  • Contact: Corinne Vigouroux (BIRA)
  • BELSPO programmabeheerder: David Cox


Beschrijving

Dankzij het Montrealprotocol en zijn aanpassingen en amendementen om de uitstoot van ozonafbrekende stoffen te verminderen, zal stratosferisch ozon zich naar verwachting wereldwijd langzaam herstellen, hoewel de vertraging van het herstel nog twijfelachtig is door de onzekerheden in verband met klimaatverandering. Het is een hele uitdaging om dit herstel te detecteren vanwege de grote natuurlijke variabiliteit van stratosferisch ozon en de verwachte kleine trend (een paar procent per decennium). In de poolgebieden wordt ozon vooral sterk beïnvloed door het effectieve chloorgehalte, wat leidt tot het bekende probleem van het "ozongat". De veel grotere natuurlijke ozonvariabiliteit in het Noordpoolgebied, als gevolg van een grotere dynamische variabiliteit, bemoeilijkt echter de waarneming van het ozonherstel in deze regio, waar tot nu toe geen bewijs van positieve ozontrends is waargenomen (WMO 2018).
Het DORA-project zal zich richten op deze detectie van ozonherstel in het Noordpoolgebied door de drie vragen te beantwoorden:

  • Zien we een herstel van de ozonlaag bij Arctische stations op de grond? We zullen een lange-termijn trendanalyse uitvoeren van metingen op de grond vanaf het einde van de jaren negentig tot nu op zeven stations uitgerust met FTIR (Fourier Transform Infrared) spectrometers en op zeven ozon sondeerstations. Om de trends in stratosferisch ozon te detecteren en toe te schrijven, gebruiken we de meervoudige lineaire regressietechniek met een reeks proxy's die fysische processen vertegenwoordigen die de natuurlijke ozonvariabiliteit beïnvloeden. Bovendien zullen de trends van troposferisch ozon, een belangrijke vervuiler en broeikasgas, onderzocht worden.
  • Is het huidige netwerk op de grond representatief voor ozontrends in het Noordpoolgebied? We zullen CAMS (Copernicus Atmosphere Monitoring Service) heranalyse gebruiken, die modelgegevens combineren met geassimileerde waarnemingen, om de ruimtelijke en temporele representativiteit van ons netwerk van stations te bestuderen.
  • Hoe goed monitoren de satellieten de ozontrends in het Noordpoolgebied? We zullen onze gegevens op de grond gebruiken om verschillende huidige stratosferische en troposferische ozondatasets te evalueren op basis van samengevoegde satellietgegevens en om mogelijke afwijkingen of discontinuïteiten in de satellietmonitoring te detecteren.

Documentatie

DOT
Database on Offender Trajectories

  • Budget: 756.500 €
  • Periode: 2023-2026
  • Uitvoerder: Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC)
  • Contact: Luc Robert (NICC)
  • BELSPO programmabeheerder: Aziz Naji


Beschrijving

Bij het monitoren en onderzoeken van strafrechtelijk beleid en de effecten daarvan zijn recidive en criminele carrières belangrijke beleidsthema’s. In de loop van het laatste decennium zijn onderzoekers van het NICC begonnen met het bestuderen van recidive en criminele carrières op basis van (uiteenlopende types van) projectfinanciering.
Het gebrek aan systematische kennis en onderzoeksaandacht in België bracht de minister van Justitie er in 2021 toe een permanente onderzoekseenheid op te richten bij het NICC, de Cel Recidive en Criminele Carrières (CReCC), die operationeel is sinds 2022. De leden van de CReCC maken gebruik van verschillende databanken binnen Justitie (en daarbuiten), maar dit blijft tot op de dag van vandaag een belangrijke uitdaging. Een belangrijke reden hiervoor is het gebrek aan gemeenschappelijke identificatiesleutels tussen databanken (waardoor het erg moeilijk is om individuele gegevens te matchen tussen databanken). Een andere reden is de constante uitdaging om gegevens te updaten (door het ontbreken van een systematische aanpak).
Voortbouwend op het gebruik van en de verbanden tussen nationale gegevens over veroordelingen en nationale detentiegegevens in eerdere door BELSPO gefinancierde projecten (met name FAR en IIHA), wil dit project een gevalideerde databank over dadertrajecten (DOT – Database on Offender Trajectories) ontwikkelen die toekomstgericht is, inclusief ontwikkelingen in de richting van een gemakkelijke integratie van nieuwe actuele gegevens.
DOT zal dienen als een permanente onderzoeksinfrastructuur voor de evaluatie van overheidsbeleid en de studie van belangrijke onderwerpen met betrekking tot recidive en criminele carrières (bijv. recidive of criminele carrières na vrijlating uit de gevangenis, ...).
In het licht van de uitbreiding van DOT zal een haalbaarheidsstudie (met een SWOT-analyse) worden uitgevoerd om gebruik te maken van DOT voor koppelingen met gegevens buiten de FOD Justitie (medische en socialezekerheidsgegevens), met inbegrip van alle belangrijke uitdagingen in verband met gegevenseigendom en gegevens- en privacybescherming (GDPR-naleving).
Bovendien zal DOT de gevalideerde elementen leveren om een Recidivism Monitoring Justice Infrastructure te ontwikkelen met informatie die zal worden verspreid onder professionals die werkzaam zijn in het strafrecht en onder het bredere publiek. Internationaal zal DOT een belangrijk instrument zijn voor de lopende werkzaamheden voor Europese vergelijkende recidivestatistieken.

Documentatie

ENFORCE
Expertisecentrum voor Forensisch houtonderzoek

  • Budget: 720.000 € - Herstart- en Transitieplan (HTP)
  • Periode: 2022-2024
  • Uitvoerder: Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (KMMA)
  • Contact: Hans Beeckman (KMMA)
  • BELSPO programmabeheerder: Aline van der Werf


Beschrijving

Een substantieel deel van de houthandel is illegaal en illegale houtkap wordt aanzien als de meest winstgevende inbreuk van regelgevingen op het gebied van biodiversiteit. 27,5% van de totale invoer van primair tropisch hout in de Europese unie wordt ingevoerd via België (voornamelijk via de haven van Antwerpen). België speelt dus een sleutelrol in de internationale houthandel en heeft een belangrijke verantwoordelijkheid om (1) de handel in hout en houtproducten te op te volgen en (2) de onderzoekscapaciteit voor houtidentificatie op te bouwen en die toe te passen in een context van handhaving.

Gezien de enorme omvang van de illegale houthandel en de daarmee verbonden problematiek, wordt via het Herstart- en Transitieplan de installatie van een Belgisch forensisch houtidentificatiecentrum in het KMMA geïnitieerd.  De houtcollectie van het KMMA behoort tot de grootste ter wereld en telt meer dan 80.000 houtstalen, waaronder meer dan 13.000 soorten. Dit Forensisch Centrum voor Houtonderzoek zal het Belgisch referentiecentrum zijn voor houtidentificatie en zowel wetenschappelijke dienstverlening als wetenschappelijk onderzoek omvatten.

Documentatie

  • Projectwebsite

  • Papers
    • Tervuren wood collection
      H. Beeckman, “A xylarium for the sustainable management of biodiversity: the wood collection of the Royal Museum for Central Africa, Tervuren, Belgium,” Bull. l’APAD, no. 26, 2003.
      V. Deklerck, “National treasure: valorisation of the Federal Xylarium in Belgium for timber identification and wood technology.” Ghent University, 2019.
    • Wood identification
      • General
        E. E. Dormontt et al., “Forensic timber identification: It’s time to integrate disciplines to combat illegal logging,” Biol. Conserv., vol. 191, pp. 790–798, 2015.
        A. J. Lowe et al., “Opportunities for improved transparency in the timber trade through scientific verification,” Bioscience, vol. 66, no. 11, pp. 990–998, 2016.
        P. E. Gasson et al., “WorldForestID: Addressing the need for standardized wood reference collections to support authentication analysis technologies; a way forward for checking the origin and identity of traded timber,” Plants, People, Planet, vol. 3, no. 2, pp. 130–141, 2021.
        S. M. Piabuo, P. A. Minang, C. J. Tieguhong, D. Foundjem-Tita, and F. Nghobuoche, “Illegal logging, governance effectiveness and carbon dioxide emission in the timber-producing countries of Congo Basin and Asia,” Environ. Dev. Sustain., vol. 23, no. 10, pp. 14176–14196, 2021.
        W. Magrath, P. Younger, and H. Phan, “An INTERPOL Perspective on Law Enforcement in Illegal Logging,” Lyon INTERPOL Gen. Secr., 2009.
        A. Hoare, “Tackling illegal logging and the related trade,” What Prog. where next, p. 79, 2015.
        P. Hirschberger, Illegal wood for the European market: an analysis of the EU import and export of illegal wood and related products. WWF-Germany, 2008.
        Low, Melita et al., (2022). Tracing the worldas timber: The status of scientific verification technologies for species and origin identification. IAWA Journal. 37. 1-22. 10.1163/22941932-bja10097.
      • Wood anatomy
        Koch G, Haag V, Heinz I, Richter HG, Schmitt U (2015) Control of Internationally Traded Timber - The Role of Macroscopic and Microscopic Wood Identification against Illegal Logging. J Forensic Res 6: 317. doi: 10.4172/2157-7145.1000317
        P. Gasson, P. Baas, and E. Wheeler, “Wood anatomy of CITES-listed tree species,” IAWA J., vol. 32, no. 2, pp. 155–198, 2011.
      • Near Infrared Spectroscopy (NIRS)
        S. Tsuchikawa and H. Kobori, “A review of recent application of near infrared spectroscopy to wood science and technology,” J. Wood Sci., vol. 61, no. 3, pp. 213–220, 2015.
        S. Tsuchikawa, K. Inoue, J. Noma, and K. Hayashi, “Application of near-infrared spectroscopy to wood discrimination,” J. Wood Sci., vol. 49, no. 1, pp. 29–35, 2003.
      • Genetic methods
        A. Michael Höltken, H. Schröder, N. Wischnewski, B. Degen, E. Magel, and M. Fladung, “Development of DNA-based methods to identify CITES-protected timber species: a case study in the Meliaceae family,” 2012.
        A. J. Lowe, K. N. Wong, Y. S. Tiong, S. Iyerh, and F. T. Chew, “A DNA Method to Verify the Integrity of Timber Supply Chains; Confirming the Legal Sourcing of Merbau Timber From Logging Concession to Sawmill.,” Silvae Genet., vol. 59, no. 6, p. 263, 2010.
      • Artificial Intelligence (AI)
        P. Ravindran, A. Costa, R. Soares, and A. C. Wiedenhoeft, “Classification of CITES-listed and other neotropical Meliaceae wood images using convolutional neural networks,” Plant Methods, vol. 14, no. 1, pp. 1–10, 2018.
        P. Ravindran et al., “Image based identification of Ghanaian timbers using the XyloTron: Opportunities, risks and challenges,” arXiv Prepr. arXiv1912.00296, 2019.
        P. Ravindran, B. J. Thompson, R. K. Soares, and A. C. Wiedenhoeft, “The XyloTron: flexible, open-source, image-based macroscopic field identification of wood products,” Front. Plant Sci., vol. 11, p. 1015, 2020.
        S.-W. Hwang and J. Sugiyama, “Computer vision-based wood identification and its expansion and contribution potentials in wood science: A review,” Plant Methods, vol. 17, no. 1, pp. 1–21, 2021.
      • Identification keys
        K. Vander Mijnsbrugge and H. Beeckman, “Knowledge modelling for a wood identification system,” Silva Gandav., vol. 57, 1992.
        C. A. LaPasha and E. A. Wheeler, “A microcomputer based system for computer-aided wood identification,” IAWA J., vol. 8, no. 4, pp. 347–354, 1987.
        J. Ilic, “Computer aided wood identification using CSIROID,” IAWA J., vol. 14, no. 4, pp. 333–340, 1993.
    • Wood databases
      E. A. Wheeler, P. E. Gasson, and P. Baas, “Using the InsideWood web site: potentials and pitfalls,” IAWA J., vol. 41, no. 4, pp. 412–462, 2020.
      F. Ruffinatto, G. Castro, C. Cremonini, A. Crivellaro, and R. Zanuttini, “A new atlas and macroscopic wood identification software package for Italian timber species,” IAWA J., vol. 41, no. 4, pp. 393–411, 2019.
      F. Ruffinatto and A. Crivellaro, Atlas of macroscopic wood identification: with a special focus on timbers used in Europe and CITES-listed species. Springer Nature, 2019.
      A. C. Barefoot and F. W. Hankins, Identification of modern and tertiary woods. Oxford University Press., 1982.
      M. Gregory, “Wood identification: an annotated bibliography,” Iawa J., vol. 1, no. 1–2, pp. 3–41, 1980.
      I. B. NS, “IAWA list of microscopic features for hardwood identification,” 1989.
      F. Ruffinatto, A. Crivellaro, and A. C. Wiedenhoeft, “Review of macroscopic features for hardwood and softwood identification and a proposal for a new character list,” IAWA J., vol. 36, no. 2, pp. 208–241, 2015.
      I. A. of W. A. Committee, “IAWA list of microscopic features for softwood identification,” IAWA J., vol. 25, no. 1, pp. 1–70, 2004.
      V. Angyalossy et al., “IAWA list of microscopic bark features,” IAWA J., vol. 37, no. 4, pp. 517–615, 2016.
      E. A. Wheeler, “Inside Wood–A web resource for hardwood anatomy,” Iawa J., vol. 32, no. 2, pp. 199–211, 2011.


  • Links:
  • Reglementen:

ExPoSoils
Climate change experiments in Arctic and Antarctic polar desert soils

  • Budget: 488.250 €
  • Periode: 2023-2026
  • Uitvoerders:
    • Universiteit Gent (UGent)
    • Université de Liège (ULiège)
    • Universiteit Gent (UGent)
    • Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN)
  • Contact: Elie Verleyen (UGent) - Annick Wilmotte (ULiège) - Anne Willems (UGent) - Quinten Vanhellemont (KBIN)
  • BELSPO programmabeheerder: David Cox


Beschrijving

Het noordpoolgebied en delen van Antarctica ondergaan zeer snelle klimaat- en milieuveranderingen. Aardsysteemmodellen voorspellen verdere temperaturenstijgingen en veranderende neerslagpatronen in de 21ste eeuw ten gevolge van de polaire versterking van de opwarming van de aarde. Het valt te verwachten dat deze veranderingen de biodiversiteit en het functioneren van polaire terrestrische ecosystemen zullen beïnvloeden. Onze kennis over de veerkracht van deze habitats en hun kwetsbaarheid voor verandering in het milieu is echter nog heel beperkt, mede door het gebrek aan monitoringgegevens op lange tijdschalen en uitgebreide veldexperimenten. Dit gebrek aan wetenschappelijke kennis heeft geleid tot het opzetten van permanente meetstations en veldexperimenten in het kader van internationale onderzoeksprojecten en initiatieven.

ExPoSoils is gericht op het bestuderen van de effecten van verhoogde temperatuur en sneeuwbedekking op de biodiversiteit en het genetisch functioneel potentieel van microbiële gemeenschappen in poolwoestijn- en toendrabodems in het Noordpoolgebied en Antarctica. Bovendien zullen lange-termijn monitoringcampagnes worden verdergezet om het effect van klimaatverandering op deze terrestrische ecosystemen te bestuderen. Sneeuwhekkens om de sneeuwbedekking te verhogen en open-top kamers om de bodemtemperatuur te verhogen werden 5 jaar geleden geïnstalleerd in Svalbard (Hoog-Arctisch gebied) en het Sør Rondanegebergte (Oost-Antarctica). Bij de opstart van deze experimenten werden de nodige basismonsters genomen. De specifieke doelstellingen van ExPoSoils zijn (i) het ontwikkelen van een geïntegreerde database met high-throughput DNA sequencing data van microbiële gemeenschappen in koude woestijnen en toendrabodems in zowel het Noordpoolgebied als Antarctica die verschillen in vochtgehalte en andere milieueigenschappen, (ii) het voorspellen van het effect van toekomstige veranderingen in temperatuur en de vochtbeschikbaarheid op deze gemeenschappen door gegevens van sneeuwhekkens, open top kamers en metingen van belangrijke ecosysteemfuncties (koolstof- en stikstofcyclus) te vergelijken tussen de start van deze experimenten en het heden, (iii) gebruik maken van een combinatie van teledetectie en veldwaarnemingen op hoge spatiale resolutie en high-throughput DNA sequencing data om mogelijke veranderingen in de aanwezigheid/omvang van microbiële matten en biologische korstgemeenschappen te detecteren, en de diversiteit en het functionele potentieel in natuurlijke gemeenschappen sinds het begin van de monitoring te bestuderen, (iv) het isoleren, karakteriseren en ex situ bewaren van nieuwe polaire microbiële diversiteit die bedreigd kan worden door stijgende temperaturen, en (v) het installeren van een site in Antarctica voor het monitoren van veranderingen in het milieu en microbiële diversiteit op lange tijdschalen en het opstellen van een monitoringschema om potentiële toekomstige biologische en ecologische veranderingen te identificeren in locaties die onlangs zijn voorgesteld als een speciaal beschermd Antarctisch gebied (Antarctic Specially Protected Area, ASPA 179) in het Sør Rondanegebergte.

Documentatie

FROID
Finding the world’s oldest ice record around the Princess Elisabeth Station

  • Budget: 244.050 €
  • Periode: 2023-2026
  • Uitvoerder: Université Libre de Bruxelles (ULB)
  • Contact: François Fripiat (ULB)
  • BELSPO programmabeheerder: David Cox


Beschrijving

Een van de meest intrigerende mysteries in ons begrip van het Kwartair (dat wil zeggen, de laatste 2,7 miljoen jaar) heeft te maken met de overgang van het Midden-Pleistoceen (MPT), zo'n 1.200.000 tot 800.000 jaar geleden, waarin de glaciaal-cycli langer en sterker werden. Tot op heden blijven de oorzaken en reacties van de climaatsysteemcomponenten die tot deze raadselachtige overgang hebben geleid grotendeels onbekend. Broeikasgassen die rechtstreeks van invloed zijn op het stralingsbalans van de aarde, worden verondersteld een belangrijke rol te hebben gespeeld tijdens het MPT, maar indirecte aanwijzingen over hun evolutie blijven onduidelijk en onzeker. De analyse van lucht die gevangen zit in ijskernen biedt rechtstreeks inzicht in veranderingen in de concentraties broeikasgassen uit het verleden, maar de oudste continue gegevens beslaan slechts de laatste 800.000 jaar. Om ouder ijs te verkrijgen, bereiden verschillende internationale teams zich momenteel voor op en ondernemen ze diepe boorpogingen (dat wil zeggen, enkele kilometers) op de Antarctische ijskap. Een alternatieve en enigszins onconventionele aanpak is om oud ijs te verzamelen aan en nabij het oppervlak in blauwe ijsgebieden (BIAs). Deze BIAs ontstaan waar de geometrie van de onderliggende rotsen oud ijs omleidt naar het oppervlak van de ijskap, waar katabatische winden sneeuw en jonger ijs verwijderen. Daarom kan oud ijs in BIAs rechtstreeks worden bemonsterd vanaf het oppervlak of door bemonstering op een relatief geringe diepte, waardoor grote hoeveelheden ijs kunnen worden verzameld. In dit project zullen we gebruik maken van de uitzonderlijke ligging van het Princess Elisabeth (PE) Station, dat zich in de directe nabijheid van veel BIAs bevindt. We zullen de lokale ijsstratigrafie bestuderen door veldwerk, numerieke modellering en laboratoriumanalyse van verzamelde monsters te combineren (inclusief absolute datering). Dit zal uiteindelijk leiden tot de identificatie van een optimale locatie voor zeer oud ijs, waar een boring tot enkele honderden meters zal worden uitgevoerd met als doel enkele van de oudste ijsmonsters op aarde te verzamelen.

Documentatie

H-SEARCH
Heritage Science Elastic Archives

  • Budget: 664.275 €
  • Periode: 2023-2026
  • Uitvoerder: Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK)
  • Contact: Wim Fremout (KIK) - Eva Coudyzer (KIK)
  • BELSPO programmabeheerder: Helena Calvo del Castillo


Beschrijving

Documentatie

Hydrogen Test Facility for scientific and applied research

  • Budget: 16.200.000 € - Herstart- en Transitieplan (HTP)
  • Periode: 2022-2024
  • Uitvoerder: von Karman Instituut voor Stromingsdynamica (VKI)
  • Contact: Peter Simkens (VKI)
  • BELSPO programmabeheerders: Anna Calderone - Maaike Vancauwenberghe


Beschrijving

Dit project dat wordt uitgevoerd door het von Karman Instituut voor Stromingsdynamica (VKI) is een van de prioriteiten van het Federaal Wetenschapsbeleid ter versterking van de federale onderzoeksinfrastructuur. Bovendien is dit project, dat deel uitmaakt van de "Federale waterstofvisie en -strategie" die op 29 oktober 2021 door de Minister van Energie aan de Ministerraad werd voorgesteld, ook van strategisch belang voor de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie.

Doel van het project is de ontwikkeling van een generieke infrastructuur op een nieuwe locatie, die de verschillende faciliteiten kan huisvesten die nodig zijn om op grote schaal experimentele tests met waterstoftechnologieën uit te voeren. De faciliteit moet onderdak bieden aan toegepaste experimenten met betrekking tot de gehele waardeketen van de waterstofeconomie, met bijzondere aandacht voor wat onder de federale bevoegdheden valt (op het gebied van waterstofproductie, -vervoer en -opslag, waterstoftoepassingen in mobiliteit en elektriciteitsproductie, en de veiligheid van installaties).

infraFADA
Upgrading the taxonomic backbone of global freshwater animal biodiversity research infrastructures

  • Budget: 397.500 €
  • Periode: 2023-2026
  • Uitvoerder: Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN)
  • Contact: Koen Martens (KBIN)
  • BELSPO programmabeheerder: Aline van der Werf


Beschrijving

Hoewel onbevroren zoetwater minder dan één procent van het aardoppervlak beslaat, komt tien procent van alle dieren alleen in zoetwater voor. Deze discrepantie, waarbij de biodiversiteit in zoetwater één of twee orde(s) van grootte hoger is dan wat kan worden verwacht van de oppervlaktebedekking op de planeet, staat bekend als de "paradox van zoetwater". Maar zoetwater is niet alleen ongewoon rijk aan biodiversiteit, zoetwaterbiotopen zijn ook van de meest bedreigde ecosystemen ter wereld door de impact van de mens en de daaruit voortvloeiende klimaatverandering.
Verschillende virtuele onderzoeksinfrastructuren, zoals de Global Biodiversity Information Facility (GBIF), documenteren de bestaande zoetwaterbiodiversiteit. Dergelijke wereldwijde gegevensarchieven vereisen echter een betrouwbare taxonomische ruggengraat (“backbone”), die een voorwaarde is om ze inter-operationeel te maken. De huidige Freshwater Animal Diversity Assessment (FADA) omvat een uitgebreide en wereldwijde reeks taxalijsten voor groepen zoetwaterdieren (125.530 beschreven soorten en 11.388 genera). Taxonomie is echter een levende wetenschappelijke discipline waar nieuwe taxa worden beschreven en bestaande taxa in nieuwe taxonomische posities worden geplaatst. Daarom vereist FADA, na anderhalf decennium van relatieve inactiviteit, een technische en inhoudelijke update, zodat het kan dienen als een moderne taxonomische ruggengraat voor zoetwaterdieren in globale biodiversiteitsgegevensarchieven.
infraFADA, een driejarig project binnen de Belspo-oproep INFRA-FED, zal FADA ontwikkelen tot een onderzoeksinfrastructuur die meer en beter onderzoek over en begrip van zoetwaterbiodiversiteit mogelijk maakt door nieuwe en innovatieve methoden te ontwikkelen, te gebruiken en te implementeren en door verder te gaan dan de state-of -the-art op dit gebied. Om deze doelen te bereiken heeft infraFADA vijf doelstellingen.
De eerste doelstelling is de heropbouw van het FADA-consortium van taxonomische experts. Verschillende experts van het bestaande consortium hebben al bevestigd dat ze bereid zijn om het werk voor het FADA voort te zetten. Verscheidene anderen echter zijn ondertussen niet langer actief en deze experts moeten vervangen worden. Het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) zal de heropbouw van het expertenconsortium coördineren. De experts zullen gevraagd worden om de taxalijst voor hun groep waterdieren bij te werken, die vervolgens in de FADA database zal worden ingevoerd.
Ten tweede zal infraFADA een online taxa-informatiebeheersysteem (FADAtims) ontwikkelen waarmee de FADA-experts hun taxalijsten kunnen samenstellen, onderhouden en publiceren. Dit systeem zal deze lijsten beschikbaar maken voor alle potentiële gebruikers en inter-operationeel zijn met andere (wereldwijde) gegevensinfrastructuren. FADAtims zal ontworpen worden door onderaannemer BOKU (Wenen), samen met het bedrijf Kartoza en het coördinerende instituut KBIN. Zodra FADAtims operationeel is, zullen de FADA-experts in staat zijn om zowel nieuwe taxa als nieuwe taxonomische beslissingen voor hun groep in te voeren op een ad-hoc basis.
De derde doelstelling bouwt voort op de vorige twee en zal de FADA taxalijsten als taxonomische ruggengraat koppelen aan internationale onderzoeksinfrastructuren zoals GBIF, CoL en FIP. We zullen ook eerder geplande verbindingen van FADA-gegevens met Aphia/WORMS opnieuw evalueren, volgens het protocol dat werd ontwikkeld binnen het Belspo project AQUARES. Daarnaast zal infraFADA contact opnemen met andere internationale initiatieven en netwerken die zich bezighouden met taxonomische gegevens over zoetwater, en nagaan of de taxalijsten van FADA ook voor hen nuttig kunnen zijn. Voorbeelden zijn DISSCo, IUCN, eBIOAtlas en verschillende initiatieven binnen het LifeWatch consortium, evenals lopende en toekomstige infrastructuur-onderzoeksprojecten.
Doelstelling 4 gaat over de publicatie van de FADA-gegevens. We zijn van plan om referentie taxalijsten inclusief analyses met bijbehorende (meta-) datapapers te publiceren in respectievelijk wetenschappelijke tijdschriften en het Freshwater Metadata Journal. We zullen ook de taxonomische experten van het FADA-consortium betrekken bij de publicatie van een update van het veel geciteerde FADA Hydrobiologia 2008 boek (alleen al het afsluitende hoofdstuk werd 660 keer geciteerd in Google Scholar).
De laatste (vijfde) doelstelling heeft betrekking op outreach-activiteiten die gericht zijn op verschillende potentiële groepen belanghebbenden, zoals organisaties die monitoringactiviteiten uitvoeren voor de Kaderrichtlijn Water (KRW), maar ook op het grote publiek. Dit zal in de eerste plaats gebeuren door de publicatie van de taxalijsten op de FADA-website en op ChecklistBank, maar ook via sociale media, de populaire FIP Freshwater Blog en nieuwsberichten op andere websites (SIL, CETAF, SEFS, ...). infraFADA zal ook een laatste projectevenement organiseren, in combinatie met een internationale conferentie of symposium, waar verschillende outreach activiteiten voor het grote publiek zullen worden georganiseerd.
Deze doelstellingen worden uitgevoerd door middel van zes werkpakketten en 19 taken.
Het beheer van infraFADA wordt gecentraliseerd bij het KBIN, maar de follow-up van de verschillende taken en geplande resultaten gebeurt via een stuurcomité dat bestaat uit de coordinators van het KBIN en van de subcontractant, de manager van het project en een vertegenwoordiging van het FADA experten consortium. Er zullen regelmatig (jaarlijks en indien nodig ad hoc) vergaderingen van dit comité en van een Stuurgroep (Follow up Comité) worden georganiseerd om bilaterale informatiestromen mogelijk te maken. De Stuurgroup zal bestaan uit vertegenwoordigers van potentiële stakeholderorganisaties en samen een grote kritische massa aan ervaring in de toepassing en het beheer van biodiversiteitsgegevens hebben, wat nuttig zal zijn voor het infraFADA-project.
De relevantie van de FADA onderzoeksinfrastructuur blijkt uit de bovenstaande beschrijvingen: er is een duidelijke behoefte aan actuele taxonomische informatie over zoetwaterbiodiversiteit voor een verscheidenheid aan potentiële gebruikers, zoals wereldwijde gegevensbanken, belanghebbenden die betrokken zijn bij de monitoring van zoetwaterbiodiversiteit (bvb WFD) en burgerwetenschappers, om maar enkelen te noemen. De geplande links met internationale initiatieven zoals GBIF, CoL, FIP en andere zorgen voor de internationale verankering van FADA. De potentiële impact van infraFADA situeert zich dus in een toename van wetenschappelijke kennis, taxonomische kwaliteitscontrole van digitale biodiversiteitsdatabases en daaruit voortvloeiende bijdragen aan het raakvlak tussen wetenschap en beleid op het gebied van zoetwaterbiodiversiteit.

Documentatie

LATTITUDE
Sleep at extreme latitudes: examining the differences between Antarctic and arctic environments

  • Budget: 242.680 €
  • Periode: 2023-2026
  • Uitvoerder: Koninklijke Militaire School (KMS)
  • Contact: Nathalie Pattyn (KMS)
  • BELSPO programmabeheerder: David Cox


Beschrijving

Waarom deze onderzoeksvraag ?
Eén van de hoofdproblematieken voor bemanningen op zending naar Antarctica is het beheer van slaapproblemen. Slaap is van slechte kwaliteit, vaak onderbroken, met een gebrek aan diepe slaap en een verstoring van het circadiaans ritme. Deze verstoringen zijn te wijten aan het ontbreken van een normale photoperiodiciteit (de afwisseling van dag en nacht in een 24-uur periode) in Antarctica. Onze onderzoekseenheid heeft hieraan reeds bijgedragen door verschillende publicaties.
Er zijn echter een aantal factoren, zowel interindividueel als cultureel, die nog onderzocht moeten worden. Een Antarctische bemanning heeft geen culturele of intergenerationele gewenning aan dit type omgeving, in tegenstelling tot de bewoners van Arctische gebieden. Verder zijn er ook geslachtsverschillen geïdentificeerd in de fysiologische aanpassing aan Antarctische omstandigheden. Antarctische zendingen zijn, voor de meerderheid, vooral mannelijke omgevingen, wat maakt dat er een gebrek is aan data over vrouwen, maar ook dat de ervaring van vrouwen in deze context sterk gekleurd zal zijn door dit onevenwicht.
Daarom willen we onderzoeken en begrijpen welke factoren een rol spelen in deze aanpassing aan hogere breedtegraden, door variabelen zoals leeftijd, geslacht en beleving te gaan vergelijken tussen onze Antarctische deelnemers en een groep van Arctische bewoners. In het kader van dit project gaan we dus dezelfde methode toepassen in Arctische gebieden, om slaap en biologische ritmes te vergelijken tussen deze 2 populaties, mét de inclusie van het geslachtsaspect en de beleving van deelnemers. Dit zal dus toelaten om na te gaan of we, op equivalente breedtegraden, gelijkaardige effecten vinden op slaaparchitectuur en circadiaans ritme.

Wetenschappelijke doelen van het project :

  1. Begrijpen of de slaapproblemen in Antarctica te wijten zijn aan de breedtegraad (en dus de abnormale photoperiodiciteit), of de beleefde ervaring van de zending, of een interactie tussen beide?
  2. Een geslachtseffect in slap en circadiaans ritme in Antarctica/Arctische gebieden onderzoeken.
  3. Integratie: een Bayesiaans Netwerk Analyse (BNA) om te begrijpen hoe onderliggende mechnismen het effect van seizoenen op slaap en circadiaans ritme zou kunnen verklaren.

Documentatie

  • Referenties van onze vorige publicaties, die geleid hebben tot deze onderzoeksvraag :
    • Tellez HF, Mairesse O, Macdonald-Nethercott E, Neyt X, Meeusen R, Pattyn N. (2014). Sleep-related periodic breathing does not acclimatize to chronic hypobaric hypoxia: a 1-year study at high altitude in Antarctica. Am J Respir Crit Care Med. 2014 Jul 1;190(1):114-6. doi: 10.1164/rccm.201403-0598LE. PMID: 24983221.
    • Collet G, Mairesse O, Cortoos A, Tellez HF, Neyt X, Peigneux P, Macdonald-Nethercott E, Ducrot YM, Pattyn N. (2015). Altitude and seasonality impact on sleep in Antarctica. Aerosp Med Hum Perform. 2015 Apr;86(4):392-6. doi: 10.3357/AMHP.4159.2015. PMID: 25945557.
    • Pattyn N., Mairesse O., Cortoos A., Marcoen N., Neyt X., Meeusen R. (2017). Sleep during an Antarctic summer expedition: new light on “polar insomnia.” J. Appl. Physiol. 122, 788–794. 10.1152/japplphysiol.00606.2016 - DOI – PubMed
    • Pattyn N., Van Puyvelde M., Fernandez-Tellez H., Roelands B., Mairesse O. (2018). From the midnight sun to the longest night: sleep in Antarctica. Sleep Med. Rev. 37, 159–172. 10.1016/j.smrv.2017.03.001 - DOI - PubMed
    • Mairesse O, MacDonald-Nethercott E, Neu D, Tellez HF, Dessy E, Neyt X, Meeusen R, Pattyn N. (2019). Preparing for Mars: human sleep and performance during a 13 month stay in Antarctica. Sleep. 2019 Jan 1;42(1). doi: 10.1093/sleep/zsy206. PMID: 30403819.
    • Van Puyvelde M, Gijbels D, Van Caelenberg T, Smith N, Bessone L, Buckle-Charlesworth S, Pattyn N. (2022). Living on the edge: How to prepare for it? Front Neurogenom. 2022 Dec 14;3:1007774. doi: 10.3389/fnrgo.2022.1007774. PMID: 38235444; PMCID: PMC10790891.

LEANI
Low Energy Astrophysical Neutrinos in the Ice

  • Budget: 242.920 €
  • Periode: 2023-2026
  • Uitvoerder: Université catholique de Louvain (UCLouvain)
  • Contact: Gwenhaël De Wasseige (UCLouvain)
  • BELSPO programmabeheerder: David Cox


Beschrijving

Het IceCube Neutrino Observatorium, begraven in het ijs van de Zuidpool, heeft een nieuw venster op het heelal geopend. Naast het bestuderen van de meest energetische astrofysische verschijnselen met licht, heeft IceCube aangetoond dat blazars, Seyfert-sterrenstelsels en zelfs ons eigen sterrenstelsel kunnen worden waargenomen met behulp van neutrino's, de meest ongrijpbare deeltjes die tot nu toe zijn ontdekt.

Ondanks dat IceCube al meer dan tien jaar in gebruik is, heeft het de oorsprong van hoogenergetische astrofysische neutrino's nog niet volledig opgehelderd. Terwijl er nieuwe instrumenten gepland zijn om de omvang van IceCube te vergroten of te zoeken naar neutrino's met nog hogere energieën om de vraag op te lossen, zal LEANI de 15 jaar aan gegevens vanuit een andere hoek bekijken.

LEANI zal op drie verschillende assen werken aan het begrip van de oorsprong van astrofysische neutrino's:

  1. Ontwikkeling van een nieuwe analyse van IceCube-gegevens met behulp van een acquisitiesysteem, HitSpooling, waarmee we elke afzonderlijke neutrino-interactie die plaatsvindt in het ijs rond het observatorium kunnen opslaan, waardoor de huidige energiedrempel voor individuele neutrino-detectie op de Zuidpool met een bevel wordt verlaagd van omvang. Deze ambitieuze taak zal neutrino's extraheren uit de grote achtergrond afkomstig van het ijs en de detector zelf met behulp van geavanceerde, onbewaakte machine learning-technieken. Tegelijkertijd zullen we de hulp inroepen van Citizen Scientists, aangezien het menselijk oog kenmerken kan identificeren in gegevens die een machine niet zou zien. De resultaten van de twee verschillende benaderingen zullen worden verzameld om de nieuwe manier van analyseren van IceCube-gegevens te creëren.
  2. Deze nieuwe aanpak zal het mogelijk maken dat IceCube gevoelig is van het MeV- tot het PeV-bereik, en meer dan 10 ordes van grootte in energie bestrijkt. De huidige analyses richten zich echter op elke energieband afzonderlijk. Het tweede doel van LEANI is om de waarnemingen van elke energieband op een samenhangende manier te combineren, wat een ongekende gevoeligheid oplevert. Ter illustratie van de methode zal LEANI de eerste catalogus van neutrino-energieverdelingen creëren uit compacte binaire fusies.
  3. LEANI zal uiteindelijk de waarneming voorbereiden met de volgende generatie neutrinotelescopen op de Zuidpool door gebruik te maken van de kennis die is verworven over de achtergrond afkomstig van het ijs en de detector zelf die is geïsoleerd tijdens de nieuwe analyse die in de eerste as is ontwikkeld.

Er wordt verwacht dat LEANI een sprong voorwaarts zal maken in de manier waarop astrofysische neutrinogegevens worden verwerkt en gecombineerd.

Documentatie

LIFTHAW
Nutrient lift upon permafrost thaw: sources and controlling processes

  • Budget: 244.080 €
  • Periode: 2023-2025
  • Uitvoerder: Université catholique de Louvain (UCLouvain)
  • Contact: Sophie Opfergelt (UCLouvain)
  • BELSPO programmabeheerder: David Cox


Beschrijving

LIFTHAW heeft als doel om uitgebreid de respons van de mobiliteit van voedingsstoffen in permafrostgebieden die dooien te beoordelen. Het onderzoekt of de nieuw beschikbare voedingsstoffen als gevolg van het dooien voornamelijk ten goede komen aan diep gewortelde planten, of dat de verandering in het waterpeil fungeert als een voedingsstofverhoging. Daarnaast heeft het project als doel om het effect van variabiliteit in dooi-diepte op oppervlakte- en ondergrondse waterstromen en de daaropvolgende laterale mobiliteit van voedingsstoffen te begrijpen.
LIFTHAW zal geochemische instrumenten gebruiken om voedingsstoffenbronnen voor plantenopname te onderzoeken, de voedingsstofverhoging als gevolg van veranderingen in het waterpeil te kwantificeren, en veranderingen in lateraal voedingsstoffentransport tijdens permafrostdegradatie te detecteren.

Documentatie

  • Projectwebsite

  • Publicaties
    • Hirst C., Monhonval A., Mauclet E., Thomas, M., Villani M., Ledman J., Schuur E.A.G., Opfergelt S. Evidence for late winter biogeochemical connectivity in permafrost soils. Communications Earth & Environment, 2023, 4, 85, doi.org/10.1038/s43247-023-00740-6
    • Monhonval A., Hirst C., Strauss J., Schuur E.A.G., Opfergelt S. Strontium isotopes trace the dissolution and precipitation of mineral organic carbon interactions in thawing permafrost. Geoderma, 2023, 433, 116456, doi.org/10.1016/j.geoderma.2023.116456
    • Mauclet E., Hirst C., Monhonval A., Stevenson E.I., Gérard M., Villani M., Dailly H., Schuur E.A.G., Opfergelt S. Tracing changes in base cation sources for Arctic tundra vegetation upon permafrost thaw. Geoderma, 2023, 429, 116277, doi.org/10.1016/j.geoderma.2022.116277
    • Villani, M., Mauclet, E., Agnan, A., Druel, A., Jasinski, B., Taylor, M., Schuur, E.A.G. and Opfergelt, S. Mineral element recycling in topsoil following permafrost degradation and a vegetation shift in sub-Arctic tundra. Geoderma, 2022, 421, 115915, doi.org/10.1016/j.geoderma.2022.115915
    • Hirst, C., Mauclet, E., Monhonval, A., Tihon, E., Ledman, J., Schuur, E.A.G. and Opfergelt, S. Seasonal changes in hydrology and permafrost degradation control mineral element-bound DOC transport from permafrost soils to streams. Global Biogeochemical Cycles, 2022, 36(2). doi: 10.1029/2021GB007105
    • Mauclet, E., Agnan, Y., Hirst, C., Monhonval, A., Pereira, B., Vandeuren, A., Villani, M., Ledman, J., Taylor, M., Jasinski, B. L., Schuur, E. A. G. and Opfergelt, S. Changing sub-Arctic tundra vegetation upon permafrost degradation: impact on foliar mineral element cycling, Biogeosciences, 2022, 19 (9), 2333-2351, doi:10.5194/bg-19-2333-2022
    • Hirst C., Opfergelt S., Gaspard F., Hendry K.R., Hatton J.E., Welch S., McKnight D., Lyons W.B. Silicon isotopes reveal a non-glacial source of silicon to Crescent Stream, McMurdo Dry Valleys, Antarctica. Frontiers Earth Science, 2020, 8:229, doi: 10.3389/feart.2020.00229
    • Opfergelt S. The next generation of climate model should account for the evolution of mineral-organic interactions with permafrost thaw. Environ. Res. Lett., 2020, 15: 091003, doi.org/10.1088/1748-9326/ab9a6d
      Roux P., Lemarchand D., Redon P.-O., Turpault M.-P., B and δ11B biogeochemical cycle in a beech forest developed on a calcareous soil: Pools, fluxes, and forcing parameters,Science of The Total Environment, 2022, 806(3), 150396,doi.org/10.1016/j.scitotenv.2021.150396

LINAC@LNK
Van de karakterisatie van radioactief afval naar medische metrologie


Beschrijving

LINAC@LNK betreft de aankoop en het opknappen van een tweedehands medische LINAC voor divers nucleair onderzoek. Het zal zowel kalibraties als tomografische beeldvorming mogelijk maken, wat deuren opent voor:

Nieuwe toepassingen in de expertises dosimetrie en kalibratie
Met LINAC@LNK streeft SCK CEN naar een verbetering van de kalibratie van radiotherapie door potentiële foutmarges te elimineren. Het uiteindelijke doel is om een precieze kalibratiemethode te ontwikkelen voor radiotherapeutische behandelingen. Bovendien opent het gebruik van een LINAC ook mogelijkheden voor geavanceerd onderzoek in radiotherapie en dosimetrie. Dit omvat het onderzoeken van dosimetrie op cellulair niveau, het beter begrijpen van de mechanismen van straling en het ontwikkelen van nieuwe detectoren om de protocollen voor kwaliteitsborging te verbeteren. LINAC@LNK wil vooruitgang boeken op het gebied van radiotherapie en de resultaten voor patiënten verbeteren.

R&D om materiaalidentificatie in vaten met radioactief afval mogelijk te maken
De tweede, nieuwe toepassing voor de LINAC kan NIRAS/ONDRAF ondersteunen bij de oppervlaktebergingssite voor laag- en middelactief kortlevend afval. Het toestel maakt hoogenergetische CT-scans nodig, waarmee de conformiteitscriteria voor de stockage van heel wat geconditioneerde afvalvaten gecontroleerd worden. Bovendien kan de faciliteit aanvullend onderzoek faciliteren om te onderzoeken of meervoudige-energetische bestraling aanvullende informatie kan opleveren over de chemische samenstelling van de geconditioneerde afvalvaten. Deze ontwikkeling voorziet niet alleen in de onmiddellijke behoefte om te voldoen aan laag- en middelactief kortlevend afval, maar maakt ook de weg vrij voor een beter onderzoek naar en beter begrip van afvalkarakterisering met behulp van geavanceerde stralingstechnieken.

Documentatie

MAGSCREEN
Construction of a magnetically shielded room

  • Budget: 800.810 €
  • Periode: 2023-2026
  • Uitvoerder: Koninklijk Meteorologisch Instituut van België (KMI)
  • Contact: Simo Spassov (KMI)
  • BELSPO programmabeheerder: Georges Jamart


Beschrijving

Vaste gesteenten, afzettingsgesteente en gebakken archeologisch materiaal bevatten minuscule magnetische mineralen en kunnen daarom informatie geven over veranderingen van het magnetische veld van de aarde in het verleden. Dit wordt bijvoorbeeld gebruikt om archeologische structuren en sedimentlagen te dateren of om polariteitsomkeringen van het aardmagnetisch veld te bestuderen.
Aangezien deze kleine magnetische mineralen in zeer lage concentraties voorkomen, zijn er geavanceerde speciale instrumenten nodig om de magnetisatie (magnetische remanentie) van dergelijke materialen te meten. Om de meetnauwkeurigheid te verhogen en om zeer zwak gemagnetiseerde materialen te kunnen meten, moeten deze instrumenten bij voorkeur in een magnetisch afgeschermde ruimte worden ondergebracht om ze te beschermen tegen de invloed van het aardmagnetisch veld en andere magnetische of elektromagnetische storingen.
Het doel van MAGSCREEN is om een grote magnetisch afgeschermde werkomgeving te ontwerpen en te bouwen waarin de instrumenten worden ondergebracht die nodig zijn voor het meten van magnetische remanentie, zoals demagnetisatietoestellen en een cryogene gesteentemagnetometer. Deze magnetische afgeschermde omgeving zal de ruisvloer van de cryogene gesteentemagnetometer met drie orden van grootte verminderen, waardoor het mogelijk wordt om zwak-magnetische stalen zoals mariene en meersedimenten te meten en de meetprecisie te verhogen. Een ander doel van het project is het concipiëren van magnetische afschermingsomgevingen in het bijzonder voor de opkomende klasse van optisch gepompte minisensoren die bijvoorbeeld gebruikt worden voor biologisch onderzoek, medische toepassingen of voor cryogeenvrije gesteente magnetometers die momenteel de markt voor wetenschappelijke instrumentatie veroveren.
Het Federaal Wetenschapsbeleid heeft prioriteit gegeven aan dit project om de federale onderzoeksinfrastructuur duurzaam te versterken. MAGSCREEN zal het unieke Geofysisch Centrum van het Koninklijk Meteorologisch Instituut nog competitiever maken in wetenschappelijk onderzoek op internationale schaal en opent op langere termijn verdere mogelijkheden voor toekomstige technologische ontwikkelingen op het gebied van magnetische instrumentatie en aanverwante toepassingen.

Documentatie

MetaBelgica
A shared entity management infrastructure between Federal Scientific Institutions

  • Budget: 728.560 €
  • Periode: 2023-2026
  • Uitvoerders:
    • Koninklijke Bibliotheek van België (KBR) 
    • Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België (KMSKB) 
    • Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK) 
    • Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis (KMKG)
  • Contact: Hannes Lowagie (KBR) - Karine Lasaracina (KMSKB) - Eva Coudyzer (KIK) - Els Angenon (KMKG)
  • BELSPO programmabeheerder: Helena Calvo del Castillo


Beschrijving

MetaBelgica is een project dat tot doel heeft een Linked Data-platform te creëren voor Belgische entiteiten die worden gedeeld tussen Federale Wetenschappelijke Instellingen (FWI's) in de culturele erfgoedsector van België. Op dit moment onderhouden deze instellingen dubbele gegevens in verschillende formaten, wat inefficiënt is voor gegevensuitwisseling en internationale strategieën. Zo zijn er bijvoorbeeld meerdere gegevensrecords voor dezelfde schilder, Rogier Van der Weyden, met verschillende spellingen. MetaBelgica streeft ernaar miljoenen Belgische entiteiten van verschillende FWI's te integreren in een gedeeld platform, persistente identificatoren (PID's) te verstrekken voor deze entiteiten en de vindbaarheid, toegankelijkheid, interoperabiliteit en herbruikbaarheid van gegevens (FAIR-principes) te verbeteren. Het project is van plan om het Wikibase-platform te gebruiken, dat samenwerking ondersteunt voor gestructureerde gegevens, meertaligheid en semantische zoekopdrachten.

Documentatie


Metissen-Resolutie - fase 1 (verlenging)

  • Budget: 175.000 €
  • Periode: 2023-2026
  • Uitvoerder: Algemeen Rijksarchief (ARA)
  • Contact: Pierre-Alain Tallier - Nico Wouters
  • BELSPO programmabeheerder: Georges Jamart


Beschrijving

Documentatie


Metissen-Resolutie - fase 2

  • Budget: 780.000 €
  • Periode: 2021-2025
  • Uitvoerder: Algemeen Rijksarchief (ARA)
  • Contact: Pierre-Alain Tallier - Nico Wouters
  • BELSPO programmabeheerder: Georges Jamart


Beschrijving

Op 29 maart 2018 keurde de Kamer van volksvertegenwoordigers unaniem de resolutie "over de segregatie waaronder de metissen van Belgische koloniale oorsprong in Afrika hebben geleden" goed. In artikel 6 van deze Metissen-Resolutie wordt verzocht om "een gedetailleerd historisch onderzoek naar de rol van de burgerlijke en kerkelijke autoriteiten bij de behandeling van de metissen tijdens de koloniale periode in Belgisch Kongo en Ruanda-Urundi" uit te voeren, waarbij het van belang is dat de nodige budgettaire, materiële en personeelsmiddelen ter beschikking worden gesteld van het Algemeen Rijksarchief (ARA) om de in de Resolutie nagestreefde doelstellingen te verwezenlijken.

Het onderzoeksproject "Metissen-Resolutie", dat wordt uitgevoerd overeenkomstig de wensen van de Resolutie, is verdeeld in twee fasen, die respectievelijk overeenkomen met de artikelen 6 en 7 van de Resolutie.

Fase 1 - die overeenkomt met artikel 7 van de Resolutie - maakte het voorwerp uit van een samenwerkingsovereenkomst tussen de FOD Buitenlandse Zaken en het Algemeen Rijksarchief. In deze eerste fase worden alle persoonsdossiers van de metissen geïnventariseerd en correlaties tussen deze dossiers aangebracht. De overdracht van de "Afrikaanse archieven" van de FOD Buitenlandse Zaken naar het ARA is thans aan de gang.

Voorliggend onderzoeksproject heeft betrekking op fase 2 van het onderzoek, dat overeenkomt met artikel 6 van de Resolutie, waarin een gedetailleerd historisch onderzoek wordt uitgevoerd naar de rol van de burgerlijke en kerkelijke autoriteiten bij de behandeling van de metissen tijdens de koloniale periode in Belgisch Kongo en Ruanda-Urundi.

Documentatie

MPVAQUA
Floating solar at sea

  • Budget: 1.500.000 €
  • Periode: 2022-2024
  • Uitvoerder: Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN)
  • Contact: Brigitte Lauwaert (KBIN)
  • BELSPO programmabeheerder: David Cox

  • Budget: 500.000 €
  • Periode: 2022
  • Uitvoerders: Tractebel Engineering S.A., DEME N.V. en Jan De Nul N.V.
  • BELSPO programmabeheerder: David Cox


Beschrijving

Documentatie

NAMSAT
Natural hAzards Monitoring from SATellites

  • Budget: 531.920 €
  • Periode: 2023-2026
  • Uitvoerders:
    • Koninklijk Belgisch Instituut voor Ruimte-Aeronomie (BIRA)
    • Koninklijk Meteorologisch Instituut van België (KMI)
  • Contact: Nicolas Theys (BIRA) - Nicolas Clerbaux (KMI)
  • BELSPO programmabeheerder: Aline van der Werf


Beschrijving

Gevaarlijke natuurfenomenen zoals vulkaanuitbarstingen, zandstormen en bosbranden vormen een directe bedreiging voor de luchtvaart en de lokale bevolking. Er is toenemende bezorgdheid over hoe deze natuurlijke gevaren het best kunnen worden beperkt. Natuurrampen kunnen grensoverschrijdende effecten hebben en in een onderling verbonden wereld is het essentieel om de beschikbaarheid en het gebruik van wetenschappelijke kennis en gegevens over natuurrampen te vergroten. Momenteel ligt de nadruk op het omgaan met meervoudige gevaren en het ontwikkelen van meer geïntegreerde systemen voor monitoring en vroegtijdige waarschuwing.
Satellietgegevens spelen hierbij een cruciale rol en zijn vaak de enige manier om de situatie te beoordelen/monitoren en de verschijnselen te bestuderen. De beschikbare satellietgegevens (operationele en voortkomend uit onderzoek) worden echter onvoldoende benut. Met het NAMSAT-project bundelen het Koninklijk Belgisch Instituut voor Ruimte-Aeronomie (BIRA) en het Koninklijk Meteorologisch Instituut van België (KMI) hun krachten om een online datadienst te ontwikkelen die gewijd is aan het vanuit de ruimte monitoren van bepaalde risicovolle natuurfenomenen, door het combineren van bijna in reële tijd geproduceerde dataproducten van instrumenten in een lage baan om de aarde (LEO) en een geostationaire baan (GEO). NAMSAT is gebaseerd op de Support to Aviation Control Service (SACS) van het BIRA en heeft verschillende doelstellingen:

  • De SACS-infrastructuur op systeemniveau verbeteren wat betreft betrouwbaarheid, robuustheid en betere verwerking van satellietgegevens in bijna-reële tijd.
  • De dienst uitbreiden naar GEO-satellietgegevens, waaronder de GOES-, HIMAWARI- en SEVIRI-instrumenten, en binnen enkele minuten na detectie producten leveren aan gebruikers.
  • Producten voor toekomstige missies implementeren.
  • Op GEO gebaseerde detectieproducten ontwikkelen voor aërosolen en zwaveldioxide, evenals een gecombineerd GEO-LEO product.
  • Op maat gemaakte producten ontwikkelen voor luchtvaart- en gebruikers uit het domein van de vulkanologie, inclusief meldingsmechanismen voor uitzonderlijke gebeurtenissen.
  • Ontwikkeling van een nieuwe interface voor het bekijken van satellietproducten.
  • Ontwikkelen van een open/publieke satellietdatabase van gebeurtenissen uit het verleden.

Documentatie

NEED
Needs Examination, Evaluation and Dissemination: identificeren en meten van onbeantwoorde gezondheidsgerelateerde behoeften, zodat innovatie in de gezondheidszorg en het gezondheidszorgbeleid meer kunnen worden afgestemd op deze behoeften

  • Budget: 976.285 €
  • Periode: 2023-2026
  • Uitvoerders:
    • Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) 
    • Sciensano
  • Contact: Irina Cleemput (KCE) - Robby De Pauw (Sciensano)
  • BELSPO programmabeheerder: Corinne Lejour


Beschrijving

Het identificeren van onbeantwoorde gezondheidsgerelateerde behoeften is van cruciaal belang om het gezondheidszorgbeleid en innovatie in de gezondheidszorg te sturen. Het vervullen van deze behoeften is een gemeenschappelijke doelstelling van verschillende stakeholders binnen het gezondheidszorgsysteem. Hoewel er geen eenduidige definitie van onbeantwoorde gezondheidsgerelateerde behoeften bestaat, is er een consensus dat ze kunnen worden bekeken zowel vanuit het perspectief van de patiënt als van de maatschappij. Binnen NEED worden gezondheidsgerelateerde behoeften gedefinieerd als specifieke behoeften die verband houden met een bepaalde aandoening. Het betreft behoeften van de personen die kampen met deze aandoening, alsook de bredere maatschappelijke behoeften die verband houden met deze aandoening. Maatschappelijke behoeften hebben betrekking op de impact van de aandoening op verschillende segmenten van de maatschappij die er enkel onrechtstreeks door getroffen worden (bv. overdraagbaarheid, impact op de zorgverleners en milieu-impact).

Documentatie

ORCHESTRA
ecOsystem Responses to Constant offsHorE Sound specTRA

  • Budget: 248.650 €
  • Periode: 2021-2025
  • Uitvoerder: Universiteit Gent (UGent)
  • Contact: Tom Moens (UGent)
  • BELSPO programmabeheerder: David Cox - Koen Lefever


Beschrijving

Documentatie

PASPARTOUT
Transportwegen van atmosferische deeltjes, VOCs, en waterdamp naar Oost-Antarctica in een veranderend klimaat

  • Budget: 488.040 €
  • Periode: 2023-2026
  • Uitvoerders:
    • Koninklijk Meteorologisch Instituut van België (KMI)
    • Katholieke Universiteit Leuven (KU Leuven)
    • Universiteit Gent (UGent)
    • Université Libre de Bruxelles (ULB)
  • Contact: Alexander Mangold (KMI) - Nicole Van Lipzig (KU Leuven) - Christophe Walgraeve (UGent) - Nadine Mattielli (ULB)
  • BELSPO programmabeheerder: David Cox


Beschrijving

De atmosferische circulatie, de watercyclus en de interactie tussen wolken en aërosolen zijn belangrijke elementen van het Antarctisch klimaatsysteem. Wolken en aërosolen spelen hierbij een belangrijke rol in het stralingsenergiebudget waarbij aërosolen de wolkenmicrofysica  sterk beïnvloeden, omdat ze de kern vormen bij wolkcondensatie (CCN) en ijsvorming. Vluchtige organische stoffen (VOC's) en hun afbraakproducten in de atmosfeer spelen mogelijk een rol bij de vorming van CCN. Bovendien zijn wolken een belangrijk onderdeel van de hydrologische cyclus en vormen ze de schakel tussen het transport van waterdamp naar Antarctica en neerslag.
Om deze complexe processen te onderzoeken, worden in PASPARTOUT verschillende methodes voor instrumentatie en modellering gecombineerd. Door het analyseren van ERA-5 gegevens (European Centre for Medium-range Weather Forecasts Reanalysis 5th generation) zal het project de atmosferische circulatiepatronen en weerregimes van de afgelopen 15 jaar onderzoeken. Verder zullen de atmosferische transportwegen en potentiële brongebieden van atmosferische verbindingen worden bepaald en zullen de routes en weertypes worden gekoppeld aan gemeten eigenschappen van atmosferische deeltjes, VOC's, waterdamp, neerslag en wolken.
Naast metingen van de samenstelling van de atmosfeer op het Princess Elisabeth-station, zullen er het hele jaar door automatische bemonsteringsinstrumenten worden opgesteld voor de staalname van VOC's en anorganische verbindingen (isotopen, metalen en zeldzame aardelementen) aan de kust in Dronning Maud Land, Oost-Antarctica. Dit zal worden aangevuld met sneeuwprofielmetingen om stalen te verzamelen van de verschillende lagen van de jaarlijkse sneeuwaccumulatie voor chemische analyses.
Uiteindelijk zal op basis van het archief van klimaatmodelgegevens van het Coupled Model Intercomparison Project 6 (CMIP6) worden onderzocht hoe de atmosferische circulatie in de toekomst zou kunnen veranderen. PASPARTOUT zal dat relateren aan hoe potentiële brongebieden zullen veranderen in een toekomstig klimaat en zal de gevolgen voor wolken en neerslag bepalen als gevolg van veranderingen in de samenstelling van de atmosfeer.

Documentatie

PROCHE
Herkomstonderzoek op de Etnografische collectie

  • Budget: 2.320.000 €
  • Periode: 2021-2024
  • Uitvoerder: Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (KMMA)
  • Contact: Els Cornelissen (KMMA)
  • BELSPO programmabeheerder: Helena Calvo del Castillo


Beschrijving

De maatschappelijke en politieke discussie rond de restitutie van cultureel erfgoed verworven in de koloniale periode is de laatste paar jaar aangescherpt, zowel op internationaal als op Europees niveau. Het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (KMMA) neemt deel aan dit internationale debat als maatschappelijke speler en als beheerder van het Belgisch Staatspatrimonium van collecties uit de door België gekoloniseerde landen (DRCongo, Rwanda en Burundi), evenals collecties verzameld in andere landen in West, Zuid, Oost en Midden-Afrika.

Het KMMA beheert momenteel 128.500 etnografische voorwerpen en muziekinstrumenten, waarvan ongeveer 85.000 objecten uit Centraal Afrika. Het grootste deel van de collectie kwam tot stand via schenkingen, missionarissen, ambtenaren, militairen en wetenschappelijke zendingen. Vooral in de periode van Congo Vrijstaat - van 1885 tot 1908 - werden voorwerpen verworven met geweld of door plundering. In de periode van Belgisch Congo vanaf 1908 werden voorwerpen verzameld in een context van ongelijke verhoudingen tussen gekoloniseerde en kolonisator. Slechts een klein gedeelte werd aangekocht.

Hoewel het KMMA over goed gedocumenteerde archieven beschikt over waar en door wie een bepaald object is verworven, is er vaak weinig informatie beschikbaar over de precieze manier van verwerving (gift, aankoop, ‘onder lichte dwang’). Grondig herkomstonderzoek naar de manier van verwerving van de 85.000 voorwerpen door het KMMA is essentieel.

Documentatie

PURE WIND
Impact of sound on marine ecosystems from offshore wind energy generation

  • Budget: 244.762 €
  • Periode: 2021-2025
  • Uitvoerder: Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN)
  • Contact: Alain Norro (KBIN)
  • BELSPO programmabeheerder: David Cox - Koen Lefever


Beschrijving

Documentatie

RESIST
Recent Arctic and Antarctic sea ice lows: same causes, same impacts?

  • Budget: 488.080 €
  • Periode: 2023-2026
  • Uitvoerders:
    • Université catholique de Louvain (UCLouvain)
    • Koninklijk Meteorologisch Instituut van België (KMI)
  • Contact: François Massonnet (UCLouvain) - David Docquier (KMI)
  • BELSPO programmabeheerder: David Cox


Beschrijving

De recente veranderingen in de poolgebieden worden over het algemeen beschreven in termen van veranderende gemiddelden: de negatieve massabalans van ijskappen en gletsjers, de langdurige afname van het zee-ijs, of de versterkte stijging van de luchttemperaturen nabij het oppervlak. Deze visie houdt echter geen rekening met het feit dat de poolgebieden de afgelopen jaren ook het toneel zijn geweest van een reeks extreme eenmalige gebeurtenissen. Zo bereikte bijvoorbeeld de omvang van het zee-ijs in de zomer in het noordpoolgebied recordniveaus in 2007 en 2012. Op dezelfde manier heeft het Antarctische zee-ijs, dat zich de afgelopen decennia licht uitbreidde, sinds 2016 in elk seizoen recordverliezen laten zien, met opmerkelijke zomerminima in 2017, 2022 en 2023. Het is onduidelijk of deze minima deel uitmaken van de natuurlijke klimaatvariabiliteit, of dat ze vroege indicatoren zijn van diepere veranderingen die komen gaan.
RESIST ("Recent Arctic and Antarctic sea ice lows: same causes, same impacts?") heeft als doel de oorzaken en gevolgen van extreme zomercondities van zeeijs in de Arctische en Antarctische gebieden te bestuderen. Door de relaties tussen zeeijs en de andere polaire componenten van het klimaatsysteem (oceaan, atmosfeer, permafrost) te onderzoeken, zal RESIST een beter inzicht geven in de variabiliteit van zeeijs en toekomstige voorspellingen verbeteren. De kennislacunes zijn te wijten aan beperkte observatiegegevens en klimaatmodellen die met relatief lage ruimtelijke resoluties werken (~100 km). RESIST zal deze lacunes aanpakken door een reeks oceanische zee-ijsreconstructies voor te stellen, gemaakt met behulp van globale modellen met resoluties variërend van 50 km tot 5 km, en door grootschalige ensembles van gekoppelde klimaatmodel-simulaties te analyseren. Het project zal ook causale analysemethoden toepassen om oorzaak-en-gevolgrelaties te ontrafelen en een algoritme voor zeldzame gebeurtenissen gebruiken om de meest extreme zee-ijsomstandigheden te bestuderen.
De samenwerking tussen de UCLouvain en het KMI, die complementaire expertise hebben in pooonderzoek en dynamische systeemtheorie, zal essentieel zijn om deze doelstellingen te bereiken. De resultaten van het project zullen de groeiende aanwezigheid van België in poolonderzoek versterken en bijdragen tot Europese en internationale initiatieven, zoals de ontwikkeling van systemen voor seizoensvoorspellingen, poolobservatienetwerken, klimaatonderzoeksprogramma's en grootschalige samenwerkingsprojecten.

Documentatie

SORBET
Services and OpeRability of the BRAMS nETwork

  • Budget: 407.055 €
  • Periode: 2023-2026
  • Uitvoerder: Koninklijk Belgisch Instituut voor Ruimte-Aeronomie (BIRA)
  • Contact: Hervé Lamy (BIRA)
  • BELSPO programmabeheerder: Koen Lefever


Beschrijving

Het BRAMS-netwerk (Belgian RAdio Meteor Stations) is een onderzoeksinfrastructuur die sinds 2010 ontwikkeld wordt door BIRA-IASB met financiële middelen van BIRA-IASB, STCE en het BRAIN-Be-project METRO. Het maakt gebruik van voorwaartse verstrooiing van VHF-radiogolven op geïoniseerde meteoorsporen om meteoroïden die in de aardatmosfeer terechtkomen te detecteren en te karakteriseren en om hun impact op de bovenste atmosfeer in te schatten. Het netwerk bestaat momenteel uit een zender en 46 ontvangststations (de meeste in België, een paar in Frankrijk, Luxemburg en Nederland). Een van de ontvangststations is een interferometer.

Er werden twee methoden ontwikkeld om meteoroïdenbanen en -snelheden te reconstrueren aan de hand van BRAMS-gegevens. De eerste maakt gebruik van de gemeten tijdsverschillen tussen de waarnemingen van meteoorecho's door ten minste 6 BRAMS-ontvangststations. Een tweede methode gebruikt de radio-interferometer en vereist slechts 3 bijkomende detecties van BRAMS-ontvangers. Beide methoden worden nu aangevuld met het gebruik van de pre-t0-fasetechniek, die een extra bepaling van de snelheid van de meteoroïde oplevert. Een vergelijking met optische waarnemingen bevestigt dat beide methoden een nauwkeurige snelheid en inclinatie geven.

Nu deze instrumenten beschikbaar zijn, bestaat de volgende stap erin BRAMS van onderzoeksinstrument om te vormen tot een permanent operationele infrastructuur en diensten te leveren aan ruimtevaartexploitanten, wetenschappers en het publiek. Deze diensten zullen gebaseerd zijn op de afgeleide gegevens die hieronder worden beschreven:

1) Trajecten, snelheden en baanparameters van meteoroïden zijn belangrijk voor de astronomische gemeenschap om de dynamica van meteoroïden te bestuderen, nieuwe meteorenregens te detecteren en de moederlichamen ervan te identificeren.
2) Temperatuur en windsnelheden in de mesosfeer en lage thermosfeer: aangezien meteoroïden rond 85-105 km hoogte opbranden, bemonsteren ze dit gebied dat ontoegankelijk is voor ballonnen of ruimtevaartuigen. Uit de kenmerken van meteoorecho's kan men de temperaturen en windsnelheden op die hoogten afleiden, een taak die routinematig wordt uitgevoerd met meteoorradars, maar die wij zullen aanpassen voor een voorwaarts verstrooiingssysteem zoals BRAMS. Het belangrijkste voordeel is dat dergelijke metingen met een hogere ruimtelijke resolutie kunnen worden uitgevoerd en een groter gebied bestrijken omwille van het grote aantal BRAMS-ontvangers. We zullen dit aanbieden als een dienst aan modelleurs van de wereldwijde atmosferische circulatie.
3) Meteoorfluxen zijn cruciaal voor ruimtevaartbedrijven omdat meteoroïden een bedreiging vormen voor ruimtevaartuigen. We zullen bekijken hoe we een dienst kunnen ontwikkelen (of hoe we kunnen worden geïntegreerd in een dienst) die het risico op inslagen van meteoroïden weergeeft voor een gegeven geometrie en baankenmerken van een ruimteschip (in een baan om de Aarde). Omdat we betrokken zijn bij wetenschappelijke ruimte-instrumenten, wordt ons instituut steeds vaker geconfronteerd met de noodzaak om dergelijke risicobeoordelingen van inslagen te maken.

Om deze doelstellingen beter te bereiken, zullen we eerst het BRAMS-netwerk uitbreiden om maximaal voordeel te halen uit de nieuw ontwikkelde algoritmen door een tweede interferometer en een tweede zender toe te voegen en door het vermogen van de huidige zender te verhogen.

Documentatie

SUNRISE
Duurzame en uniforme onderzoeksinfrastructuur voor zonnegegevensdiensten

  • Budget: 998.770 €
  • Periode: 2023-2026
  • Uitvoerder: Koninklijke Sterrenwacht van België (KSB)
  • Contact: Véronique Delouille (KSB)
  • BELSPO programmabeheerder: Koen Lefever


Beschrijving

Context: Het observeren van de Zon en het verzamelen van zonnewaarnemingen ten behoeve van onderzoek, ruimteweeroperaties en datadiensten maken deel uit van de missie van de afdeling Zonnefysica en Ruimteweer van de Koninklijke Sterrenwacht van België, bekend als SIDC (Solar Influences Data Analysis Center). SIDC is verantwoordelijk voor verschillende zonne-instrumenten op de grond en in de ruimte en beheert de verzameling van gegevens met betrekking tot voorspellingen en operaties voor ruimteweer. Het biedt ook onderdak aan het World Data Center for Sunspot Index and Long-term Solar Observations (WDC-SILSO), evenals aan een Regional Warning Centre (RWC) dat bijna real-time waarschuwingen en voorspellingsdiensten voor ruimteweer levert aan verschillende agentschappen, zoals ESA of de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO). Tot nu toe zijn datadiensten voor het verspreiden van deze verschillende gegevensverzamelingen opgezet op basis van afzonderlijke projecten. Bijgevolg is er vaak geen homogeniteit tussen de datadiensten en wordt de gerelateerde expertise niet gedeeld tussen de verschillende subteams van het departement.

Doelstelling: Het doel van SUNRISE is om te werken aan een gemeenschappelijke infrastructuur voor datadiensten die zowel de interne als externe gebruikers van het SIDC bedient. Om te beginnen beschouwen we twee datadiensten met betrekking tot het monitoren van de zon die momenteel onafhankelijk van elkaar en in verschillende stadia van ontwikkeling zijn. Binnen SUNRISE is het ons doel om deze twee datadiensten onder te brengen in een gemeenschappelijk platform, voortbouwend op de bestaande SIDC Event Database (EventDB), die al datasets verzamelt ter ondersteuning van ruimteweer operaties.

De eerste dienst betreft de langetermijnmonitoring van de zon door het WDC-SILSO. De SILSO-data-pipeline zal worden geautomatiseerd zodat hij gemakkelijker aan het gemeenschappelijke platform kan worden gekoppeld. Er zullen ook nieuwe diensten worden geïmplementeerd, zoals het monitoren van stations die de zonnevlekkendata leveren en het produceren van zonnevlekkengroepnummers.

De tweede datadienst heeft betrekking op het monitoren van de zon op korte termijn en het verbeteren van de mogelijkheden om ruimteweerberichten te voorspellen. Ons doel is om een omvangrijk gegevensmodel te ontwikkelen om de complexe keten van zonnevlamgebeurtenissen te beschrijven die zich op de Zon voordoen en naar de Aarde bewegen. De catalogi van gebeurtenisketens die door eerdere onderzoeksprojecten zijn geproduceerd, zullen worden vertaald naar dit nieuwe gegevensmodel en worden gebruikt om de aldus verrijkte gebeurtenisdatabase (EventDB) te vullen. Het nieuwe platform zal het in de toekomst mogelijk maken om het hele voorspellingsproces voor ruimteweer op te slaan in deze EventDB en deze gemakkelijk toegankelijk te maken.

Door deze structurele opslag van operationeel geproduceerde informatie kunnen zoekopdrachten worden uitgevoerd op deze direct gegenereerde gegevens en wordt een feedbackloop gecreëerd tussen onderzoek en operaties, waardoor wetenschappelijk onderzoek en operaties nauwer aan elkaar kunnen worden gekoppeld.

Methodologie: Het SUNRISE-project brengt een scala aan expertise samen, zowel technisch (databases, IT-diensten, gegevensbeheer) als wetenschappelijk (onderzoek naar gegevensmodellen, zonnevlekkengetalberekeningen, fysische processen van complexe zonnegebeurtenissen). Deze gezamenlijke aanpak zal het mogelijk maken vooruitgang te boeken in de twee datadiensten die verband houden met zonneobservatie, alsook in de ontplooiing van een gemeenschappelijk datadienstenplatform.

Impact: Een gemeenschappelijke datadiensteninfrastructuur voor alle datadiensten van het SIDC zal de efficiëntie van de huidige diensten verbeteren, de toevoeging van toekomstige diensten vergemakkelijken en tegen concurrerende kosten zichtbaarheid en FAIR-toegang bieden tot alle SIDC-gegevens. De automatisering van de WDC-SILSO-productie zorgt voor lagere onderhoudskosten en dus voor meer duurzaamheid. De verrijkte EventDB zal helpen bij het verspreiden van de kennis over de opeenvolging van fysische processen die aan het werk zijn in de gebeurtenisketens van zon naar aarde. Op het gemeenschappelijke platform zullen minder bekende of nieuwere gegevensproducten zichtbaar worden naast de producten met een gevestigde reputatie, waardoor de zichtbaarheid van alle SIDC-gegevensproducten als geheel wordt verbeterd.

Documentatie

SURV-EMIS
Consolidatie scheepsemissiemonitoring boven de Noordzee

  • Budget: 360.000 € - Herstart- en Transitieplan (HTP)
  • Periode: 2022-2024
  • Uitvoerder: Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN)
  • Contact: Brigitte Lauwaert (KBIN)
  • BELSPO programmabeheerder: David Cox


Beschrijving

In 2020 realiseerde het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) 158 vlieguren boven de Noordzee in het kader van het nationale programma voor luchtobservaties. Er werden 10 gevallen van operationele zeeverontreiniging door schepen waargenomen, en een accidentele zeeverontreiniging ten gevolge van een aanvaring tussen 2 tankers. Ook werden bij 10 schepen verdachte zwavelwaarden opgemeten in de rookpluimen.

De afgelopen jaren heeft het KBIN zijn bewakingsvliegtuigen uitgerust met innovatieve "sniffer"-sensoren. Deze sensoren meten de zwavel-, stikstof- en roetuitstoot van individuele zeeschepen. Met de sniffervliegtuigen kan worden toegezien op de strenge internationale emissienormen voor schepen op de Noordzee. Met deze uitbreiding blijft België internationaal een voortrekkersrol spelen in de monitoring van scheepsemissies.

Binnen het Herstart- en Transitieplan is een bijkomende financiering voorzien ter ondersteuning van de recurrente kosten gelinkt aan deze luchtobservaties

Documentatie

  • Luchttoezicht : Strijd tegen luchtvervuiling boven zee (MARPOL Bijlage VI)

ULTIMO
UnLocking The scIentific potential of the Belgica MOuntains, East Antarctica

  • Budget: 318.140 €
  • Periode: 2023-2026
  • Uitvoerders:
    • Vrije Universiteit Brussel (VUB)
    • Université Libre de Bruxelles (ULB)
    • Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN)
  • Contact: Steven Goderis (VUB) - Vinciane Debaille (ULB) - Sophie Decrée (KBIN)
  • BELSPO programmabeheerder: David Cox


Beschrijving

De Antarctische omgeving vormt een van de laatste grenzen van de wetenschappelijke exploratie. Gedurende meer dan 10 jaar heeft het VUB-ULB-RBINS-NIPR consortium zich toegelegd op het bepalen van de oorsprong en evolutie van zowel gesteenten (terrestrisch en buitenaards [ET]) als ijs in de nabijheid van het Belgische Princess Elisabeth station (PEA) in het Sør Rondanegebergte (SRM) door een zeer interdisciplinaire aanpak toe te passen. Deze methodologie heeft geleid tot de vondst van meer dan 1300 meteorieten uit blauwe ijsvelden, het extraheren van ~50.000 microscopische ET-deeltjes uit sedimentaire afzettingen op grote hoogte (waaronder micrometeorieten, brokstukken van airbursts en impact ejecta) en het bepalen van de geologische en geomorfologische geschiedenis van rotsen, morenen en ijs in dit gebied.
Samen hebben deze rots- en ijsstalen een verbazingwekkende schat aan informatie opgeleverd over de oorsprong van het zonnestelsel, de vorming van planeten, klimatologische omstandigheden in het verleden en de vorming van bepaalde regionale geologische en glaciologische karakteristieken (bv. [1-5]). De tijd is nu gekomen om de activiteiten van ons consortium uit te breiden naar het Belgica gebergte, waarvan het wetenschappelijk potentieel tot op heden grotendeels niet aangeboord is. Deze geïsoleerde bergketen van ongeveer 16 km lang ligt ~100 km ten oostzuidoosten van het SRM gebergte. Het kreeg zijn naam tijdens de Belgische Antarctische Expeditie in 1957-1958 onder leiding van G. de Gerlache, en alleen het noordelijke deel van deze bergketen werd eenmalig bezocht tijdens de Japanse Antarctische Onderzoek Expeditie (JARE) in 1998, met een uitstekend succespercentage voor het vinden van meteorieten in korte tijd (37 meteorieten werden teruggevonden in 3 dagen tijd).
De doelstellingen van het ULTIMO project zijn (1) het valideren van de voorspellende kracht van bestaande machine learning benaderingen voor het traceren van meteorietaccumulaties in de Antarctische omgeving [5] en vervolgens het verzamelen en karakteriseren van meteorieten in die gebieden met blauw ijs, (2) het substantieel uitbreiden van de huidige inventaris van ET deeltjes en kosmische gebeurtenissen door het bemonsteren van afzettingen in het voorheen onontgonnen gebied van het Belgica gebergte en het vergelijken van de fysisch-chemische eigenschappen van de bemonsterde afzettingen en geëxtraheerde deeltjes met die van bestaande collecties om meer te weten te komen over de vroege evolutie van het zonnestelsel, (3) het potentieel bepalen van de blauwe ijsvelden rond de Belgica Mountains om abnormaal oud ijs te bevatten door spatiotemporele variaties in kaart te brengen met behulp van stabiele isotopen (δ18O en δD), de ouderdom van het oppervlakte-ijs rechtstreeks te meten en de lokale ijsstroom te modelleren, en (4) de geologische en geomorfologische geschiedenis bestuderen van het vast gesteente van de Belgica Mountains en de bijbehorende morenen.
De studie van uniek kosmisch materiaal maakt het mogelijk om brongebieden in het zonnestelsel te definiëren vanwaar het materiaal dat vandaag op aarde aankomt afkomstig is en om mogelijke veranderingen in de intensiteit en aard van de ET-flux over de laatste paar miljoen jaar (Myr) te detecteren. Als dusdanig vormt dit ET-materiaal een aanvulling op dure staalname-missies naar primitieve asteroïden en kometen en maakt het mogelijk om de allereerste fasen in de evolutie van de protoplanetaire schijf te onderzoeken met materiaal dat hier op aarde beschikbaar is. Met name meteorieten en micrometeorieten (en andere microscopische sporen van ET-gebeurtenissen) kunnen verschillende processen en reservoirs belichten, omdat deze laatste - vanwege hun grootte – belangrijke vertekeningen in preservatie kunnen ondergaan. Op dezelfde manier kan de blootstellingsgeschiedenis van het ijs en het gesteente gebruikt worden om bestaande tektonische, geomorfologische, glacioeustatische en paleomilieu-reconstructies en -modellen te verfijnen, wat van cruciaal belang is op Antarctica omdat de ondergrond bedekt is met ijs. De beoogde collecties en de daaruit voortvloeiende wetenschappelijke inzichten versterken de positie van dit door België geleide internationale consortium in de voorhoede van de geologische, planetaire en paleoklimatologische wetenschappen.

[1] Imae N. et al. 2015. Antarct. Rec. 59, 38-71; [2] Zekollari H. et al. 2019. Geochim. Cosmochim. Ac. 248, 289-310. [3] Goderis S. et al. 2020. Geochim. Cosmochim. Ac. 270, 112-143; [4] van Ginneken M. et al. 2021. Sci. Adv. 7, eabc1008. [5] Tollenaar V. J. W. et al. 2022. Sci. Adv. 8, eabj8138.

Documentatie