
Wie bent u en wat doet u precies?Ik ben David Berghmans, zonnefysicus aan de Koninklijke Sterrenwacht van België. Samen met mijn team beheer ik de ruimtetelescoop EUI (Extreme Ultraviolet Imager), die de atmosfeer van de zon in detail waarneemt. Via Belspo is er aanzienlijk geïnvesteerd in deze telescoop. Het is daarom onze verantwoordelijkheid om die investering volop te benutten. Dat betekent: hoe kunnen we zo uniek en waardevol mogelijke waarnemingen verzamelen die de wetenschap vooruithelpen? Hoe zorgen we ervoor dat deze gegevens zo snel mogelijk bij de juiste onderzoekers terechtkomen? En welke ondersteuning hebben zij nodig om deze optimaal te gebruiken?
‘Werkt de telescoop nog?’ is de eerste vraag die mijn team en ik ‘s
ochtends stellen. Eén keer per dag
maken we contact met de satelliet (Solar Orbiter) en ontvangen we informatie
over de toestand van de
telescoop en de activiteiten van de voorbije periode. Als er zich anomalieën hebben voorgedaan, moeten
die worden geïnterpreteerd en werken we een herstelplan uit. Gelukkig komt dat zelden voor, en kunnen we
de meeste dagen beginnen met een eerste controle van de nieuwe beelden.
Daarnaast is de planning van toekomstige waarnemingen bijzonder tijdsintensief. Eerst moet er consensus
worden bereikt onder wetenschappers over welke waarnemingen op elk moment prioritair zijn, en hoe
verschillende zonnetelescopen daarbij kunnen samenwerken. Vervolgens vertalen we dit naar een concreet
waarnemingsprogramma, dat als een reeks commando’s naar de EUI-telescoop wordt gestuurd.
Tot slot is er het echte onderzoek: specifieke waarnemingen grondig analyseren, met als doel nieuwe
inzichten te verwerven en die uiteindelijk in wetenschappelijke artikels te publiceren.
Onze EUI-telescoop levert beelden van de zon met een ongeziene resolutie én een breder beeldveld dan
ooit tevoren. Dat unieke karakter zorgt ervoor dat we regelmatig structuren en bewegingen waarnemen die
nog nooit eerder zijn gezien en dus van groot belang zijn voor verder onderzoek.
Elke week houden we een korte teleconferentie met een tiental tot twintigtal collega’s, waarin we samen
de nieuwste gegevens bekijken. De momenten waarop iemand plots zegt: ‘Hé, wat is
die vreemde wiebel?’ geven me nog altijd dezelfde tintelende opwinding als toen ik als kind een nieuwe
legodoos opende: het
gevoel dat je aan het begin staat van iets nieuws, ongezien.
Ik heb een haat-liefdeverhouding met de managementkant van mijn job. Als iets oudere wetenschapper is
het logisch dat ik meer leidinggevende taken opneem en een team aanstuur. Het is ook bijzonder fijn om
jonge collega’s kansen te geven, hen taken toe te vertrouwen waarin ze vaak beter zijn dan ik, en hen te
zien groeien in hun rol.
Maar management brengt ook verantwoordelijkheid met zich mee: voor het welzijn van het team, voor hun
financiering, en voor een aanzienlijke hoeveelheid administratie. Voor je het weet, ben je vooral
daarmee bezig en blijft er nog maar weinig tijd over voor de wetenschap zelf.
Na mijn studies in Leuven was ik vastbesloten om naar het verre buitenland te trekken. Kort voor het afronden van mijn doctoraat kwam er echter een interessante, tijdelijke positie vrij in Ukkel, amper dertig kilometer verder. Wat begon als een tijdelijke job, groeide uit tot een vaste aanstelling, en 29 jaar later werk ik er nog steeds. Een beetje zoals in de reclameslogan: ‘Op een dag vind je de job van je leven…’.
Ik behaalde in 1997 mijn doctoraat in de Wetenschappen aan de KU Leuven, onder begeleiding van prof. Marcel Goossens (Centre for mathematical Plasma Astrophysics). Mijn proefschrift was een theoretische studie naar hoe plasmagolven worden opgewekt in magnetische structuren in de zonnecorona. Dat is inhoudelijk dus niet zo ver verwijderd van wat ik vandaag doe, al is het met een meer observationele insteek.
Het voelt wat vreemd om mijn eigen vaardigheden te benoemen, maar ik kan wel zeggen dat iedereen in
mijn team sterk is in wiskundig en probleemoplossend denken, en vlot omgaat met computers en
programmeren. Ik werk graag met mensen die geen schrik hebben van complexiteit, maar juist wel de bomen
in het bos zien.
Daarnaast is een zekere speelse creativiteit essentieel: het vermogen om zich af te vragen ‘Wat als we
het eens anders aanpakken?’, is vaak precies wat nodig is om echte vooruitgang te boeken.
Als manager geloof ik sterk in het idee dat de beste resultaten bekomen worden door mensen die zich
goed en vrij voelen op het werk. Met ‘goed voelen’ bedoel ik niet dat iedereen vrienden moet worden maar
wel dat er ruimte moet zijn voor ieders eigenheid. Ook als je geen supersociaal wezen bent, maar
misschien eerder introvert of eigenzinnig, kan je essentiële bijdrages leveren. Met ‘vrij voelen’ bedoel
ik dat het dikwijls efficiënter werkt wanneer gemotiveerde mensen zelf initiatief kunnen nemen om hun
werk te organiseren en weinig beperkt worden door ‘regels van bovenaf’.
De boutade zegt dat de leiding hebben over een team een beetje is zoals de leiding hebben over een groep
katten: de muizen worden pas gevangen wanneer je de katten hun ding laat doen.