
Het Wetenschappelijk Programma is een verplicht Programma van ESA. Dit betekent dat alle lidstaten van ESA automatisch deelnemen en dit met een budget pro rata van hun BNP. De Belgische bijdrage situeert zich momenteel op 2,81% van het totale budget, dat 3.787 Meuro bedraagt voor de ESA Ministeriële Conferentie 2025 voor de periode 2026–2030.
In dit Programma worden de zogenaamde 'Ruimtewetenschappen' bestudeerd door middel van satellieten vanuit de ruimte. Ruimtewetenschappen omvatten de studie van alles wat zich buiten de aardatmosfeer bevindt, te beginnen bij de magnetosfeer van de Aarde. Er kunnen vier deelterreinen worden onderscheiden : planetologie, heliophysica, astrofysica, en fundamentele fysica.
De inhoud van het Programma wordt volledig bepaald door de leden van de betrokken Europese wetenschappelijke gemeenschap, die via een regelmatig door ESA georganiseerd competitief consultatieproces (calls) voorstellen doen voor nieuwe ruimtemissies.
Het Programma bevat de ontwikkeling, lancering en operaties van Mini-F(ast), F(ast), M(edium) en L(arge) satellieten, alsook een cooperatieve deelname aan verschillende missies die geleid worden door andere ruimtevaartorganisaties or andere directoraten van ESA (Missions of Opportunity).
Enkele voorbeelden van satellietmissies met een sterke Belgische deelname die in het verleden ontwikkeld werden in dit Programma zijn HERSCHELL (infrarood astronomie), SOLAR ORBITER (zonnefysica), VENUS EXPRESS (atmosferische chemie), ROSETTA (komeetonderzoek) en GAIA (astrometrie). Momenteel heeft België bijvoorbeeld een sterke deelname aan de PLATO-missie (exoplaneten), waarvan de lancering gepland staat in 2027, en aan de toekomstige missies LISA (zwaartekrachtgolven) en EnVision (atmosfeer van Venus).
Het budget van het Wetenschappelijk Programma financiert niet de ontwikkeling van de instrumentatie aan boord van de satellieten. België gebruikt het PRODEX Programma hiervoor.
Sophie Pireaux
Ruimtevaartonderzoek en -toepassingen